In augustus 2006 viel ik ‘s nachts thuis van de trap en liep daardoor een dwarslaesie op. Over mijn belevenissen en gevoelens schreef ik van oktober 2006 tot maart 2009 columns in enkele Wegener huis-aan-huis kranten. Ook verschenen columns in het Roessingh Bulletin en het Revalidatie Magazine. In september 2007 werden mijn columns genomineerd voor de landelijke prijs: ‘de pen als lotgenoot.’

Onderstaand alle door Wegener gepubliceerde columns. De nieuwe columns die ik schrijf zijn te vinden op mijn weblog: www.janbeerlingdwarslog.blogspot.com


03-03-2009
Annabel
‘Een kleine stap voor mij, maar een grote stap voor de mensheid’, zei Neil Armstrong toen hij op 20 juli 1969 als eerste mens voet op de maan zette. Kleine stapjes hebben vaak grote gevolgen. Dat merkte ik zelf in de nacht van 17 augustus 2006. Eén misstapje op de trap zette mijn hele leven letterlijk op de kop. In de revalitaria waar ik gedurende acht maanden probeerde weer een klein beetje overeind te krabbelen, trof ik verschillende lotgenoten die allemaal ook een klein misstapje hadden gemaakt. Helaas allemaal met dezelfde soort gevolgen. Mijn kamergenoot had met zijn fiets een stoeprand geraakt, een ander struikelde over een losliggende stoeptegel, een jonge knaap stapte mis toen hij na een concert weer op een open boerenwagen wilde springen en een vrouw was van bijna de onderste traptrede gevallen. De waaghalzen van het tv-programma ‘Jackass’ doen de meest onwaarschijnlijke dingen zonder meer dan flinke schrammen op te lopen. Internet staat bol van de filmpjes van skaters en noem maar op die hun leven lachend in de waagschaal stellen met stunts, voor vier minuten roem op YouTube. Ik zelf skiede en hing regelmatig aan grote brandweerladders en dergelijke om bepaalde kunstprojecten uit te voeren. Omwille van de kunst bombardeerde ik eens als passagier in een door een professionele piloot gevlogen sportvliegtuig het stadhuisplein in mijn woonplaats met strooibiljetten. Je moet blijkbaar flink tekeer gaan. Uitkijken moet je voor de kleine stapjes en de kleine gebaren. Die zijn het gevaarlijkst. Deze week zag ik dat bij de onfortuinlijke Emmense olifant Annabel. Tijdens een stoeipartijtje van jongere soortgenoten stapte ze opzij in de gracht en kwam er niet meer uit. Met tranen in de ogen hebben ze haar laten inslapen. Vanavond vertelde de nieuwslezer wat de oorzaak was. Door dat kleine misstapje had ze haar nekwervel gebroken. De 45-jarige dame had een dwarslaesie opgelopen.


24-02-2009
Kus
Met je lichaam en met woorden kun je veel zeggen. Met mijn lichaam praat ik bijna onbewust. Er gaat een direct lijntje van mijn geest en stemming naar mijn lichaam. Voordat ik kan zeggen: ‘ik mag je’,  of ‘ik mag je niet’, heeft de ander, vaak ook onbewust, dat al in de gaten. Over woorden kun je nadenken. Soms ook niet. Dan zeg ik iets waarvan ik later denk: ‘oh nee, had ik nèt nìet moeten zeggen’. In mijn rol als interviewer en presentator van een wekelijks radioprogramma maakte ik ook bewust gebruik van lichaamshouding om gasten bijvoorbeeld op hun gemakt te stellen. Of om ze aan te sporen meer te vertellen. Deels door aanleg en deels door opleiding, denk ik, heb ik dat geleerd. En het werkt. Andersom ook trouwens. Ook ik vertel meer aan iemand die, ogenschijnlijk of echt, laat merken te luisteren en geïnteresseerd te zijn. Ook de woordkeus is belangrijk en zegt veel. Met verschillende woorden kun je bijna hetzelfde bedoelen maar kan het soms heel anders overkomen. Ook je gevoel kan er anders bij zijn. ‘Hoe je kop nu eens’,  klinkt toch heel anders dan ‘mag ik je even onderbreken’.  Afhankelijk van mijn eigen stemming, situatie en de verhouding die ik tot die ander heb, zal ik de ene formulering gebruiken of de andere. Zo is er ook verschil tussen ‘kus’ en ‘zoen’. Van de juffrouw of je moeder krijg je een zoen. Van onder meer je geliefde krijg je een kus. Dat klinkt ook erotischer. Een oud geliefde, van lang, lang geleden, belt mij de laatste tijd af en toe op. Onze telefoongesprekken eindigen meestal met ‘kus’.  Onlangs zei zij ‘kus’ en ik ‘zoen’.  Per ongeluk eigenlijk want ik voelde toen daarna, gek genoeg,  heel duidelijk het verschil tussen deze telefonische groet. ´Kus´ wilde ik nog zeggen. Helaas, ze was al weg.


17-02-2009
Bedankt!
Het is zover. Ik schrijf nu mijn laatste column die in dit weekblad verschijnt. Laptop op de knieën, want ik zit op dit moment in mijn nieuwe huis. Vrienden zijn vandaag voor mij wat klussen aan het doen. En, hoewel ik zelf niet veel kan doen, wil ik er wel bij zijn natuurlijk. Ik blijf iedere week een column schrijven. Dat deed ik ook al toen de verschijningscyclus vorig jaar van wekelijks naar tweewekelijks ging. Iedere week stond er een nieuwe column op mijn internetpagina en daar blijf ik gewoon mee doorgaan. Die internetpagina had ik voor mijn ongeluk al. Daar is al mijn werk te zien. Makkelijk om mensen die willen weten wat ik zoal maak, naar door te verwijzen. Maar jammer vind ik het zeker dat mijn column verdwijnt uit deze huis-aan-huis bladen. Door alle reacties merk ik dat de column meer gelezen wordt dan ik zelf ooit had kunnen dromen. Voor mij was het ook altijd een mooi medium om mijn ei kwijt te kunnen. En, hoewel ik puur voor mijzelf schrijf, vond ik de reacties hartverwarmend. Want als je leven ineens zo dramatisch op de kop wordt gezet, is steun of bijval soms net wat je nodig hebt. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij, maar zeker voor iedereen die iets soortgelijks meemaakt. Na de vorige column hebben verschillende lezers gereageerd op mijn oproep. Hartelijk dank allemaal daarvoor. Zeker ook die mevrouw die een mooie handgeschreven brief met protest naar de redactie heeft gestuurd. Zij hebben de brief keurig aan mij doorgezonden. Ik zal hem bewaren in mijn archief en ik hoop dat de redactie haar vragen gaat beantwoorden. Alle kaarten die ik ooit per post ontving, heb ik bewaard. Soms zat er zelfs chocolade bij, die heb ik opgegeten. Lekker. Alle lezers in ieder geval heel hartelijk bedankt! Lees verder op www.janbeerling.nl


10-02-2009
Zeilen
Handbewogen wielstoelen zijn krengen en eigenlijk niet meer van deze tijd. Ik beweeg graag want dat geeft een fijn gevoel en is nog gezond ook. Op materiaalgebied is er wel veel veranderd bij wielstoelen. Hout en rotan zijn vervangen door staal, aluminium en zelfs carbon. Daar is dan meteen de vooruitgang blijven steken. De manier waarop je jezelf in zo’n zeepkist moet voortduwen is nog exact dezelfde als de holenmens deed kort nadat ie het wiel had uitgevonden. Die ging vooruit door gewoon met zijn handen aan datzelfde wiel te draaien waarop hij reed. Als de primitieveling geluk had kon hij zich met boomstamkar en al, van een duin storten. De diepte tegemoet, geholpen door de zwaartekracht. Hij kon alleen maar afremmen door met zijn handen die draaiende wielen proberen tegen te houden. Maar mensen zijn vernuftig. We vonden remmen uit, pedalen, tandwielen, kettingen, versnellingen en ga zo maar door. De fiets is het beste voorbeeld van hoe we met slimme en lichte techniek een snel en wendbaar voertuig hebben gemaakt. Wielstoelen moeten het nog steeds zonder die techniek doen. Wel kan ik een handbike aan mijn stoel koppelen waarmee ik met armkracht zo snel als een fiets kan. Maar als ik met mijn wielstoel zelf tegen een helling op moet heb ik niks aan boord om mij te helpen. Geen andere overbrenging dan met mijn handen aan die wielen sjorren. Ook het remmen gaat nog net zo als die holenmens deed. De wielen vastpakken en afremmen. Wielstoelrijden lijkt ook een beetje op zeilen. Bij een helling flink laveren om omhoog te komen of om niet naar beneden te gieren en een doodssmak te maken. Als je even stilstaat, altijd één hand aan het wiel want anders beweeg je. Zeilers leren dat al tijdens hun eerste les. Altijd één hand voor jezelf en één hand voor het schip.


03-02-2009
Reacties
De laatste column komt er aan in dit weekblad en dat is over twee weken. Volgende week is mijn collega columniste weer aan de beurt en dat betekent dat dit de één na laatste column van mijn hand is. Wel schrijf ik iedere week een column voor mijn website. Toen ik op verzoek van de redactie begon had ik niet verwacht 119 columns te gaan schrijven. Koud bekomen van mijn dwarslaesie in het ziekenhuis viel die vraag mij eerst rauw op het dak. Later bedacht ik dat het voor mijn eigen verwerking niet gek zou zijn te gaan schrijven over wat me overkomen is. En ik blijf tenminste met mijn vak bezig. Trouw leefde ik mij iedere week uit op het toetsenbord van mijn laptop. Wekelijks ramde ik er soms letterlijk mijn gevoelens en ideeën uit. En dat deed me goed. Anderen ook, hoorde ik later en daar moest ik behoorlijk aan wennen. Binnen de beschermde wereld van de revalitaria merkte ik het niet zo. Pas toen ik eind mei 2007 weer ‘vrij kwam’ en mij weer in het openbaar begaf werd ik door allerlei mensen aangesproken. Daar schrok ik in het begin van. Vooral mensen die zelf ook ‘iets hebben’ of iemand in hun directe omgeving kennen met een ingrijpende ziekte of handicap schijnen veel in mijn columns te herkennen en dat geeft steun. Dat maakt mij natuurlijk nieuwsgierig. De redactie van dit weekblad heeft helaas het besluit genomen te stoppen met de columns van mij en mijn collega. Redacties kunnen dat nu eenmaal doen. Maar ik ben toch wel erg benieuwd naar wat u als lezer vooral heeft aangesproken in mijn columns, wat u er leuk aan vond, of misschien juist niet. Reacties graag naar de redactie van dit bad of per e-mail naar info@janbeerling.nl. In mijn laatste column kom ik hier nog even op terug.


27-01-2009
Wát dán?
Als een klein baasje zo druk ben ik momenteel. Mijn nieuwe huis wordt namelijk verbouwd. Er komen aanpassingen in zoals een rolstoeltoegankelijke keuken en badkamer met wc. Ineens ‘moet’ er heel veel. De badkamer móet zo ruim zijn dat ik in mijn douchestoel onder de nattigheid kan. Ik móet bij het toilet kunnen en natuurlijk bij de wastafel. Overal moet ik ook over nadenken. Welk voor soort wastafel wil ik, bijvoorbeeld. Met de wielstoel móet ik er onder kunnen. Dat is makkelijk. Een kraan met één greep voor de hoeveelheid water en de temperatuur. Dat bespaart een extra handeling. En een wastafel met ruimte voor mijn verzorgings dingen. Ik slik nogal wat extra prut waarvan ik denk dat het helpt bij herstel van zenuwweefsel. Allemaal in overleg met iemand die homeopathisch onderlegd is. Maar die potjes en doosjes moet ik wel kwijt. En het liefst eens niet in de keuken op het aanrecht tussen de appelmoes en spinazie zoals ik dat hier noodgedwongen doe. Mijn slaapkamer wordt weer privé-gebied waarbij ik zelf weer mijn kleren pak. Die liggen nu boven en ik vraag iets voor mij naar beneden te halen. Wasmachine komt in de badkamer zodat de schone kleren zo weer de kleerkasten in kunnen. In de keuken wordt het aanrecht onderrijdbaar zoals dat zo mooi heet. Kan er met mijn wielstoel onder en hoef niet meer alles zijwaarts te doen. Nu overbelast ik mijn rechterschouder nog wel eens. Voor de tegels in de badkamer heb ik zelf een patroon bedacht. Het zit inmiddels aan de muur en ik ben er erg tevreden over. Veel had ik al gekozen maar vanmiddag verraste de aannemer mij toch nog met een vraag. ‘Het plafond in de badkamer kan dicht. Welke verlichting wil je er in? Spotje of iets anders?’ Tjesus, ja. Moet ik over nadenken. Iets anders? Wát dán?


20-01-2009
Sorry
Ongewild heb ik afgelopen zaterdag een mevrouw een beetje beledigd. Met mijn handbike haalde ik etenswaren in de binnenstad. Lekker overdekt zodat ik mijn handbike kan stallen als ik de winkel in ga. En ik kan op mijn gemak mijn handschoenen aantrekken voordat ik weer vertrek. De ketting van mijn handbike loopt er de laatste tijd wel eens af. Vooral wanneer ik mijn bike wat heen en weer draai om in een goede wegrij positie te komen. Het kreng is al twee keer gerepareerd maar blijft het doen. Zaterdag gebeurde het midden in het winkelcentrum. Daar zat ik. Tas met boodschappen op schoot en de ketting helemaal klem. Ik prutste met de pedalen heen en weer om de ketting weer vlot te trekken. Dat lukte van geen kant en ik keek om mij heen naar iemand die zijn vingers voor mij smerig wilde maken. De vorige keer waren dat drie jonge meiden waarvan ik er eentje mijn handschoenen leende om haar vingers te sparen. Een hulpvaardige fietser kon het een keer niks schelen dat zijn vingers zwart werden. ‘Wil hij niet starten?’,  vroeg een vrouw die zwaar op haar boodschappenkarretje leunend mijn richting uit kwam. Ik vertelde van mijn ketting maar kon het niet over mijn hart krijgen haar vingers te leen te vragen. Dat wilde ik haar besparen. Een jonge knaap die net voorbij kwam sprak ik aan. Hij prutste wat en snelde daarna met zwarte vingers naar zijn knappe vriendin verderop die hem kwijt was. De mevrouw vertrok mopperend dat vrouwen ook verstand van techniek hebben. Dat weet ik wel. Heel lang geleden had ik eens een vriendin die dingen onder de motorkap van haar auto deed die ik niet snapte. Met haar lange blonde haren en hoge hakken had zij zeker geen technische uitstraling. Maar die mevrouw ook niet. Vooroordeel? Ja, misschien wel. Sorry mevrouw.


13-01-2009
Stigma
‘Ongelukkige, invalide, gehandicapte, mensen met een handicap, mensen met een beperking’. Vooral niet gehandicapten zijn vaak nogal bezig met dit woordspelletje. Want het is erg belangrijk hoe je iemand noemt met een lichaam of geest dat niet helemaal doet wat het zou moeten doen. Als er niks aan de hand is kun je als mens twee armen en twee benen gebruiken en alles dat daar tussenin zit. Wanneer bij de productie van zo’n lichaam iets mis gegaan is, of als je tijdens je leven een ongeluk of ziekte hebt opgelopen waardoor er iets uitvalt, hoor je ineens in een aparte groep. Op zich niet gek. Het is menselijk om andere mensen in groepen onder te brengen. Om er etiketjes op te plakken. Dan kunnen sommigen het beter snappen. Maar vooral mensen die beroepsmatig met gehandicapten te maken hebben, schijnen er soms een wedstrijdje van te maken wie de mooiste benaming kan bedenken. Handicap vind ik nog steeds een heel acceptabel woord. Volgens de on-line versie van de Dikke van Dale betekent dat ‘belemmering, nadeel of lichamelijk gebrek’. Hoewel gebrek niet leuk klinkt is het natuurlijk wel zo. Iets wat het hoort te doen maar het niet meer doet, blijft in gebreke. Zo’n woord zegt niks over je gelijkwaardigheid ten opzichte van anderen. Want met behulpmiddelen en hedendaagse techniek kan ik ook een heleboel dingen doen zoals handbiken en autorijden. Afgelopen week werd ik vanuit de ‘beroepsgroep’ benaderd met het woord ‘beperking’. ‘Gatverdamme’, dacht ik meteen. De internet Dikke van Dale vertelt dat ‘beperking’ zoiets betekent als begrenzing of beknotting. Dat klinkt zo afgemeten. Zo minderwaardig. Bij een handicap ben je hetzelfde als anderen maar heb je een handicap. Dan kijk je zelf hoe ver je kunt komen. Maar bij beperking wordt meteen gezegd ‘jongen, jij bent begrensd. Dat kun je niet’. Bah, wat discriminerend en wat een stigma.


06-01-2009
Denken
Goede voornemens heb ik niet gemaakt dit jaar. Sterker nog: ik heb er niet eens aan gedacht. Niet dat ik iets tegen goede voornemens heb. Ik vind het heel gezond om af en toe even stil te staan bij wat ik gedaan heb en wat ik de komende tijd wil doen. Ik vraag mezelf dan af wat voor mij belangrijk is en of ik daar genoeg energie in gestopt heb. Waarom ik met bepaalde zaken bezig ben geweest en vooral welke dingen ik heb laten liggen en waarom. Want wat je ook mag denken, een mens is toch vooral wat hij doet. ‘Die Gedanken sind frei’, je gedachten zijn vrij inderdaad, maar in de daden komt het er op aan. Daden kunnen consequenties hebben. Door daden worden mensen helden of verraders en door daden kun je overleven of sterven. Over daden kun je nadenken en uit gedachten kunnen daden voortkomen. Bij mij als beeldend kunstenaar werkt dat ook zo. Ik kan niet alles bedenken. Vaak kunnen beelden mij daarbij helpen. Dan ben ik met mijn werk bezig en komt daar iets uit. Pas als ik het zie begin het mij iets te zeggen en ontdek ik wat me bezig houdt. Daar denk ik dan weer over na en daar kunnen weer andere dingen uit voortkomen. In het gewone leven gaat dat net zo. Soms moet je gewoon eerst iets doen om je eigen gevoelens en gedachten een beetje helder te krijgen. De ene keer geeft het je dan net een schop onder je kont in de goede richten. Maar het kan ook anders uitpakken. Dan schrik je je dood en denkt: dat was niet de bedoeling. Dat is pijnlijk en sommige mensen vergeten daarom liever over hun daden na te denken. Dat kan ik niet en mijn enige voornemen is daarom te blijven doen en te blijven denken.


23-12-2008
Levensverwachting
Droog kon ik het niet meer houden afgelopen maandagavond. Ik wilde graag een Bekelbike. Een innovatief therapeutisch apparaat voor mensen met een neurologisch aandoening. Vooral mensen met een dwarslaesie of ms hebben er baat bij. Mijn gemeente wilde het niet vergoeden. Valt niet onder de WMO werd er vanachter het bureau bedacht. Maar stelde de ambtenaar mij gerust: ‘uw ziektekostenverzekeraar vergoedt deze voorziening’. Mooi niet. Daar kreeg ik bijna dezelfde afwijzing van. Maar met een klein verschil. De beambte die bij het verzekeringsbedrijf mijn brief behandeld had wist zeker dat mijn geméénte deze voorziening vergoedt. Nu kan trainen op de Berkelbike mijn door mijn dwarslaesie afgenomen levensverwachting weer wat opkrikken en misschien is dat nu juist het probleem voor beide organisatie. Ik weet het niet. Ik gis er ook maar naar. Bij vrienden kon ik me gelukkig afreageren over deze Kafkaiaanse briefwisseling. Eén goede vriend en kunstenaar liet het niet bij een luisterend oor. Voortvarend als hij is overlegde hij met enkele van zijn vrienden en collega kunstenaars en gezamenlijk besloten zij een sponsoractie op touw te zetten. Voorwaar geen kleinigheid want het ging om een slordige twaalf mille. Ik was behoorlijk ontroerd toen zij mij dit eerder al kwamen vertellen. Vijf kunstenaars hebben geheel belangeloos keihard gewerkt aan het samenstellen van een grafiekmap in een beperkte oplage van dertig stuks. Daarin vijf unieke kunstwerken. Afgelopen maandag werd de map gepresenteerd aan belangstellenden. Voor aanvang van de avond waren er al 26 verkocht. De vier overige vlogen na de opening weg. Doel gehaald en dankzij hen krijg ik mijn Berkelbike. Ik kan niet zeggen hoe dankbaar ik ben. En ontroerd. Dat vrienden dít voor mij doen. Vrienden bedankt voor dit onvoorstelbare geschenk. Wanneer ik regelmatig train op de Berkelbike kan mijn levensverwachting weer toenemen. Ik ga fanatiek trainen want ik wil jullie nog lang om mij heen hebben.


16-12-2008
Lekker warm
Als ik wil hoef ik mijn huis niet meer uit. Met de moderne middelen heb ik de hele wereld onder handbereik. Internet met mensen die via Hyves en meer van dat soort fora ruim zevenhonderd ‘vrienden’ hebben. Ik moet er zelf niet aan denken. Regelmatig krijg ik uitnodigingen om mij aan te melden als ‘vriend’ van de één of ander. Leek mij eerst wel aardig en ik melde me aan. Maar dat kan niet zomaar. Je moet dan zelf ook een profiel aanmaken waarin je allerlei ongein over jezelf kwijt kunt. Daar kunnen anderen weer op reageren. Oké, tot zover niks aan de hand. Doe ik één keer en ik besta in de virtuele wereld. Ja, dat dacht ik. Maar dan blijkt dat de ene ‘vriend’ op Hyves zit, de andere op Netlog, een derde op Hi5 en ga zo maar door. Overal een profiel aanmaken, ‘vrienden’ gaan vinden, die gaan mailen en de mail daarvan weer beantwoorden gaat me te ver. Ik heb ook nog een leven en daar ben ik al druk genoeg mee. Maar als ik zou willen dan kan het. Dan kan ik mijn leven leven vanachter mijn beeldscherm en toetsenbord. Boodschappen bestel ik via internet en voor het eten bel ik de pizzakoerier en de bezorgchinees. Vooral ’s winters lekker makkelijk. Niet meer met mijn handbike door de kou maar gewoon in mijn eigen goed verwarmde wereld. Moet er niet aan denken. Natuurlijk doe ik ook fanatiek aan e-mail en bestel dingen via internet. Maar vrienden ontmoet ik toch het liefst live. Ik moet gewoon naar buiten en als ik even met mijn handbike gefietst heb voel ik me lekkerder dan na een tijdje fanatiek ‘toetsenbord rammen’. Vind het ook fijn om de wind en kou te voelen. Wanneer ik dan mijn huis weer binnen kom, dan voelt dat pas écht lekker warm.


09-12-2008
On-line
Jarenlang had het woord faxen voor mij een dubbele betekenis en had het in mijn vriendenkring niks te maken met dat papierverslindende apparaat. ‘Jongens, ik ga even faxen’,  zei ik waarna ik me even op de wc terugtrok. Faxen was een mooi woord voor even lekker gaan poepen. Maar volwassen kerels poepen niet. Baby’s poepen en kinderen. Een echte kerel gaat zitten bouten of faxen. Later kwam daar het begrip bij: ’even een uitdraai maken’. En, afhankelijk van de hoogte van je nood: ‘een flinke uitdraai’ of een ‘spoedopdracht’. Een kennis van mij ‘bakte altijd een volkorenbrood’. Afhankelijk van wat hij de dag tevoren gegeten had was dat met zonnepitten of rozijnen. Daar kon hij tot afgrijzen van sommigen kleurrijk over vertellen. Ik heb daar altijd van harte aan meegedaan en als echte kerel verzin je ook mooie begrippen om van je urine af te komen. ‘Eens kijken of ik nog een jongetje ben’ was een tijdje populair. En ‘even mijn beste vriend een hand geven’. In mijn pubertijd ging een vriend van mij altijd ‘zeiken als een reiger’. ‘Val niet om als je lang op één been staat’,  riep ik hem wel eens na. Vrouwen doen dat heel anders. Ze vertellen keurig netjes wat ze gaan doen en dat ook allemaal nog met dezelfde woorden. Vrouwen namelijk ‘gaan plassen’. In mijn omgeving roepen heel verschillende vrouwen met heel verschillende achtergronden allemaal tegen mij: ‘ik ga even plassen’, waarna ze snel naar de wc huppelen. Eén van mijn hulpen thuis riep het laatst maar ook dames uit mijn gezelschap waarmee ik in een café of restaurant afgesproken heb. Zelf heb ik altijd weer behoefte aan andere woorden, terwijl iedereen gewoon weet wat je gaat doen. Ik moet in mijn rolstoel wel eens katheteriseren maar daar heb ik nu ook iets op gevonden. Ik ga dan even ‘on line’.


02-12-2008
Wereld
Donker ronkt de twee-en-een-half liter dieselmotor in het vooronder. Met ruim honderdtwintig suizen we in een Volkswagen Transporter over de A1. Meestal op de linkerbaan vanwege het vrachtverkeer. Soms even naar rechts. Tot de volgende rij kolossen opduikt en we weer naar links moeten om de eigen snelheid vast te houden. Ik zit zelf achter het stuur. Sinds mijn rijles afgelopen zomer weer de eerste keer dat ik zelfstandig rij. Dat voelt goed. Heel erg goed. En na een kwartiertje ook al weer heel vertrouwd. Ook mijn passagiere die ik voor de zekerheid mee gevraagd heb, vind het heel goed gaan. Ik zwier door het verkeer alsof er de afgelopen jaren niks gebeurd is. Alleen rusten mijn benen nu stil voor de bestuurdersstoel. Gas geven en remmen doe ik met mijn linkerhand via een ingenieus systeem. En ik kom de bus binnen via de achterdeuren met een lift. Ik rij naar voren en schuif dan over op de bestuurdersstoel. Een lekker hoge zit vanwege de bus waardoor ik ver vooruit kan kijken. Dat vind ik eigenlijk erg prettig. Ik kom terug van het specialistische bedrijf achter Utrecht dat mijn bus heeft aangepast. Het was al een aangepaste auto met precies die voorzieningen die ik nodig heb. Alleen gebruikte de vorige eigenaresse die met haar rechterhand. Voor mij is het systeem nu omgezet naar links. En verder nog wat kleine zaken om de bediening en de zit achter het stuur voor mij geschikt te maken. Ik kan weer zelf rijden en dat betekent veel voor mijn gevoel van vrijheid  en onafhankelijkheid. Nadat ik thuiskwam gaf mijn handbike mij een soortgelijk gevoel. Daarmee kan ik in mijn rolstoel opschieten en zelf ergens komen. Nu kan ik met mijn bus grotere afstanden afleggen. Misschien wel op vakantie gaan. Ik krijg weer het gevoel dat de wereld voor mij open ligt.


25-11-2008
Dopealympics
Sporters die van een stevig oppeppertje houden hebben pech. Het mag niet van de regelneven en ook voetballers moeten aan controles geloven. Eigen schuld. Hadden ze maar kunstenaar moeten worden of muzikant. Niemand kijkt gek op als een kunstenaar of muzikant aan de drugs is, aan de drank, aan de seks of zelfs aan het werk. Sporters moeten het laten bij sterke koffie, druivensuiker of een flinke peper in hun reet. De niet begrijpende massa kijkt bewonderend op naar de kunstenaar, die zijn onder invloed van mescaline verkregen visioenen vertaalt in een prachtig roestvrij stalen kunstwerk. Dat mag. En het mag elke dag. Ook politici mogen niet van drugs snoepen. Maar volgens geruchten schijnt een bepaald wit poeder favoriet te zijn op Haagse toiletten. Je moet die ellenlange verhandelingen toch op één of andere manier volhouden. Dat hadden de oude Japanse krijgsheren beter bekeken. Voor een veldslag hielden ze krijgsberaad. Compleet nuchter bekeken ze de situatie van alle kanten. Zwaarwichtig namen ze besluiten. Over hoeveel boogschutters ze in willen zetten en hoeveel voetvolk er mag worden opgeofferd. Daarna zette het zooitje het op een zuipen. Terwijl de saké de trappen afstroomt bespreekt het eerbiedwaardige gezelschap de situatie opnieuw. Zwijgzamen worden plotseling spraakzaam en de spraakzamen zijn niet meer te verstaan. De besluiten die dit bachanaal overleefden, voerden ze uit. Heel anders dan onze Tweede Kamer die geen extra drank nodig heeft om bezopen politiek te voeren. Maar dat met die sporters met dope moet ook anders kunnen. Gun ze hun dope en organiseer voor hun speciale spelen. Zo heb je de Paralympics voor sporters met een handicap. Dat is pas echte topsport waarbij een atleet met één been zichzelf naar nieuwe hoogten springt. Spelen voor sporters onder de dope levert vast ook prachtige televisie op. De eerste spelen organiseren we in Columbia, dat worden de eerste Dopealympics.


18-11-2008
Bestuurder
Autofilm bij uitstek is de cultklassieker Vanishing Point van regisseur Richard Sarafian uit 1971.Held is Kowalski, gespeeld door Barry Newman, die met een Dodge Challenger supercharcher van Denver naar San Fransisco rijdt. Kowalski is gedecoreerd Viëtnamveteraan die nu de kost verdient door auto’s voor anderen te vervoeren. Hij leeft zo´n beetje op speed en wil alleen maar rijden om te vergeten. De hele film is bijna één lange autorit en staat voor het vooral Amerikaanse vrijheidsgevoel dat een auto geeft. Kowalski rijdt en de rest van de wereld jaagt hem. De politie in allerlei staten zit achter hem aan en soms wordt hij lastig gevallen door een mafkees die zich met hem en zijn auto wil meten. In Europa zou je zo´n film niet kunnen maken denk ik. Veel te vol. Veel te weinig ruimte en teveel auto´s voor de ellenlange, superspannende achtervolgingen. Toch is voor ons de auto ook symbool voor vrijheid. Voor mij in ieder geval wel. Ondanks de file´s. Ik bepaal dan toch zelf waar ik in de file ga staan. Voor een autorit hoef ik niet naar een station. Ik stap voor mijn deur in. En met vakanties hield ik lange trektochten door Europa. Tent en alle spullen achter in. Ik reed altijd grote stations die ook nog snel konden. En ik hield er van. Lekker lang dwalen over al die wegen. Rijden vond ik leuk. Heel binnenkort rij ik weer. Mijn rijproef heb ik een paar maanden geleden al gedaan. Met bepaalde aanpassingen mag ik weer autorijden. En ik heb al een auto. Een tweedehandsje met aanpassingen. Een bus met lift. Kan ik met rolstoel en al achter binnenrijden. Daar schuif ik over op de bestuurdersstoel en weg. Ik rij. In een auto zie ik er ook  niet uit als gehandicapt. Achter een autostuur zijn we allemaal gelijk. Dan zijn we allemaal bestuurder.


11-11-2008
Míjn benen
‘Mijn benen hoorden niet meer bij mijn lichaam. Daar hield ik niet meer van’.  Dat las ik deze week in het interview dat een landelijk dagblad had met Marc de Hond. Inderdaad. De zoon van …., maar inmiddels door zijn dwarslaesie bekender dan zijn  vader. Zes jaar inmiddels strijdt hij voor vooruitgang en schreef daar een boek over. Ik herken zijn uitspraak. Zelf denk ik ook wel eens van: ‘hè, stom been. Ga die kant eens op’. Maar over het algemeen probeer ik mijn benen in ere te houden. Dikke benen had ik nooit. Ik was al helemaal nooit een dikkerd. Maar doordat ik momenteel mijn beenspieren amper kan gebruiken is mijn spierweefsel in mijn benen enorm afgenomen. Dat vind ik niet mooi. Maar het zijn nog wel mijn benen en ik probeer ze zoveel mogelijk er bij te betrekken. Ik wrijf vaak over mijn bovenbenen en mijn knieën. Dat voel ik en op die manier laat ik mijn hersenen weten dat mijn benen nog bestaan voor mij. Dat ze er bij horen. Zo hou ik de kanalen open en blijven mijn hersenen zich nog met mijn benen bemoeien. Tijdens het douchen ’s ochtends besproei ik mijn benen afwisselend met warm en koud water om ze maar te prikkelen. Laatst voelde ik inderdaad koud toen ik dacht dat het warm was. Alles waar je aandacht aan geeft wordt groter of belangrijker. Veel aandacht aan mijn handicap, dan wordt dát belangrijk. Veel aandacht aan mijn benen, dan worden die belangrijker en dat doe ik liever. Sinds kort ben ik weer met mijn ‘prikkeltherapie’ bezig. Wegens verhuizing van de studente die dat deed lag het even stil. Maar ik vond gelukkig iemand en heb inmiddels al twee sessies gedaan. Meteen droom ik weer van lopen en ben ik meer met mijn benen bezig. Het blijven toch echt míjn benen.


04-11-2008
Staking
‘Bewaar dit’, ik hoorde het amper maar plotseling ligt er een knalroze usb stick in mijn schoot. Een mooie vrouw met lang donker haar loopt haastig weg. ‘Wat is dit’, dacht ik en ga snel achter haar aan. ‘Je hebt iets verloren!’ roep ik, ondertussen vaart makend. Ze snelt de hoek van de winkelstraat om. Ik er achteraan. Sterk remmend en op één wiel overhellend de volgende drukke straat in. ‘kijk uit je doppen’, schreeuwt een man wiens boodschappentas ik uit de handen rij. ‘Sorry!’, roep ik over mijn schouder. Ik moet verder en weten wat er aan de hand is. De vrouw speelt het op haar hakken klaar een voorsprong op mijn wielstoel te krijgen. Ik zie haar niet meer maar plotseling staat er een blinde man met forse buik voor mij. Met zijn blindenstok wijst hij en kijkt me aan. ‘Daar rende ze heen’,  zegt hij. Ik die kant uit. Uit de volgende zijstraat stormt Schimanski en dendert voor mij uit. Onbehouwen loopt hij de oude Baantjer omver die net op zijn hurken een spoor zit te bekijken. Verstoord staat hij weer op terwijl inspector Frost mopperend het stof van zijn jas slaat. Ik snap er niks meer van. Waar ben ik? Maar ik scheur door en zal weten wat ik met die usb stick moet. Even wordt ik afgeleid door Tila Tequila die voor de etalage van een modezaak staat te kijken. Verder moet ik. Ineens vóel ik dat ik wordt gevolgd. Ja hoor! Peter de Vries verstopt zich met een verborgen cameraploeg achter mijn wielstoel. Tjonge, dit moet zeker belangrijk zijn. Dan zie ik de vrouw weer. Ze duikt een taxi in. Er staat net een rolstoeltaxi klaar. Met de lift ben ik zo binnen. ‘Volg die taxi’,  roep ik. De chauffeur draait zich om. Het is Ironside. ‘Mooi niet’, bromt hij. ‘Vandaag staking’.


28-10-2008
Rot op!
Dwars door de mensenmassa heen komt ze op me af. Doelgericht. ‘Zeg, let jij wel een beetje op!’, krijg ik op zwaar badinerende toon toegeworpen. Zoals je een behoorlijk ondeugend schooljongetje toespreekt. En ze wijst achter mij. Op de grond, voor de muur, ligt een grote rij kunstwerken. Allemaal die middag ingeleverd door kunstenaars die meedoen aan het kunstproject waar ik ook een werk voor heb gebracht. Dat van haar is van glas. Ik had het al zien liggen, verscholen achter andere kunstwerken. Door haar toon schrok ik. Sta ik er bovenop, nee toch, dacht ik. Geen sprake van. Grote schoenen zag ik er dichterbij staan. Druk met elkaar in gesprek zijnde kunstenaars schuifelen er langs. Pratend over hun eigen werk en dat van anderen. Zij zelf stond nu dichterbij haar eigen kunstwerk dan ik met mijn ranke wielen. Dat mag blijkbaar. Ook de flink uit de kluiten gewassen collega kunstenaar met schoenmaat oceaanstomer mag bijna boven op haar werk staan. Van voeten schrikt deze dame blijkbaar niet. Wielen brengen haar grootste angstgevoelens naar boven. Dat ik trouwens eerst nog andere kunstwerken plat moet rijden voordat ik bij die van haar kan, ontgaat haar. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. De andere collega’s reageren heel voorkomend. Enkelen duwen mij hun werk in handen om te bewonderen, want dat moet ik zien. Leuk! Stel ik erg op prijs. Kunstenaars zijn vol van hun werk. Dat ben ik ook. Vanuit de revalitaria ging ik eens als onderdeel van een training een porselein winkel binnen. Eén en al vriendelijkheid. Toen de kunstenares aan kwam zeilen dacht ik in mijn naïviteit zelfs nog dat ze me wilde begroeten. Bij het creatief centrum zijn we namelijk ook nog eens collega’s en we hadden elkaar een hele tijd niet gezien. Pas thuis schiet mij het passende antwoord te binnen: ‘mens rot op!’.


21-10-2008
Golf
Mooi zijn de witte wolken die ik vanuit mijn tuin over zie komen. Het is prachtig weer en vanuit mijn keukenraam zie ik fraaie wolken. Ik ga naar buiten want als wolkenliefhebber wil ik daar van genieten. In de hogere luchtlagen drijven van die grote statige ‘bloemkoolwolken’ die het altijd goed doen op foto’s. Vooral op zwart/ wit foto’s. Ik kijk omhoog en zie wat lager een grote grijze flard wolk bewegen. Iets sneller schuift hij onder zijn grote witte broeder door. Blijkbaar staat in de lagere luchtlaag meer wind. Hier kan ik me uren mee vermaken en ik vind het jammer dat ik zo laag woon. Het liefst woon ik op flinke hoogte in een Penthouse. Als het even kan ook nog met een ruime studio. Kan ik de wereld van bovenaf gade slaan en genieten van de horizon. Van de wolken die ik dan voorbij zie schuiven. Lekker met een kop koffie op mijn dakterras of ’s avonds met een wijntje of een glas Belgisch bier. Jaren geleden woonde ik wat hoger. Niet zo heel hoog maar in verhouding tot mijn woonomgeving net hoog genoeg. Ik keek uit over een deel van de bebouwing. Maar het mooiste was de grote glazen fabriekshal waar ik van een afstandje op uit keek. De hal rees in zijn omgeving omhoog. Van vaag groen glas waren de zijkanten waar de zon in de zomer achter onder ging. Vanuit mijn keukenraam kon ik dat het beste zien. Door de zakkende zon lichtte het glas helder groen op en kreeg de kleur van zeewater. Onder het koken stond ik dan hele tijden mijmerend naar buiten te kijken. Soms ten koste van het eten. Ik stelde me voor dat het gebouw boordevol zeewater zat. Nog even wachten en dan barst het open. Dan komt al dat water naar buiten in één grote golf.


14-10-2008
Theater
Het hebben van een handicap heeft geen enkel voordeel. Tenminste, dat dacht ik. Sinds kort weet ik beter. Het duurde even voordat ik het zag. Nu heb ik ontdekt dat ik als mens met een handicap zo’n beetje alles kan maken. Niet bij instanties natuurlijk, daar was ik al achter. Daar werkt het precies ondersom. Maar in het dagelijkse leven worden mensen om me heen niet snel kwaad. ‘Sorry’,  zei ik toen ik laatst bij het geven van een workshop digitale fotografie iemand raakte met mijn wielstoel. ‘Geeft niet, er zijn veel ergere dingen’,  zei de vrouw en keek me daarbij betekenisvol aan. ‘Ík mag toch ook wel sorry zeggen?’ probeerde ik nog want ik hoef het niet zo ingewreven te krijgen. Bij kassa’s krijg ik alle tijd om mijn geld weg te stoppen, in supermarkten zijn altijd mensen bereid mij iets van de hogere rekken aan te geven. De cd-winkel waar ik wel eens kom heeft een niet door mij te nemen steile oprit. Bij mijn bezoeken vond ik steeds iemand die mij het laatste duwtje wilde geven. Alleen bij de ingang van het winkelcentrum waar ik mijn eten haal, probeer ik mij snel tussen de mensen door te wurmen. Dat loopt iets op en wanneer ik daar stil kom te staan kom ik slechts met veel moeite weer op gang. Mijn ondeugende geest vraagt zich wel eens af hoe ver ik zou kunnen gaan. Want ik weet zeker dat ik in een restaurant zonder problemen mijn bord vol eten van tafel kan schuiven. Glimlachend zal het personeel het opruimen. Hele tafels worden voor mij verschoven want als gehandicapte kan ik blijkbaar heel ver gaan. Ik ben de regisseur. Dat opent nieuwe perspectieven voor mij als beeldend kunstenaar. Ik maak gewoon theater op locatie. Komt goed uit want daar is de beroemde theatergroep ‘Dogtroep’ net mee gestopt.


07-10-2008
Backflip
Het regent en ik kijk op mijn computerscherm hoe populair rolstoelen zijn op YouTube. Heel populair, zo blijkt. Zeker als ik het Engelse ‘wheelchair’ als zoekterm intik. Wielstoel. Een veel beter en mooier woord dan rolstoel. Dat klinkt zo rollerig. In een rolstoel wordt je geduwd. Maar een wielstoel heeft wielen, dat klinkt vlotter en je kunt er ook nog eens mee vooruit komen. Daarin rij je zelf. En er wordt wat afgereden in rolstoelen op dit publieke videokanaal. Ik zie opgeschoten knapen die kunnen lopen in oude wielstoelen Jackass-achtige stunts uithalen. Ook zie ik video’s vol rolstoeldansen. Fraai en sexy geklede dames en heren dansen samen de samba. In paren waarvan steeds één partner staat en de ander zit. Swingende muziek en wervelende lichamen. Hoewel ik vroeger dansen leuk vond lijkt me dit niks. Ik kan mijn danspartner niet vasthouden zoals ik zou willen. Is er ook rolstoeldansen met twee partners in wielstoel? Verderop zie ik rolstoelschermen. De tegenstanders meppen er behoorlijk op los en het ziet er spannend uit. Even later kom ik iets nog spannenders tegen. Een stoere Amerikaanse wielstoelknaap van veertien jaar bereidt zich voor. Integraalhelm op en daar gaat hij. Ik zie hem in volle vaart een stuntbaan voor skateboarders en BMX-fietsen induiken. De helm staat stoer en soms gaat het mis. Maar op volle snelheid duikt hij omlaag, tegen hellingen omhoog, af en toe op één wiel. Het maakt allemaal niet uit, hij is er goed in en omstanders juichen hem toe. Op de volgende beelden een andere baan. Hij bereidt zich voor op iets nieuws. Helm op en daar davert hij de helling af. Omlaag, even vlak en dan schiet hij tegen een andere helling naar boven, komt er bovenuit, draait achterwaarts over de kop en snelt gewoon op zijn wielen verder. Volgens de aftiteling de eerste backflip in een wielstoel.


30-09-2008
Nieuw begin
Mijn tuin ziet er mooi uit in die lage zon. Ik zie spinnenwebben hangen in fraai tegenlicht en ik zie hier en daar verkleurde bladeren. Het is duidelijk het begin van het najaar. Hele volkstammen worden depressief als die blaadjes besluiten om op de grond te vallen. Daar heb ik gelukkig geen last van. Tenminste niet van depressieve buien onder invloed van seizoenen. Het najaar vind ik altijd mooi. Lekker fris weer met een beetje wind. En mooi licht. Vaak kan ik overdag nog lekker uit de wind op een terrasje zitten. Dan voel ik de zon nog echt. Veel dingen begonnen voor mij in het najaar. Sommige langdurige liefdes van mij zijn in het najaar begonnen. Veertien jaar was ik docent fotografie bij het creatief centrum. Ieder najaar begon de nieuwe cursus weer. Steeds nieuwe groepen met onbekende mensen. Leuk. In het voorjaar eindigde de cursus dan. Net als het mooie weer er aan zit te komen. Opleidingen die ik deed begonnen ook altijd in het najaar. Het najaar is voor mij dus echt een tijd waarin alles weer begint. Op de één of andere manier ben ik ook vaak verhuisd in het najaar. Ruim veertien jaar geleden verhuisde ik in het najaar naar het huis waar ik nu woon. Twee jaar geleden begon er iets minder leuks in het najaar. Ik lag nog te bekomen van mijn ongeluk toen ik in het najaar startte met mijn revalidatie. Een heftige periode waarbij ik door het diepste emotionele dal ooit ben gegaan. Vorig najaar  was het al anders. Ik was tenminste weer thuis. En dit najaar gaan er weer leuke dingen gebeuren. Gelukkig heb ik een huis gevonden waar ik kan wonen en werken. Of beter: de eigenaar heeft mij gevonden. We moeten nog wat officiële zaken afhandelen, maar het ruikt tenminste weer naar een nieuw begin.


23-09-2008
Poepzakje
Ik woon in een mooie buurt. Oude huizen maar met veel groen. De straat waaraan ik zelf woon is vrij druk. De bus komt langs. Verder veel doorgaand verkeer naar de wijk hier achter. En natuurlijk de bekende ´scheurders´.  In Golfjes of daar op lijkende scheurijzers met kapotte uitlaat wat sportuitlaat heet. Verder was het hier rustig. Met plezier zat ik in mijn tuin. Ik hoorde bijna nooit iets anders dan gefluit van de vele vogels. Slechts een enkele keer muziek. Eén keer zette mijn naaste buurman zijn radio hard aan met een live kerkdienst. Na twee keer de grasmaaier gepakt te hebben begreep hij dat ik dat niet wilde horen. Maar de buurt is ongemerkt behoorlijk veranderd. Ik ben niet verhuisd maar wel langzamerhand in een ander soort buurt terechtgekomen. De rust is namelijk weg. De godganselijke dag hoor ik nu honden blaffen. Het zijn verschillende honden, dat wel. Ik onderscheid duidelijk de diepe bassen van een grote blaffer en het nijdig gekef van zijn kleinere soortgenoot. Af en toe blaffen er een paar tegelijk maar meestal is er eentje aan de beurt. Dan is het even stil en begint de ander. Vaak hoor ik ze aan de achterkant maar soms ook voor. Of aan de overkant. Hondenbezitters kunnen rare mensen zijn. Schoppen de hond de tuin in waar het beest gaat blaffen. Die wil naar binnen of een lekker eind rennen. En vandaag zag ik iets. In het gazon aan de overkant liet een vrouw haar hond uit. Met een plastic zak raapte ze de warme drol van het beest op. Ik moest er zelf niet aan denken maar dacht nog wel: goh, wat netjes. Daarop loopt ze met het zakje naar de put midden voor de oprit van mijn overburen, legt het zakje op de deksel en loopt door. Vanmiddag lag het poepzakje er nog.



16-09-2008
Hartverwarmend
Op de kop af de honderdste column schrijf ik nu. Toen ik begon dacht ik nooit zo veel columns te schrijven. Koud in het ziekenhuis vroeg mijn eindredacteur of ik geen column wilde schrijven over wat ik meemaakte. Volgens hem zat er een goed verhaal in en we blijven tenslotte journalisten. Toch viel die vraag mij eerst koud op mijn dak. Maar, dacht ik later, als ik er over schrijf ben ik ook aan het verwerken. En ik ben met mijn vak bezit. Een laptop kon ik nog niet bedienen, maar ik zei toch ja. Het duurde weken voordat ik aan mijn eerste column durfde te beginnen. Inmiddels was ik verhuisd naar de revalitaria. Met mijn handen ging het beter. Een ergotherapeut maakte een typespalk voor mijn linkerhand. Kon ik toch met drie ‘vingers’ tikken. Deed ik vroeger met vier maar dan in razend tempo. Mijn eerste column schreef ik over mijn val. Met tranen in de ogen. Daarna schreef ik over van alles. Belevenissen, gevoelens, fantasieën en soms dromen. Eén keer een ‘hard-boiled’ detectiveverhaal. Ik wilde gewoon iets spannends in de revalitaria laten afspelen. Kenners lachten zich half dood terwijl sommige verpleegkundigen in het overhoop schieten van een hoofdpersoon mijn persoonlijke frustratie zagen. Ze vroegen zich af tegen wie dat gericht was. Maar ik schrijf niet voor de lezers. Ik begin gewoon met iets dat me bezighoudt en als dat anderen wat doet vind ik dat mooi meegenomen. Dan schrijf ik het meest puur over wat mij treft. Aan reacties merk ik dat het veel mensen raakt. E-mails, briefkaarten en mensen die me aanspreken in de supermarkt. In het begin schrok ik daar van. Vooral wie zelf iets heeft meegemaakt, en dat blijken er veel te zijn, herkent dingen. Nog steeds moet ik wennen aan persoonlijke reacties. Ik schrik niet meer maar vind het soms zelfs hartverwarmend.


09-09-2008
Paniek
Langzaam word ik wakker. Een beetje met lichte paniek. Met niet thuis te brengen onrust. Op mijn horloge zie ik dat ik nog maar amper twee uur heb geslapen. Ik draai me op mijn rug en mijn onrust wordt groter. Zin om alles kapot te gooien krijg ik of hard te schreeuwen. Dat doe ik niet maar ik kreun behoorlijk hard. Ik moet geluid maken. Gelukkig lig ik nu alleen. Hoewel gelukkig? Wakker maken doe ik dan wel niemand maar een bedgenote kan me ook gerust stellen of troosten. Met mijn rechterhand zoek ik de schakelaar en laat de rugleuning rechtop komen. Mijn benen, mijn benen! Wat een rotgevoel, ik kan er bijna niet tegen. Tintelingen en onrust en ook het ontbreken van meer gevoel. Met mijn handen trek ik ze op. Dat voelt in ieder geval beter. Ik doe mijn bedlamp aan en zoek de afstandsbediening van mijn tv. Daar wordt het niet echt beter van. De één na de andere zender toont dom kijkende dames in half ontklede toestand. Erotisch is het allerminst en je moet wel heel erg omhoog zitten als je één van de nummers belt die ze onophoudelijk in de microfoon zeuren. Ik zap er altijd in hoog tempo langs. Ook de Duitse zenders hebben niet veel. Eentje heeft gelukkig nog een herhaling van de Duitse versie van ‘Railaway’. Gewoon een camera naast de machinist op de rails gericht. Aanzetten als de trein begint te rijden en pas ophouden als de band vol is. Kost bijna niks om te maken en het beweegt toch. Ik graai mijn mp3 speler van tafel en zoek bijpassende muziek. De onrust neemt langzamerhand af. Later leg ik mijn benen recht. Nog later gaat mijn mp3 speler uit. Rugleuning weer omlaag en ik val ongemerkt in slaap. ’s Ochtends is het licht. De paniekaanval lijkt weer ver weg.


02-09-2008
Oplossing
‘Ski’s moet u ook zelf betalen. Uw aanvraag wordt niet gehonoreerd’. Aan de telefoon een meisje van het Zorgloket. Ik heb een Berkelbike aangevraagd. Een soort handbike met pedalen voor mijn voeten. Door elektroden in een speciale broek krijgen mijn beenspieren steeds een opdonder en gaan trappen. De Berkelbike maak ik aan mijn rolstoel vast en dan trainen maar. Sportief en ook erg goed voor mijn spierontwikkeling, doorstroming van bloed en vocht en nog veel meer. Mijn lichaam gaat door het gebruik van de grote beenspieren zelfs weer grote hoeveelheden endorfine aanmaken. Startende Berkelbikers worden ook gewaarschuwd kalm te beginnen want anders ga je makkelijk over je grenzen heen. Het apparaat is duur zoals alle aangepaste dingen. Ik mag een sportrolstoel aanvragen maar het meisje vindt dat dit niet binnen die regels valt. Met de verwijzing naar de ski’s wijst ze het af. Overvallen, word ik pas achteraf kwaad. Wat denkt het kreng wel. Mijn ski’s liggen nog in de schuur. Met alle plezier zelf betaald en ik zou er graag het tienvoudige voor betalen als ik ze weer kon gebruiken. De brief met de afwijzing komt nog. Daar mag de gemeente dertien weken over doen. En inderdaad, ze houden zich keurig aan die termijn. Daarin geven ze wel de oplossing: mijn ziektekostenverzekeraar vergoedt dit. Kort daarna krijg ik de afwijzing van de verzekeraar van zorg in de publieke sector. ‘Wordt niet vergoed want het staat niet op het lijstje van hulpmiddelen’.  De minister van Welzijn had juist in een brief aan de Tweede Kamer gevraagd van deze lijst af te wijken. ‘Techniek gaat verder’,  zegt hij wijs. ‘Nieuwe ontwikkelingen moeten opgenomen worden, anders vallen mensen buiten de boot’.  De kopie hiervan die ik bij mijn aanvraag heb gedaan is niet eens gelezen. Ook het verzekeringsbedrijf heeft de oplossing. Stellig staat er: uw gemeente vergoedt dit soort aanvragen’.


26-08-2008
Zwaaien
Het was zondag, mooi weer en ik had niet veel te doen. Mooie dag om eindelijk eens die foto te maken die ik me al een tijdje geleden voorgenomen had te maken. Niet zo heel ver van mijn huis gaat de autoweg met twee viaducten over het kanaal. Naast het kanaal loopt er ook een weggetje onderdoor. Ik had daar eerder al eens staan kijken naar de gebogen lijnen van de twee overspanningen. Strak, wit en grijs beton en daar boven, vandaag tenminste, mooie strakblauwe lucht. De foto zou goed passen in mijn serie van strakke composities met lijnen. Mijn camera had ik al opgeladen. Handbike voor de rolstoel en daar ga ik. Straat uit richting kanaal. Hoe staat de zon nu bij het viaduct, vroeg ik me onderweg af. Zie ik ter plekke wel, dacht ik. Anders kom ik later terug, wanneer de zon beter staat. Het is rustig onderweg. Weinig fietsers en ander verkeer. Bij het viaduct is het helemaal rustig. Onzichtbaar jagen de auto’s boven mijn hoofd over het asfalt met een geraas dat me aan de branding doet denken. Ik pak mijn camera en zoek een goed standpunt. Precies zoals ik dacht. De lijnen komen mooi uit. Het is bijna te makkelijk. Naast het weggetje, in het zand, is een nog beter standpunt. Met mijn handbike aangekoppeld rij ik er naar toe. Prachtig! Het ideale beeld. Ik maak mijn foto’s en wil verder. Camera weg en trappen met mijn bike. Geholpen door de motor van de trapondersteuning spint het voorwiel enthousiast rond. Het zand is te mul. Mijn voorwiel heeft geen grip. Ik baal maar moet ook om mezelf lachen. Even later zie ik een oudere wandelaar aankomen. Ik zwaai en roep. Hij kijkt en loopt gewoon door. Bijna voorbij komt de man toch mijn richting uit. ‘Heeft u naar mij gezwaaid?’ vraagt hij.


19-08-2008
Gouden tip
Wonen doe ik al mijn hele leven lang. Eerst bij ouders en later zelfstandig. Hoewel ik tijdens vakanties een aardige zwerver kon zijn, ben ik nooit dakloos geweest. Gaandeweg mijn leven ontdekte ik dat ik wonen en werken graag combineer. Op een bepaald moment was het zelf geen voorkeur meer maar een manier van leven. Werk en prive liepen naadloos door elkaar. Midden tachtiger jaren kwam ik als freelancer in de journalistiek terecht. Kort daarna kwamen daar beroepsmatig de fotografie en beeldende kunst bij. Eerst zocht ik naar een atelier buitenshuis. Dat werkte niet goed. Totdat ik binnen mijn budget een huis vond waar ik kon wonen en werken. Dit huis, waar ik nu nog woon. Ik ben er vanuit de revalitaria tijdelijk in terug gekomen omdat het alternatief dat me werd voorgehouden helemaal verschrikkelijk was: verpleeghuis. ‘Tijdelijk hoor’,  werd mij verzekerd. Van mijn keuze heb ik geen moment spijt gehad. Maar langzamerhand begint de tijd te dringen. Dit huis wordt niet aangepast omdat het hoe dan ook voor een rolstoeler geen praktische woning oplevert. Daar kan ik, na een tijdje van zelf oordelen, inkomen. Ik heb een urgentie voor een rolstoelwoning. Maar die komen niet zo vaak vrij. En ze zijn eigenlijk voor mij te klein. Afgelopen vrijdag werd ik gepolst voor een woning waar ik zelfs mijn handbike niet kwijt kan. Valt misschien ook niet mee voor de betreffende organisaties om mij onder een goed dak te helpen. Maar ik vertik het ook om geraniums te moeten kweken om achter te gaan zitten. Ik blijf werken en met mijn vak bezig. En ik probeer toch mijn droom te verwezenlijken. Afgelopen week ben ik een persoonlijk offensief begonnen. Via alle mogelijke kanalen die ik heb, probeer ik een gelijkvloerse woonmogelijkheid te vinden met een ruimte om te kunnen werken. Nu hoop ik op de gouden tip.


12-08-2008
Transpiratie
Tegen mijn gewoonte in had ik mijn wekelijkse column niet op zondag geschreven. Dom natuurlijk maar het kwam er gewoon niet van. Ook een beetje luiigheid en denken van: dat doe ik morgen wel. De druk van de deadline van de krant was er deze week niet. Die is er volgende week pas weer. Nu alleen voor de website en die wordt altijd later gepubliceerd. Morgen werd nog een keer morgen en daarna nog een keer. En toen werd ik niet lekker. Ik viel uit en dat voor behoorlijk wat dagen. Nog niet eerder gehad. Ja, lang geleden in het ziekenhuis of in de revalitaria. Dat weet ik niet meer precies. Of ik nu last van de warmte had of iets anders onder de leden, ik weet het niet. Was in ieder geval helemaal kapot. Er scheen een buikgriep te heersen, maar ik was niet misselijk. Heel erg moe, dat wel en soms wat duizelig. Op de dag dat het losbarste moest ik er zelfs een trouwerij voor afzeggen waar ik toch al een tijdje naar uitgekeken had. Jammer. Maar lichamelijke overmacht. Lag zo’n beetje hele dagen in bed te slapen en dan sliep ik ’s nacht ook nog. Begon er op een bepaald moment over te denken om de hulp van de huisarts in te roepen. Tegen het weekeinde begon het beter te gaan. In ieder geval was ik zondags weer aardig op de been. Voelde me verplicht de column te schijven en bleef de hele week dat gevoel houden. Erg vervelend want tegen alle gewoonte in kwam de inspiratie dit keer niet. Nu is kunst, en dus ook schrijven, tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie. Daarom stinken kunstenaar altijd zo. Maar goed. Ik vind dat er geen gat in de columns mag vallen. Dus wat te laat toch deze verklaring en geschreven met pure transpiratie.


05-08-2008
Rechtop
Het was er bij tussenpozen stil maar nu ben ik aan het werk in de fotostudio. Buiten is het bloedheet. Binnen is het door het hoge plafond beter. Ik fotografeer vandaag een heel speciaal model. Een jonge vrouw van midden twintig. Ze heeft eerder geposeerd en haar moeder toont me een mapje met fraaie modelfoto’s. In de studio geschoten. Houding zus, houding zo, lachje, gewaagde blik, wisselende kleding. Ik zie een mooie meid en prima foto’s. Ze zijn ongeveer twee en een half jaar geleden gemaakt. Intussen is er bij haar erg veel gebeurd. Zo’n twaalf meter, om precies te zijn. Dat viel zij omlaag, een paar dagen na haar fotosessie. Het fotomapje werd bezorgd toen dochterlief helemaal in de kreukels en zwaar in coma in het ziekenhuis lag. Hersenletsel. Dankzij de tomeloze inzet van haar meer dan energieke moeder leeft ze nog. De doktoren in het ziekenhuis pasten al palliatieve sedatie toe. Euthanasie waarbij de patiënt in diepere slaap wordt gebracht en geen vocht meer krijgt. Je gaat dan gewoon dood. Als een woedende tijgerin kwam ze voor haar dochter op, sleurde haar bijna letterlijk uit de diepe coma en stelde haar eigen leven geheel in dienst van de revalidatie van haar kind. ‘Wil je leven?’ vroeg ze haar comateuze dochter voortdurend. Totdat haar ogen open gingen. Nu leeft ze, kijkt geïnteresseerd de wereld in, rookt een sigaretje, lacht, of niet. Want ze kent ook haar stemmingen. Ze heeft nog een lange weg te gaan maar legde al een o zo lange weg af. ‘Dit hebben we nu in twee en een half jaar bereikt’, vertelt de moeder trots. Vandaag gaan we foto’s maken. Wanneer ze weer loopt wil haar moeder samen met haar het ziekenhuis binnen wandelen waar ze dood werd verklaard. Dan kom ik foto’s maken. Rechtop. Want tegen die tijd sta ik ook weer.


29-07-2008
Uitzoeken
Mijn twee charmante tafelgenotes lachen wanneer ik vertel over mijn zoektocht naar een aangepaste auto. We hebben net ijs gegeten op een terras en nemen nog een drankje na. We zijn met twee rolstoelers en één scootmobielster. Onlangs heb ik met succes mijn rijproef afgelegd. Ik mag weer autorijden. In een auto met aanpassingen dan. In de auto waarin ik mag rijden moet ik met mijn linkerhand gas kunnen geven en remmen en met mijn rechterhand kunnen sturen. Drie lessen kreeg ik om er aan te wennen. Toen de rijproef. Met tien minuten was ik klaar. De man van het CBR vond het uitstekend. Hij had me natuurlijk de eerste keer met de test ook al gezien en ik reed voor mijn ongeluk al ruim dertig jaar. Ik krijg formulieren thuis waarmee ik naar het gemeentehuis moet. Daar zetten ze een stempel in mijn rijbewijs waaruit blijkt met welke aanpassingen ik mag rijden. Nu alleen nog een auto. Ik kies voor een busje. Bij een gewone auto heb ik namelijk een probleem. Ik kom zelf nog wel een keer in die auto maar dan krijg ik mijn rolstoel nog niet naar binnen. Daar zijn hulpmiddelen voor maar weer niet voor mijn type rolstoel. Bij een busje kan ik met stoel en al met een lift binnen komen. Ook makkelijk bij slecht weer. Dan rij ik binnendoor naar voren en schuif over op de bestuurdersstoel. De rolstoel zet ik achter mij vast. Vergoedingen zijn niet dik gezaaid dus ik zocht naar een tweedehands met de geschikte aanpassingen. Die zijn er niet veel. De meeste busjes zijn voor vervoer van rolstoelers. Niet voor een rolstoeler die zelf wil rijden. Wel vond ik voor de tweede keer een grote Amerikaanse bus met aanpassingen. De dames lachen hartelijk als ik het vertel. ‘Je zoekt het er gewoon op uit’,  klinken ze eensgezind.


22-07-2008
Uitsluiten
‘Heb je dat gisteren gezien van die jonge turnster?’ een goede vriendin belt mij zondagochtend enthousiast op. Het programma ‘Een Vandaag’ volgde het verhaal van de dertienjarige turnster Imke Glas. Vorig jaar viel ze tijdens een uitvoering en brak haar nek. ‘Complete dwarslaesie en je zult nooit meer lopen’, had de neurochirurg gezegd. Inmiddels loopt ze weer en is zelfs weer aan het turnen. Mijn hulp van zondagochtend had mij er ook al over verteld. De wervels van de jonge turnster waren verschoven en knelden de zenuwbanen af. De chirurg opereerde haar kort na de val, zette de wervels weer recht en schroefde er een metalen plaatje op voor de stevigheid. Iedereen is verbaasd en de doktoren spreken van een wonder. Maar bekijk de zaak eens nuchter. Het meisje is meteen na de klap naar het ziekenhuis gebracht. Gebroken nek, erg vervelend. Maar de chirurg zette kort daarna de wervels al weer recht. Zenuwbanen vinden dat soort behandelingen natuurlijk nooit leuk. Die gaan zich eerst verzetten. Ze doen even niks meer en geef ze eens ongelijk. Omdat ze niet meer in de knel zitten, komen de zenuwbanen tot rust en op een bepaald moment vinden ze het wel weer lekker om signalen door te geven aan handen en benen. Ze zitten in een jong lichaam en daar gaat alles nog wat sneller. Prachtig natuurlijk voor het meisje en haar ouders. Zoiets wens je alle dwarslaesiepatiënten toe. Maar waar ik ook hier weer over val is de houding van de neurochirurg. ‘Jij zult nooit weer lopen’, dat is nogal iets om uit te spreken. De praktijk wijst inmiddels uit dat er nog van alles mogelijk is. Daar zet ik ook mijn kaarten op in. We hebben hoop nodig en een ander taalgebruik. Neurochirurgen, studeer maar vast op het volgende antwoord: ‘Lopen? Wie weet. We sluiten het zeker niet uit’.


15-07-2008
Vreemd
‘Maar eerst ga ik naar je luisteren’,  ik hoor een voice over stem terwijl ik kijk naar een vriendelijke man met grijs haar. Hij is hier voor het eerst en vindt de wereld mooi, maar soms wat vreemd. Ondertussen hoor ik een ontspannend melodietje. Het is een reclamespot die al weer een tijdje draait. Goh, dacht ik. Lekker melodietje, mooie tekst en grappig mannetje. Maar waar is het nu reclame voor? Inmiddels weet ik beter en nu blijkt dat ik een beetje achter loop. Drie grote kabelboeren, Casema, @Home en Multikabel, zijn samengegaan en noemen zich nu Ziggo. Hoezo, hier voor het eerst? Communicatie is altijd belangrijk en dat blijkt hier ook weer. Bedrijven en instellingen die groter worden, geven meestal één grote bak ellende. Dat zag ik vorig jaar met de hulpmiddelenmaffia die ineens ging opereren vanuit landelijke callcenterforten. Gedwongen door de wet van het voortschrijdend inzicht maakten ze dat inmiddels weer ongedaan. Nu kan ik gewoon weer bellen met de lokale vestiging. Inderdaad. Ga eerst maar eens luisteren en klachten waren er te over. Ziggo gaat diezelfde weg en internet staat bol van reacties van ontevreden klanten. ‘Ik denk dat het anders kan’, zegt de man in de reclamespot. Alweer communicatie. Door mijn handicap heb ik met ontzettend veel instanties te maken. En ze communiceren allemaal anders. Zo ook het UWV, de verzekeringsmaatschappij die mijn arbeidsongeschiktheidsuitkering vaststelt en uitbetaalt. De bedrijfsarts leek licht autistisch. De man schopte mij drie keer onder de tafel en reageerde pas toen ik daar een opmerking over maakte. De arbeidsdeskundige was aardig en bijzonder communicatief. Maar in de lagere echolons is een cursus klantvriendelijkheid niet overbodig. Ik belde omdat mijn uitkering uitbleef door een fout van het UWV. De dame die mij te woord stond klonk streng en bits. Ik vind de wereld ook mooi, maar inderdaad: soms een beetje vreemd.


08-07-2008
Voorrang
Ik heb er een lekker gangetje in met mijn handbike. Het is mooi weer, ik had niet veel te doen en dacht: ‘kom ik ga eens lekker het buitengebied in’.  Weer terug in de bewoonde wereld komt mij een groepje fietsers op leeftijd tegemoet. Ze zijn net opgestapt en steken de straat over naar hun eigen kant. Allemaal behalve één mevrouw. Die blijft heel kalm op mijn weghelft fietsen en kijkt mijn richting uit. Ik vraag mij even af of ik onzichtbaar ben geworden. Ineens krijgt de vrouw op mijn weghelft haar gezichtsvermogen terug want met een verschrikte schok stuurt ze naar haar eigen weghelft. Andere weggebruikers weten niet altijd hoe ze op mijn handbike moeten reageren. Soms raken ze door mijn snelheid in verwarring. Ik ga namelijk net zo snel als fietsers en ook wel eens sneller. Ook krijg ik voorrang waar ik het niet verdien. Kan levensgevaarlijk zijn. Een vriendelijke automobilist wilde mij bij een kruising eens voor laten gaan. Hij stopte maar ik zag nog net hoe een hufter achter hem er snel rechts over het fietspad langs heen ging. Was ik inderdaad voor gegaan dan had ik zeer waarschijnlijk in de kreukels gelegen. In mijn rolstoel val ik op. Mensen kijken. En in mijn handbike in het verkeer val ik nog meer op. Als ik straks weer auto rij is dat anders. Dan zit ik weer in zo´n anoniem blik waar iedereen in zit. Ik onderscheid me nog van anderen door merk en kleur maar niet meer door me anders voort te bewegen. Want niemand kan aan de buitenkant zien dat ik met mijn handen gas geef en rem. In het verkeer wordt ik gewoon weer net zo behandeld als alle anderen. Ik wordt gesneden of ingehaald, of ik haal zelf in. En het leukste: ik kan weer zelf iemand anders voor laten gaan.


01-07-2008
Opstaan
Met een collega ga ik dwars door de stad. We zijn op weg naar een vergadering en onderweg botert het niet echt zo tussen ons tweeën. Ruzie is het niet maar we zijn het zeker niet met elkaar eens. We naderen de vergaderplek bij mensen thuis in de woonkamer. Er zitten al wat anderen op de grote hoekbank rond de salontafel. Koffie en thee staan klaar en een schaal met koekjes. Dat ziet er goed uit. Mijn collega en ik schuifelen wat om een goede plek te vinden. ‘Waar ga jij zitten?’, vraagt de gastvrouw mij. ‘Hoezo, ik zit toch al?’ antwoord ik. Dan valt me op dat ik groter ben dan mijn gastvrouw. Die staat naast me en ik kijk een beetje naar beneden. Ik kijk naar mezelf en zie dat ik op mijn benen sta. Mijn rolstoel staat in de gang. ‘Ik sta’, stamel ik stomverbaasd. ‘Zonder het te merken ben ik uit mijn rolstoel gestapt. Moet je eens kijken, ik sta!’ Zelf kan ik het bijna niet geloven maar de anderen zijn minder verbaasd. Ze komen bij me staan en kloppen me bemoedigend op mijn schouders. Dan moet ik op de bank gaan zitten. Ze willen beginnen te vergaderen. Ik word wakker in mijn bed. Dus toch een droom, maar het voelde zo echt aan. Toch ben ik niet teleurgesteld want zo’n droom maakt me weer alert. Ik ben veel aan het oefenen en met therapieën bezig. Al of niet zelf bedacht. En dit is waar ik het allemaal voor doe. Dat zakt na zo’n lange tijd trainen wel eens weg maar nu ben ik er weer. Ik trap niet voor niks iedere dag op mijn zelfgehuurde bewegingstrainer. Steeds ietsjes langer. De laatste tijd voel ik spieren in mijn benen trekken en voortdurend tintelingen en een warm gevoel. Geduld, want straks ga ik echt opstaan.


24-06-2008
Automobiel
 ‘Ik zie niks in de rechterbuitenspiegel’, zeg ik van achter het stuur. ‘Maar ik wel’,  grijnst de rij instructeur terug. Voor het eerst in bijna twee jaar zit ik weer op de linker stoel van een personenauto. Achter het stuur Zoals ik dertig jaar lang gedaan heb. Vele, vele kilometers heb ik gevreten in zo’n beetje alle Europese landen. Italiaanse autostrada’s, bochtige Alpenweggetjes, Spaanse binnensteden, ik reed altijd met veel plezier auto. Ook links rijden. Zo lang al die anderen tenminste ook links rijden. Zelf weer autorijden bleef dan ook mijn ideaal. Kan ik weer zelf gaan wanneer ik zelf wil. Dus heb ik weer rijles. Mijn rijbewijs is gewoon geldig gebleven na mijn ongeluk. Alleen mag ik op dit moment niet rijden. Ik moet eerst een rijtest doen. Bij de rijschool van mijn revalitaria kan dat niet. De aanpassingen in die auto zijn zeer beperkt. Naar Den Bosch moet ik, waar ik eerst praat met iemand van het Centraal Bureau voor Rijvaardigheid (CBR) en een rij instructeur. Met de linkerhand gas geven en rechts sturen, adviseert de CBR-er. De instructeur klikt de aanpassingen in de geavanceerde lesauto en dan mag ik achter het stuur. Het voelt meteen wonderlijk vertrouwd. Alleen kan ik de pedalen nu niet gebruiken. Mijn linkerhand rust in een soort slede waarmee ik gas geef en rem. Op het stuur een knop zoals heftruckchauffeurs die ook hebben. Dan gaan we rijden. Een paar straten moet ik wennen maar al snel is het heel bekend. Ik rij door smalle straten, ga over drempels, wijk uit voor fietsers en tegenliggers en ga zelfs een stukje ringweg op waar ik tachtig mag. Heerlijk! ‘Ik heb er alle vertrouwen in’, zegt CBR. Twee, hooguit drie lessen denkt de instructeur dat ik nodig heb om aan de aanpassingen te wennen. Nog even en dan ben ik weer automobiel.


17-06-2008
Donor
Ik zag een vreemd uitziend aapje. Grote ogen, mond open. Het beestje was duidelijk bang. Mannen en vrouwen in witte jassen er om heen. Maar iets was niet in orde. Het hoofd van het arme beestje zat niet op zijn eigen lichaam, hoorde ik de wetenschapper zeggen. Het was op tv en ik kwam er tijdens het zappen langs. Trots vertelde de onderzoeker dat het hem gelukt was het hoofd van een aapje los te schroeven en op een ander lichaam vast te knopen. Hij had niet alles vastgemaakt, vertelde hij nog. Want dat was voor dit onderzoek niet nodig. Daarom was het te veel werk. Zijn doel was alleen maar aan te tonen dat het mogelijk is. Straks kan het ook bij mensen en dan knoopt hij wel alles weer aan elkaar. Eerst was ik verbijsterd. Afschuwelijk vond ik het. Maar ik zag ook de mogelijkheden. Medici transplanteren al allerlei losse onderdelen en het hoofd is ook een los onderdeel. Vingers en zelfs een hand kunnen ze er tegenwoordig al weer aan zetten. Borsten worden vergroot en via spammail krijg je voortdurend aanbiedingen voor penisvergrotende middelen. Dus waarom niet meteen je complete lichaam vervangen voor iets dat je beter bevalt. Sekseveranderende operaties zijn niet meer nodig. Gewoon het hoofd meteen op een vrouwen-, dan wel mannenlichaam plakken en de rest gaat vanzelf. Ik zelf zou een lichaam uitzoeken dat nog een beetje redelijk kan lopen. Het lichaam van een sporter hoef ik niet. Dat moet je ook bijhouden en dat is erg vermoeiend. Liever een doorsnee lichaam dat niet te veel onderhoud vraagt. Dat met een beetje beweging op zijn tijd tevreden is. Zal eens beginnen met om mij heen te kijken naar een geschikte kandidaat. Want je weet maar nooit. Wanneer het zo ver is wil ik toch wel een geschikte donor achter de hand hebben.


10-06-2008
Kalm aan
‘Haast je als je tijd hebt, dan heb je tijd als je haast hebt’. Als jonge journalist kreeg ik dat eens mee van een oude rot in het vak. Ik was te laat met een verhaal. Kon toen nog moeilijk de tijd inschatten die ik nodig had. Ging ’s avonds laat door want het verhaal moest af. Gelukkig kon ik het al via een digitale lijn naar de centrale computer van de redactie doorsturen. Ik hoefde dus de deur niet uit. Maar het verhaal werd er niet beter door. Later leerde ik rustig naar bed te gaan en een uurtje eerder op te staan. Met een verse kop koffie zag de dag er fris uit en ramde ik het verhaal zo uit mijn toetsenbord. In mijn werk werd ik rustiger en liet mij de kop niet meer gek maken. Wat bleef was mijn snelle motoriek. Op de één of andere manier ging dat bij mij altijd sneller dan bij anderen. Hoe rustig ik ook was. Mijn reflexen konden zich meten met die van een tafeltennisspeler. Onbewust verraste ik midden in een betoog mijn toehoorders eens door een van tafel vallende pen uit de lucht te plukken zonder dat ik mijn verhaal ook maar een moment hoefde te onderbreken. Kalmte zag er bij mij altijd al anders uit. Sinds ik in mijn wielstoel zit moet ik van velen kalm aan doen. ‘Doe maar kalm aan’, zegt de badmeester meestal wanneer ik in het zwembad heel kalm in de badlift probeer te komen. Een hulp van mij zegt het ook regelmatig en zo nog heel wat mensen. Niemand zegt meer: ‘schiet eens op’. Discriminatie dus want geregeld schiet ik op en ik hou nog steeds van opschieten. Mag niet meer dus. Onze beroemde regionale cabaretier Herman Finkers voelde dat haarfijn aan met zijn uitspraak: ‘Kalm aan en rap wat’.


03-06-2008
Gifmengers
We leven in een technologische maatschappij. Ook onze geneeskunde richt zich vooral op technologische hoogstandjes. Reguliere artsen koppelen het lichaam los van de geest. Vervolgens verdelen zij het lichaam in onderdelen die niks meer met elkaar te maken hebben. Je hebt iets aan het hart, de maag, darmen of misschien wel aan je hersenen. Een specialist behandelt alleen dat ene onderdeel. Van de rest weet hij niet veel. Zo heb ik al een tijdje last van een gemene bacterie in mijn blaas. Het is een lichaamseigen bacterie. Alleen hoort die niet in mijn blaas te zitten. Mijn uroloog schrijft antibiotica voor. Klinkt logisch. Maar na de zoveelste kuur zonder resultaat kijk ik eens verder. Volgens iemand met een praktijk klassieke homeopathie kan het heel goed met mijn weerstand te maken hebben. Haar aanpak: mijn weerstand verhogen zodat die bacterie bij mij geen voedingsbodem meer vindt. Klinkt ook logisch. Mijn uroloog kijkt glazig als ik dit met hem bespreek. Daar weet hij niks van, vertelt hij. Ondertussen ben ik hard bezig mijn weerstand omhoog te schoppen. Probiotica. Antibiotica doodt namelijk ook goede bacteriën en daardoor kun je nog verder van huis raken. Verder nog een middeltje dat mijn weerstand stimuleert en natuurlijk extra vitamine C. Dat heet allemaal alternatief en dat is raar natuurlijk. Want alternatief voor wat? Uiteindelijk heeft de reguliere geneeskunde dezelfde basis als wat nu alternatief heet. Het begon allemaal met het eten van bepaalde bessen of het insmeren met sap van die ene wortel. Er ging wel eens wat mis en er ging wel eens iemand dood. Dan wist je dat je die ene bes niet mee moest eten. Daar leer je weer van. En soms moet je giftige kruiden mengen en dat doen we nog steeds. Want zowel de reguliere geneeskunde als de alternatieve komen gewoon voort uit de cultuur van de ouderwetse gifmengers..


27-05-2008
Handicap
Afgelopen zondag was het een jaar geleden dat ik de deuren van de revalitaria achter mij dichtsloeg om weer naar huis te gaan. Een grote overgang. Mijn huis was niet veranderd. Ik wel. Op mijn rug vastgebonden werd ik er augustus 2006 uitgedragen. In een karretje op wieltjes rolde ik er vorig jaar weer binnen. Nu is zelf rollen altijd nog beter dan op je rug vastgebonden liggen. Er is al veel gebeurd en ik ga er van uit dat er nog veel gaat gebeuren want ik wil weer uit dit karretje. De dag was eigenlijk voorbij voordat ik het goed en wel besefte. Wel heb ik natuurlijk terug gekeken op dat jaar. Tijdens het ontbijt schoot me ineens een gesprek te binnen met één van de ergotherapeuten. Het was zo tegen het einde van mijn verblijf in het centrum. Hoe het gesprek ging weet ik niet meer maar wel dat ik het op een bepaald moment over handicap had. ‘Beperking’,  zo werd ik door haar terechtgewezen. Dat klinkt minder erg, hoewel het geen moer aan mijn situatie verandert. Nu zijn wij Nederlanders kampioen woordsteggelaars. Schoonmakers bijvoorbeeld heten interieurverzorgers, boeren zijn agroproductiekundigen en mensen die van praten hun beroep hebben gemaakt heten politici. Mensen met een handicap moesten volgens deze ergotherapeute mensen met een beperking heten. Op zich een enorme gelijkschakeling natuurlijk want ieder mens is beperkt. Niemand is ongelimiteerd in zijn lichamelijke en geestelijke vermogens. Maar dat was niet wat zij bedoelde. De Dikke van Dale geeft bij ‘handicap´ als verklaring: ‘lichamelijk of geestelijk gebrek.’. Klinkt inderdaad niet zo leuk. Maar dat is ‘beperking’ ook niet. Volgens de tweede verklaring van de Dikke van Dale is een handicap iets dat sterke sporters bij bepaalde wedstrijden meekrijgen zodat zwakkere broeders ook een kans hebben. Alleen de sterken krijgen een handicap. Vind ik eigenlijk zo’n gekke verklaring nog niet.


20-05-2008
Echt gesprek
Wat ik sterk onderschatte is de ambtelijke molen waar ik ongewild in terecht ben gekomen. En het grote aantal instellingen en organisaties die zich tegenwoordig met mij bemoeien. ‘Eén loket’ zo klonk het een aantal jaren geleden. Ik had er toen zelf nog niet mee te maken maar het leek me niet gek. Een logisch idee eigenlijk, dat ik zelf bedacht had kunnen hebben. Inmiddels weet ik helaas beter. Zoveel organisaties er zijn, zoveel loketten zijn er. Sommige organisaties hebben zelfs meer loketten die van elkaar niet weten wat ze doen. Dan gaat er ook nogal eens wat mis. Bijvoorbeeld wat wonen betreft. Ik heb een WMO indicatie. Dat is de in 2007 ingevoerde Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Een WMO indicatie betekent voor mij dat ik recht heb op een rolstoelwoning. Daarnaast moet ik ook ingeschreven staan als woningzoekende. Maar dat stond ik al. Samen met mijn toenmalige relatie. Dat is helaas over maar mijn inschrijving kon worden opgesplitst. ‘Mooi’,  dacht ik en alles werd zomaar telefonisch geregeld. ‘Mooi niet’, bleek later want mijn inschrijving was plotseling zoek. Ik kon hoog of laag springen maar moest mij opnieuw inschrijven. Dat kon en deed ik via een website die daar speciaal voor is. Twee maanden geleden belde ik eens om te horen hoe het met de wachtlijst staat. ‘Ik stond niet ingeschreven’,  kreeg ik te horen. Opnieuw kon ik hoog of laag springen. Kreeg er ook nog zelf de schuld van. Had ik maar beter op moeten letten. Maar via de website kon ik me inschrijven. Ik erg kwaad dit keer. Inmiddels een goed gesprek gehad met de woningbouwvereniging waar ik momenteel van huur. Kreeg antwoorden op vragen die de urgentiecommissie mij niet kon beantwoorden. En wat de commissie niet zei maar de goed luisterende consulent wel: ‘excuus, er is veel misgegaan’. Er was ineens een écht gesprek mogelijk.


13-05-2008
Hebbes!
Pijn deed mijn schouder en behoorlijk ook. Overbelast volgens mijn fysiotherapeut. Mijn rechterarm is beter dan mijn linker waardoor ik bijna automatisch meer met rechts doe. Daar is zo’n arm niet voor gemaakt. Die gaat protesteren. Vooral zijwaarts reiken was erg pijnlijk. Een kopje van het aanrecht pakken: auw! De kraan open draaien: oei! Ook handbiken moest ik even vergeten. Daar gaat mijn mobiliteit en ineens voelde ik mij erg gehandicapt. Zondag de hele dag echt niets gedaan. Lekker in de zon, oortjes van mijn mp3 speler in en de hele wereld vergeten. ’s Avonds bezoek die mij alles aanreikte en aangaf. Dat vond ik nu niet erg. Eergisteren voor het eerst in dagen echt een stuk beter. De pijn was niet weg maar ik kon weer iets. ’s middags er met de handbike op uit. Ik kon het weer. De pijn die er nu nog zit moet blijkbaar wegslijten. Nu zit ik in de zon achter mijn huis. Ik heb me voorgenomen ieder uur een kwartier helemaal niks te doen. Mijn schouder rust te gunnen. Op de grond scharrelt mijn vaste bezoekpoes. Sinds vorig jaar zoekt het zwart-wit gevlekte diertje mij bijna dagelijks op. Met mooi weer komt hij ook binnen. Nog altijd schuchter want het is geen grote held. Maar ik weet ook niet welke trauma´s het beestje misschien wel heeft meegemaakt. Hij zit nu heen en weer te springen. Vliegjes vangen, denk ik. Maar ik zie geen vliegjes. Ik begin op te letten en ineens zie ik het. Een kleine lichtvlek beweegt nerveus langs de wand. Ik doe het zelf. De zon weerkaatst in de wijzerplaat van mijn horloge en iedere beweging van mijn arm wordt uitvergroot op de wand. De poes springt bovenop de lichtvlek. Ik weet wat hij denkt: ´hebbes!´ Lachend beweeg ik mijn pols de andere kant op. De poes volgt enthousiast.


06-05-2008
Regisseur
Het blijft wennen. Gewoon zeggen hoe ik het wil hebben en dat anderen het dan uitvoeren. Ik ben als kunstenaar uitgenodigd mee te doen aan een beeldenroute in een buitenaf gebied achter Oldenzaal. In een compact gebied bouwen twintig kunstenaars beelden, installaties en objecten op in weilanden en op boerenerven. De beeldenroute geeft  kunstenaars de gelegenheid eerder gemaakt werk in een nieuwe omgeving te plaatsen. En zoals de meeste kunstenaars eigen. Ook aan eerder gemaakt werk geef je weer een nieuwe draai. Ik ook. Hiervoor gebruik ik drie grote zwarte mannen van plaatmateriaal die eerder deel uitmaakten van een installatie. Nu zet ik ze zelfstandig in het landschap. De harten en ogen zijn er uit gezaagd. De titel: ‘Uit het oog, uit het hart’. Ik heb het hele ontwerp gemaakt maar voor het uitzagen krijg ik hulp van een bevriende kunstenaar. Hij bevestigt ook de constructie waardoor ze rechtop blijven staan. Ze komen boven op een heuvel bij een boerderij. Voor het schilderen heb ik weer andere hulp. Dat duurt twee dagen en ik heb iedere dag een ander die me helpt. Met het op de plek zetten krijg ik hulp van twee bevriende kunstenaars die me vaker helpen. We gaan op weg en ik geef aanwijzingen. ‘Iets naar links’, ‘nu naar rechts, nee, andere rechts’, ‘iets draaien’, ‘ja zo is het goed’.  Waarop zij de beelden met behulp van een grondboor vast zetten. Dankzij de voorbereidingen gaat het snel. Wanneer het klaar is maak ik een serie foto’s voor mijn eigen documentatie. Niemand doet moeilijk over de toegestoken handen. Gelukkig doet ook niemand moeilijk over mijn aanwijzingen. Speelt natuurlijk wel mee dat we elkaar goed kennen en ook voor mijn ongeluk al vaker intensief hebben samengewerkt. Maar wennen blijft het voor mij nog steeds. Regisseren vond ik nooit erg. Maar dit is regisseren tegen wil en dank.


29-04-2008
Derde oog
Op tv zag ik een breed gespierde bodybuilder die vertelde wat hij allemaal deed om zijn lichaam zo ver te krijgen. Zich in het zweet werken natuurlijk en bepaalde voeding. Het resultaat is er dan ook naar. Je houdt er van of je houdt er niet van. Ik hou er niet van. Hoewel ik best íets gespierder zou willen zijn. Maar ik vind het indrukwekkend hoe iemand zijn eigen lichaam zo kan modelleren. Een soort beeldhouwen, maar van binnenuit. Vooral door training en eten. En misschien wel bepaalde drankjes. Wie weet. Medici hebben wel eens weinig aandacht voor waar het menselijk lichaam toe in staat is. Raar eigenlijk. Genezers besteden daar minder aandacht aan dan vechters, vernietigers. Ninja’s bijvoorbeeld, wordt bijna bovenmenselijke kracht toegeschreven. Navy Seals zijn een eigentijdse variant en laatst zag ik een dergelijk heerschap voor een wetenschappelijk onderzoek in een enorme bak met water en ijs zitten. Zelfs na een uur was de onverschrokkene nog niet bevroren. Hij stapte er uit en deed een aanvalsoefening waarbij hij bijzonder trefzeker raak schoot en zelfs sneller was dan voor de ijstest. Daarna een hittetest met hetzelfde resultaat. De kracht van de geest over het lichaam, heet dat. Door intensieve training natuurlijk en wilskracht. Dat moet ook want het lichaam zelf is soms in de war. Deze week vertelde een vriendelijke oude dame mij in de supermarkt over de tumor in haar hoofd. Die zat er al heel lang. Artsen zeiden haar dat cellen kort na de bevruchting van alles kunnen worden. Langzamerhand krijgen ze opdrachten en worden ze wat ze moeten worden. Soms gaat dat mis en soms raakt een cel de weg kwijt. Bij haar was een cel met de opdracht oog te worden, boven in haar hoofd beland. ‘Die zit ter hoogte van mijn voorhoofd. Ik heb dus eigenlijk een derde oog, gniffelende ze.


22-04-2008
I had a dream
Afgelopen nacht droomde ik dat mijn revalitaria extra geld had gekregen. Politici hadden onder invloed van de wet van het voortschrijdend inzicht, ingezien dat zo’n instelling veel meer goed kan doen. Revalidatie is niet meer eindig maar een voortdurend proces waardoor het beter resultaat geeft op de lange termijn. En dat bespaart weer op kosten die anders nodig zijn. De revalitaria staat namelijk vol met mooie apparatuur die maar een deel van de week gebruikt wordt. Allemaal apparaten die wezenlijk bijdragen aan verbetering. Of op zijn minst aan het welbehagen. Maar helaas ook apparaten die ziektekostenverzekeraars meestal niet vergoeden als die individueel worden aangevraagd. Dus staan in de revalitaria ’s avonds en in de weekenden de loopbanden, statafels en noem maar op, met zacht piepende schanieren onderling ervaringen uit te wisselen en verder alleen maar stof te verzamelen. In mijn droom was de revalitaria ook ’s avonds en in het weekend open en waren er therapeuten aanwezig. Busjes reden af en aan met gemotiveerde revalidanten. Er waren zelfs een aantal Berkelbike’s aangeschaft met elektrostimulatie, waar een aantal revalidanten druk gebruik van maakte. Mensen die aan de slag wilden werden met open armen ontvangen. De sfeer was goed en er werden onderlinge ervaringen uitgewisseld. ‘Moet je de loopband eens proberen’,  riep een passerende revalidant mij toe. Het was een oud kamergenoot van mij. Hij had er baat bij gehad. In mijn ‘interne’ periode had ik er om gevraagd. Maar het werd mij niet toegestaan. Ik zou verkeerde verwachtingen kunnen krijgen, zei een therapeute mij, bij de weigering. Ik werd niet voor vol aangezien. Zelfs een eventuele teleurstelling werd mij ontnomen. De sfeer was nu totaal anders. De revalidatiemiddelen waren nu in handen van de revalidanten. Ik wilde op de loopband maar werd met een schok wakker. Meteen wist ik het weer. Inderdaad:  ‘I had a dream’.


15-04-2008
Toll’n Geister
Muziek speelde altijd al een belangrijke rol bij mij. Als ik een keer een mindere stemming heb, dan haalt luisteren naar de juiste muziek mij er vaak weer uit. Zelf muziek maken helemaal. Er is niet veel dat het daarbij haalt. Waarbij je zo één kunt zijn met wat je doet. Ja, skiën kwam voor mij altijd aardig in de buurt en natuurlijk goede seks. Maar op de één of andere manier gaat muziek direct naar mijn hart. Beeld is belangrijk voor mij maar geluid haast nog meer. In het begin van mijn revalidatie kon ik amper naar muziek luisteren. Alle muziek die ik hoorde was van voor mijn ongeluk en dat maakte teveel gevoelens bij mij los. In de revalitaria was dat moeilijk tijdens de activiteitentherapie. Daar koos ik namelijk juist voor muziek. De gedreven therapeut loodste mij gelukkig kundig om de voor mij vaak hete brij heen. Wanneer een bepaald stuk nog te heet was pakten we gewoon iets anders. Langzaam kreeg ik zowel mijn vingers als mijn geest losser. Ik probeerde later zelfs werk van één van mijn favoriete bands na te spelen. Nu luister ik weer veel naar muziek. Maar nog steeds zijn er bepaalde nummers die ik niet kan draaien of afzet als ik het hoor. Herinneringen die daarmee samenhangen liggen nog steeds erg gevoelig en dat zal waarschijnlijk ook nog wel een hele tijd zo blijven. Maar goed. Dat is dan maar zo. Afgelopen week ruimde ik oude spullen op en kwam een cassettebandje tegen met muziek. Bedoeld als demo van het vriendenbandje waar ik in een grijs verleden in zat. Ik draaide het en alles kwam plotseling weer boven. De vrienden-bandleden, de vrouw waar ik toen mee samenleefde. Allemaal wat jonger en onstuimiger. Auw! Op de cassette zie ik nog vaag de met potlood geschreven titel staan: ´Die toll´n Geister´.


08-04-2008
Foto’s
Van het oude afgebrande café staan alleen de muren nog overeind. Langzaam fiets ik er met mijn handbike langs. Een metalen constructie ondersteunt het karkas nu. Het café is al erg oud en ooit tot monument verklaard. Een jaar of vier geleden brandde het af. Vijf jaar lang zwaaiden mijn ouders er ooit de scepter. Mijn broer is er geboren maar ik had de jaren van bewustzijn al bereikt. In mijn herinnering is het café veel groter en was de tuin enorm. Een oerwoud waar ik kon verdwalen. De schuur waarin ik eindeloos kon spelen, herinner ik mij als een enorme hal. Er zijn plannen om het monument weer op te bouwen, maar zo te zien maakt niemand daar haast mee. Ik wil verder fietsen langs de plek waar mijn geboortehuis stond. Dat is trouwens ook ooit afgebrand. Die straat is afgesloten. De hele wijk gaat op de schop in verband met het pretentieuze plan van de gemeente. Ik neem een andere weg en zie al nieuwbouw verrijzen. Als kind fietste ik deze weg tussen de fabrieken naar de basisschool. Ik heb nu fantastisch uitzicht en de lucht is mooi blauw met grote witte wolken. Echt ‘technisch weer’ om in fotografische termen te spreken. Levert haarscherpe foto’s op met fraaie wolkenluchten. Ik fiets een groot fabrieksterrein op waar ik vroeger, voor mijn ongeluk, regelmatig kwam. De lange hallen staan er nog. Vage bedrijven zaten er in en hier waren ateliers voor kunstenaars. Ik sla de hoek om naar de plek waar het fotovaklab zat. Hele partijen foto’s in alle formaten heb ik er naar buiten gedragen. Met jeukende vingers stond ik vaak bij de enorme printer te wachten tot mijn groot formaat afdrukken tergend langzaam tevoorschijn kwamen. Het lab is er al twee jaar niet meer. De lichtbakken hangen er nog. En de foto’s? De foto’s zijn gebleven.


01-04-2008
1 april

‘Hee, je wiel draait!’ ‘Er zit een scheur in je broek!’ Eén aprilgrappen die ik als kind wel eens maakte. Ik lag dubbel van de lach als volwassenen, meestal quasiverbaasd, toch keken. Kranten nemen 1 aprilgrappen op en soms heel succesvol. Dan zag het ergens zwart van de mensen omdat het nieuwe torenflat opgeblazen gaat worden vanwege een net ontdekte constructiefout. Maar geen enkele grap haalt het dit jaar bij wat politicus Geert Wilders heeft uitgehaald. Ik heb niks met het gedachtegoed van de man maar ik krijg steeds meer ontzag voor de manier waarop hij zijn stunt heeft opgebouwd. Meesterlijk. De man heeft ontzettend goede adviseurs gehad of is een meesterschaker. Vier maanden lang heeft hij ons land in zijn greep gehad. En niet alleen ons land, tot ver in het buitenland werd er gereageerd en gedreigd. Er was helemaal nog geen film. De enkeling die zei ‘wacht nou eerst eens af of er een film komt en waar die over gaat’,  werd niet gehoord. Onze premier en de hele regering wisten niet hoe diep ze door het stof moesten kruipen om een eventuele dreiging af te wenden. Nu valt de film iedereen mee. Wilders vraagt met uitgestreken gezicht waar iedereen zich druk om maakte en Balkenende staat met zijn mond vol tanden. Moslimorganisaties vallen over elkaar heen om maar te verklaren afstand te nemen van het extremisme en dat zij meer contact met autochtonen willen. Precies wat Wilders wilde. De grote poppenspeler van Nederland die zonder dat de meeste mensen het merken stiekem aan touwtjes trekt. Ik ga een film maken over uitwassen van bureaucratie waar gehandicapten tegen aan lopen. Over vier maanden komt de film uit. Nu maar wachten op de publiciteit. Hollywood lonkt al en ik smacht naar een aangepaste limousine. Ik heb ook een 1 aprilgrap uitgehaald. Ben benieuwd wie deze ontdekt.


25-04-2008
Deadline
Een vrije week zit er niet in als columnist. Iedere week moet er een column verschijnen en daar geldt een strikte deadline voor. Dat moet en werkt bij kranten altijd zo. De eindredacteur moet het nog zien, dan naar de opmaak. Daarna wordt de krant gedrukt, naar de verdeelpunten gebracht, daar in stapels over de fietstassen van de bezorgers verdeeld die het dan weer in de brievenbussen doen. Weer of geen weer. Voor welk blad ik ook schreef, die deadline was er altijd. Bij mij werkt dat goed. Als ik veel tijd heb ga ik echt niet meer of beter schrijven. Ergens heb ik blijkbaar die hete adem van de deadline nodig. Wanneer ik meer tijd voor een verhaal had ging ik altijd ‘rommelen’. Nog even een boodschap doen, het grasmaaien of met iets bezig dat helemaal geen haast had. Daarna het verhaal en wat voelde dat dan lekker als het af was. Vooral als het om onderwerpen gaat die je ‘uit je tenen’ moet halen. Helaas heeft de weekblad redactie besloten de columns nu om de andere week te plaatsen. Dat heeft direct gevolgen voor mijn deadline. Om de andere week heb ik maandag geen dreiging meer van een telefoontje als er geen column zou zijn. Na publicatie gaat de column pas de website op. Ik had dus nu nog even respijt. Helaas liep dat deze week voor het eerst lichtelijk uit de hand. Omdat het toch later op de website gaat stelde ik het iets uit. Toen kwamen er andere dringende zaken tussen en haalde ik mijn eigen deadline niet meer. Niet dat er geen onderwerpen waren. Het ging van de week over ingeschreven staan als woningzoekende, over het wonen zelf en over werken. Maar ook over communicatie, besluiten nemen en twijfels. Niet makkelijk allemaal maar komende keer let ik weer erg goed op de deadline.


18-03-2008
Make my day
Ik rij met mijn handbike naar het gemeentelijke zorgloket. Het is een mooie dag. De zon schijnt. ‘Eerst mijn voorziening ophalen’, dacht ik. Een nieuwe wet gaat de zelfstandigheid van gehandicapten vergroten. Conflictsituaties moet je nu zelf oplossen. Iedere gehandicapte krijgt in het kader van de Wet op Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een bijpassende voorziening. Gehandicapten mogen nu een vuurwapen dragen om voor hun recht op te komen. Ik kon kiezen uit “Zorg in Natura”. Dan krijg ik een wapen uit de gemeentelijke collectie. Of voor “Persoons Gebonden Schiet Budget”. (PGSB). Dan krijg ik geld om daarmee zelf iets aan te schaffen. Ik koos voor de fraaie Heckler & Koch MP7A1 uit de gemeentelijke collectie. Een klein machinepistool, past in de rolstoel en een vuursnelheid van 950 kogels per minuut. Leek me afdoende. Het was druk bij het Zorgloket. F. rijdt net weg met haar scootmobiel. Ze zwaait met haar nieuwe galante Beretta Compact met parelmoer ingelegde kolf. Staat haar goed. P. heeft een Beretta Super Compact gekozen. ‘Spierziekte’, verklaart hij. ‘Deze kan ik tenminste hanteren’. Ik krijg mijn voorziening en teken de bruikleenovereenkomst. ‘Welk conflict eerst’,  vroeg ik me af. Mijn ziektekostenverzekeraar die mijn fysiotherapeut voor de tweede keer niet betaalde omdat dit alleen voor chronische zaken zou zijn. ‘Wat dacht u van een dwarslaesie?’ vroeg ik daarop. Ook dacht ik aan de hufter die mij in mijn handbike bijna platreed bij een wegversmalling waar ik voorrang had. Of de ondoordringbare callcentra van de hulpmiddelenmaffia van een tijdje geleden. Dat schijnt nu veranderd te zijn. Toch maar beginnen bij de urgentiecommissie voor de verdeling van aangepaste woningen? Vorig jaar hadden ze mijn lopende inschrijving zoekgemaakt. Daarna opnieuw via internet ingeschreven. ‘Niet bekend’,  hoorde ik afgelopen week telefonisch. Gesterkt door mijn nieuwe voorziening en nu met een papieren inschrijfformulier, ga ik op bezoek. Jongens ‘make my day!’


11-03-2008
88 eurocent
Toen ik tijdens mij ongeluk ’s nachts ingeklemd op de trap lag, heb ik me op een bepaald moment sterk afgevraagd of ik het zou overleven. Na een hele nacht liggen kwam er nog geen hulp. Ook in de ochtend niks. ‘Ik ga hier op een hele lullige manier dood’,  dacht ik toen. Geen bijna dood ervaring. Zo ver was ik nog niet. Maar ik begon me af te vragen hoe ik dood zou gaan. Houdt mijn hart er ineens mee op? Of zak ik langzaam weg in een soort slaap? Ik kreeg uitstel. Met wat er na mijn dood zou zijn heb ik me op dat moment niet beziggehouden. Volgens velen is er een hiernamaals en volgens even zo velen heeft dat vele vormen. Een hemel waar zacht gefluisterd wordt met zoete vioolklanken op de achtergrond. Attente engelen vliegen ruisend rond en zorgen er ongemerkt voor dat je glas niet leeg raakt en je op tijd een hapje te eten hebt. Met als tegenhanger de hel. Je hebt het er nooit koud maar het schijnt er hard werken te zijn. Verder heb je Walhalla’s, eeuwige jachtvelden en heilige tuinen. Sommige mannen schijnen te denken dat er tweeëndertig maagden voor hen klaar staan als ze met een vliegtuig vol passagiers een wolkenkrabber vol mensen binnenvliegen. In ieder geval schijn je er niet in je huidige verschijningsvorm terecht te komen. Ik vraag me vaak af: hoe dan wel? Mijn vader is door een herseninfarct gaan dementeren voordat hij stierf. Is de beste man in die toestand naar een hiernamaals gegaan? Of is je ziel anders. Niemand weet dat. Wel schijnt de ziel te wegen te zijn. Uit onderzoeken blijkt dat het lichaam meteen na overlijden door onverklaarbare oorzaak 21 gram lichter wordt. De ziel? Tastbaar zou je hem in een enveloppe voor 88 eurocent per post kunnen versturen.


04-03-2008
Aandrang
Dromen schrijf ik niet op. Soms weet ik ze nog maar vaak heb ik ’s ochtends alleen nog het vage gevoel dat ik gedroomd heb. Lang geleden was ik er meer mee bezig. Toen herinnerde ik me mijn dromen ook beter. Een korte tijd schreef ik dromen op in een boekje op mijn nachtkastje. Best nette dromen trouwens. Zo reed ik eens dromend in mijn auto. Plotseling een tegenligger aan mijn kant van de weg! Ik kan net uitwijken en zie in de spiegel nog de tegenligger achter mij een aanrijding veroorzaken. De volgende dag lees ik in de avondkrant dat een Engelsman ’s ochtends precies op die plek dacht dat hij al weer thuis was en een tegenligger ramde. Bizar. Ik wist niet hoe ik het had. Het krantenknipsel bewaar ik nog steeds in het boekje waar ik toen dromen in opschreef. Tijdens een vakantie droomde ik eens dat ik verstrikt raakte in een groot dekzeil dat iemand over mij heen gooide. Ik probeer er uit te komen. Het volgende moment rol ik uit mijn hotelbed, met deken waarin ik mijzelf had vast gedraaid. Ook na mijn ongeluk droom ik dat ik loop of autorijd en gas geef met mijn voet. Een vriendin die ik alleen in rolstoel ken, kwam eens in een droom voor maar ook lopend. Zo ziet mijn geest het blijkbaar. De laatste tijd droom ik wel eens dat ik in een rolstoel zit maar dan herstel. Afgelopen week ben ik ’s nachts weer gaan lopen. Onzeker nog maar het ging. Ik serveerde maaltijden in een soort huiskamer voor daklozen. En zaterdag dwaalde ik door een huis waar de wc verstopt was. Ik raakte een beetje in paniek en werd wakker. De aandrang bleef. Dat kan toch niet? Dit gevoel is nieuw. Gelukkig arriveert net de hulp om mij op mijn douchestoel te helpen.


26-02-2008
Onmogelijk
Ruimtevaarders en mensen met een dwarslaesie hebben veel met elkaar gemeen. Ruimtevaarders hebben allerlei hulpmiddelen nodig om gewoon te kunnen functioneren. Ze moeten een boel zuurstof meenemen. Ook reageert hun lichaam bij zo weinig zwaartekracht heel anders. Gewichtlozen moeten weer opnieuw leren hun lichaam te gebruiken. Ook moeten gewichtlozen leren de signalen van hun lichaam opnieuw te interpreteren. Net als bij mensen met een dwarslaesie. En in ruimtepak een schroefje aandraaien, gaat astronauten net zo handig af als sommige mensen met een dwarslaesie. Acteur Christopher Reeve maakte deze vergelijking ook al. Hij speelde de rol van Superman en reed als hobby paard. Hij viel zo ongelukkig dat hij er een dwarslaesie op het hoogste niveau aan over hield. Net onder de schedel had hij de eerste twee wervels gebroken. Reeve heeft zich altijd heel erg ingezet voor verbetering van de positie van mensen met een dwarslaesie. Ook hij geloofde onvoorwaardelijk in vooruitgang en een medische oplossing voor dwarslaesies. Ik kwam dat deze week tegen in het boek dat hij in die tijd geschreven heeft. Daarin vergelijkt hij de positie van mensen met een dwarslaesie met die van de astronauten in de onfortuinlijke Apollo 13. Die had onderweg naar de maan een ongelukje gehad waardoor de driekoppige bemanning in levensgevaar kwam. Houston probeerde van alles om het trio toch heelhuids weer op aarde te krijgen. Al snel merkte de vluchtleiding dat dit niet kon als ze zich vast bleven houden aan procedures. Improviseren moesten ze en snel. Tijd voor testen was er niet. Mis was mis maar dat was het anders ook. De medische wereld is het Houston voor mensen met een dwarslaesie. Veel misser kan het vaak niet meer. Voor gewoon proberen staan veel dwarslaesiërs open. De bemanning van de Apollo 13 schreef Reeve indertijd een brief en eindigde die met ‘Wij hebben ontdekt dat niets onmogelijk is’.


19-02-2008
Motorrijder
Een gewaarschuwd mens telt voor twee maar waarschuwingen komen niet altijd over. Vooral kinderen reageren soms nukkig op waarschuwingen. Ze weten het zelf wel en willen voor vol worden aangezien. Natuurlijk lopen ze niet in zeven sloten tegelijk. Moeilijk als er zo op je ouderlijke ongerustheid wordt gereageerd. Vrienden waarschuwen mij vanuit hun ongerustheid ook wel eens om voorzichtig te zijn. Met een goede vriendin kreeg ik eind vorig jaar bijna ruzie omdat ik nog steeds geen goede achterlichten op mijn handbike had. Inmiddels ben ik als een kerstboom maar zij was gewoon erg ongerust. Dat waardeer ik natuurlijk. Omgekeerd zou ik ook ongerust zijn. Als kind waarschuwde ik een volwassen fietser per ongeluk eens verkeerd. ‘Staat de tunnel blank?,  vroeg de man toen ik net de hoek om fietste uit een door regen ondergelopen tunnel. ‘Nee’, riep ik. Blank is toch als je de straatstenen kunt zien, dacht ik. Ik kende het begrip nog niet. Met vertrouwen fietste de man in volle vaart de hoek om, de tunnel in. Afgelopen week kwam een kennis op bezoek. Hij heeft een communicatiebureautje en voor mijn ongeluk waren we net een samenwerking overeengekomen. Mijn ongeluk veranderde de zaak. Donker motorgeronk kondigde zijn komst aan. Op de parkeerplaats tegenover mijn huis stopte een oudere Italiaanse tourmotor. De berijder doeg een fel fluorescerend groen hes over zijn stoere leren motorjack. Binnen: begroeten, ‘hoe gaat het’,  koffie en dan begint het gesprek. ‘Motorrijden is leuk’, vond hij. Hoewel hij niet als een oud wijf zegt te rijden is hij wel voorzichtig. Zijn vrouw waarschuwde hem natuurlijk voorzichtig te zijn. Maar echt indruk had een opmerking van mij gemaakt tijdens een bezoek aan de revalitaria. Hij vertelde over zijn nieuwe hobby. Ik wist het niet meer maar hij nog wel. ‘Motorrijder?’ had ik herhaald zonder bijbedoeling. ‘Leuk, ik ken er hier ook een paar’.


12-02-2008
Bankoverval
Afgelopen week heb ik mijn benen flink onder stroom laten zetten. Ik reisde daarvoor af naar Nijmegen. Naar de catacomben van de St. Maartenskliniek. Daar zit de bouwer van de Berkelbike. Een soort handbike maar dan eentje waar ook trappers op zitten. Ik trap daarop met mijn armen en benen. Vooral bij het impuls type waarbij mijn beenspieren stroomstoten krijgen. Meneer Berkel baseert zich daarvoor op onderzoeken uit Amerika waar ze al dertig jaar Functionele Elektro Stimulatie (FES) toepassen. Berkelbike zou het eerste apparaat zijn dat deze techniek praktisch toepast. In de revalitaria trainde ik mijn beenspieren op eigen initiatief op een trapapparaat zonder FES. Met zo’n Berkelbike train ik mijn beenspieren en kan ik weer spierweefsel kweken. Het is ook goed voor mijn bloedsomloop waardoor ik minder kans maak op decubitus. Zelfs voor de spijsvertering is het bijzonder goed en die heeft bij mensen met een dwarslaesie altijd veel aandacht nodig. Elektrostimulatie heeft het voordeel dat alle spieren aan het werk worden gezet. In Nijmegen krijg ik een soort wielrenbroek aan, boordevol met elektroden. Snoeren worden aangesloten en even later ben ik on-line. Ineens heb ik een broek vol stroom. De hoeveelheid kan ik instellen van één tot en met tien. Ook kan ik drie spiergroepen aansturen. Standje één voel ik amper. We gaan snel omhoog. Bij vier trekken mijn knieën naar binnen. Is niet handig. Ik kan de stroomstoten al aardig voelen. Hup, naar vijf. Dat valt best mee en mijn benen gaan ineens keurig recht. Ik fiets met armen en benen. Even een rondje naar buiten. De studente bewegingsagogie die mij begeleidt, filmt. ’s Avonds thuis bijna geen last van spasme. En mijn altijd koude rechterbeen is ineens warm. Zo’n apparaat moet ik hebben. Maar ja, de kosten. Heel veel foto’s verkopen? Graag trouwens. En anders? Flinke prijs winnen in staatsloterij of een bank overvallen?


05-02-2008
Mijn lichaam
Een dwarslaesie is straks gewoon te genezen, daarvan ben ik overtuigd. Dat zag ik weer eens op tv. Ik zapte en zag op Discovery Channel een man in een rolstoel. Geen garantie dat ik blijf kijken overigens. Totdat het woord stamceltherapie mijn aandacht trok. Stamcellen worden het wondermiddel van de toekomst. Het zijn lichaamscellen die nog niet tot een bepaalde functie zijn geprogrammeerd. Ze kunnen nog van alles worden. Op die manier moeten stamcellen zo meteen defecten aan ons lichaam gaan repareren. Slechte bloedvaten? Stamcellen zorgen weer voor mooie nieuwe bloedvaten. Een zwakke hartklep? Hup, een spuitje met stamcellen en je kunt korte tijd later afgevoerd worden van de wachtlijst voor hartoperaties. Medisch/ technisch zal het allemaal wel net iets anders in elkaar zitten, maar ik ben geen medicus. Stamcellen kunnen ze uit foetussen halen, maar dat staat zwaar ter discussie. Die stamcellen zijn bedoeld voor nieuw leven. Dat is dus een ethische kwestie. De reportage volgde mensen tijdens een stamceltherapie in Singapore. Momenteel het gentechnisch centrum van de wereld. Zij gebruiken stamcellen uit de navelstreng na de geboorte van de baby. Daar wordt dus niemand kwaad mee gedaan. Twee dwarslaesiepatiënten boekten duidelijk resultaat. De één kon zijn handen ineens goed gebruiken, voelde zijn bovenlichaam weer en stond na een tijdje zelfs twintig minuten zonder hulp. Zijn lotgenoot had door een duikongeval niet alleen een vrij hoge dwarslaesie opgelopen, maar was ook nog eens blind. Een dag na de eerste injecties kon de man weer zien. Later kon hij in zijn zware elektrische rolstoel met zijn bovenlichaam naar voren komen en zijn armen optillen. Hier wachten medici eerst nog onderzoeken af. In Singapore geven de artsen geen garantie maar bekijken hoe het bij iedereen anders aan kan slaan. Voor die ene rolstoeler geen probleem. ‘Beslis ik zelf’,  zegt hij daarover in de reportage. ‘Het is mijn lichaam’.


29-01-2008
Kloten
‘Hoe is het met je?’ Ze keek me een beetje lijdend aan tijdens haar vraag. Of was het verwachtingsvol? Wachtend om een bak ellende te horen? Ik kwam haar wel eens tegen in het winkelcentrum. ‘Goed’, antwoordde ik haar. In mijn boodschappentas wist ik een lekkere maaltijd die ik in één van de rekken van de super had ontdekt. Ga ik zo meteen lekker thuis van genieten, had ik me voorgenomen. Op tv mijn favoriete serie voor onder het eten. Stoor mij niet dan. ‘Hoe is het met jou?’ vroeg ik terug. Ik ben gevoelig voor lichaamstaal en mimiek en ik had direct de indruk dat dit niet de bedoeling was. Haar antwoord was dan ook kort en vaag. Dat heb ik wel eens vaker. Iemand vraagt hoe het met mij gaat en na mijn ‘goed. Hoe is het met jou?’ krijg ik iets vaags terug. De vraag is blijkbaar niet altijd wederkerig bedoeld. ‘Ze vinden dat van jou te erg om iets over zich zelf te vertellen’, denkt een vriendin die zelf ook kampt met neurologisch ongemak. Zou kunnen. Is ook best begrijpelijk. Maakt alleen de wederkerigheid van een gesprek een stuk minder. Daar komt bij dat ik wel eens de indruk heb dat sommige mensen dat ‘goed’ helemaal niet willen horen. Dat kan toch niet want dat schopt hun eigen beeld omver. Maar ook in mijn wielstoel vind ik, ondanks mijn streven er weer uit te komen, toch een evenwicht. Daar komt bij dat ik voor de slechte berichten mijn naaste vrienden heb. En daarmee zijn de gesprekken tenminste wel wederkerig. Die ontzien mij gelukkig niet met hun eigen gevoelens. Een goede vriend zag er tijdens zijn laatste bezoek slecht uit met wallen onder de ogen. ‘Beetje druk en slecht geslapen’,  antwoordde hij op mijn vraag naar de oorzaak. ‘Ik voel me gewoon kloten, man.’ Heerlijk.


22-01-2008
Celsea Boots
Misschien is het een vrouwelijk trekje maar ik was altijd al een schoenenfreak. Ik moest overal de schoenenwinkels in en had er nooit genoeg. Schoenen moeten niet te groot uitvallen dus als het een half maatje kleiner kon dan moest dat. Dan kunnen schoenen mooi staan als ik sta, maar hoe staan ze dan als ik zit. Kruipt mijn broek niet teveel omhoog zodat de sierlijkheid weg is. Probeerde ik allemaal uit. In de revalitaria werd mijn schoenenkeus door andere zaken bepaald. Ze moesten ruim zijn om drukplekken tegen te gaan. Ook moesten de dikke elastische kousen er in passen die ik toen aan moest. Bij een dwarslaesie doen de bloedvaten in de benen het niet zo goed meer. Als ik dan van liggende houding naar zit ging, zakte het bloed uit mijn hoofd naar mijn benen. Gevolg: duizelig worden en sterretjes zien. Te lang blijven zitten en ik raak buiten westen. Die kousen moesten dat voorkomen. Straaljagerpiloten hebben dat ook, maar dan door hoge g-krachten. Zij hebben daar dan weer een speciale broek voor. Gelukkig heb ik die kousen al een tijdje niet meer nodig. Ook draag ik de foeilelijke trainingsbroeken niet meer die handig waren bij het drukke therapieprogramma. Regelmatig draag ik rolstoelhandschoenen om mijn handen te sparen. Maar die zijn hot. Laatst zag ik modekoning Karl Lagerfeld in een interview op de Duitse tv. Die droeg ze ook terwijl de man echt niet in een rolstoel zit. Maar sinds kort draag ik mijn lage zwarte laarzen weer. Daarvan heb ik een hele verzameling. Mijn nieuwe broek valt er op de juiste manier overheen en ik kijk weer met trots naar mijn voeten. Hoe ze heten wist ik nooit. In een tv-uitzending over oude popmuziek kwamen ze even voorbij, inclusief de naam. Ik wist niet dat ik ze had maar ik heb echte Chelsea Boots.


14-01-2008
Ruimte
‘Gaan de foto’s over uw ziekte?’, vroeg de interviewster van de lokale omroep afgelopen zaterdag. Mijn antwoord dat ik niet ziek ben bracht haar iets in verwarring. Ziekte en handicap van elkaar scheiden is niet makkelijk. ‘Bij ziek zijn hoort beter worden’, hoorde ik eens een teamleider van een gemeente zeggen. Toch ken ik mensen met een chronische ziekte. Dat gaat niet meer over. Zelf heb ik nu een handicap. Er is iets beschadigd waardoor bepaalde functies van mijn lichaam niet goed meer werken. Bij mij is de bedrading beschadigd die de signalen van mijn hersenen overbrengen naar functies van mijn lichaam. Er is niks mis met mijn benen. Alleen komt het signaal om mijn benen te verzetten niet goed over. Net als bij een auto waarvan de elektrische bekabeling beschadigd is. Ik schakel het licht aan en het lampje doet het niet. De schakelaar is goed, de accu ook en met het lampje is niks is. Maar het draadje waar de stroom door gaat is stuk. De opening van mijn expositie en alle publiciteit die dat meegebracht, zette me aardig aan het denken. In het ziekenhuis moest ik anderhalf jaar geleden maar gauw stoppen met de oefeningen die ik deed. Nu sloot mijn neurochirurg staan niet uit. Alles verschuift. ‘Of ik het al een plek heb kunnen geven?’ vroeg iemand. Ik heb het geen plek kunnen geven en zal dat ook nooit kunnen. Daarvoor is het te opdringerig aanwezig en te alles overheersend. Maar ik heb ontdekt dat het belangrijk is dat ik andere dingen wel weer een plek kan geven. Dat ik de dingen blijf doen die ik naast mijn therapieën ook belangrijk vind. Contacten met vrienden blijven onderhouden en ook genieten. En daar heb je ruimte voor nodig. Die ruimte is er wel weer en dat zijn de dingen die me op de been houden.


9-1-2008
With a little help from my friends
Het nieuwe jaar begon goed. ´s Middag telefoon. P, een goede vriend van mij had tijdens de oudejaarsnacht een hartinfarct. Ik schrik me dood. ‘Hoe is het met hem?’, vraag ik me af. ‘Komt het weer goed?’ ’s Avonds belt zijn vrouw. P is in goede handen in het Enschedese ziekenhuis, heeft geen pijn meer en moet misschien worden gedotterd. Een dag later is het al gebeurd. Met één of twee dagen mag hij weer naar huis. ‘Kan dat zo snel?’, verbaas ik me nog. Blijkbaar kan dat. Gelukkig. De eerste schrik zakt weg. Maar het zet toch een domper op het licht feestelijke gevoel dat ik begon te krijgen. Zo’n kleine week voor de opening van mijn eerste expositie van na mijn ongeluk. Misschien kan P. er toch bij zijn. Ook al is het even, denk ik nu. Die expositie had ik mij een jaar geleden nog niet kunnen voorstellen. Had ik toen ook zeker niet voor elkaar gekregen. Onder groot voorbehoud zei ik dan wel ´ja´ maar op dat moment wist ik echt nog niet hoe ik het voor elkaar moest krijgen. Langzamerhand begon het te groeien. De foto’s waarmee ik in het ziekenhuis begon vanuit mijn bed. Mijn handen konden toen nog niet veel. Later in het Roessingh ‘moest’ ik gewoon een fotoproject opzetten want ik ben toch meer dan mijn handicap. Dat gaf mij erg veel voldoening. Ik was weer met mijn vak bezig. Ook de ‘modellen’ waren erg in hun sas. Het leidde af. Even niet met je ellende bezig. En in september met een model in rolstoel op locatie. Nu is bijna alles gedrukt en ingelijst. Dit en veel andere dingen. Zonder hulp van goede vrienden was het mij niet gelukt. Wat zong Joe Cocker ook al weer: ‘with a little help from my friends’. Bedankt!


31-12-2007
Gelukkig, een nieuw jaar
Alweer de allerlaatste column van 2007 die ook nog verschijnt op de allerlaatste dag van dit jaar. Wat doe ik op zo’n laatste dag. Beetje rondhangen, wat boodschappen doen en voorbereiden op de jaarwisseling. Vorig jaar stond ik er belabberder voor. De eerste Kerst in de rolstoel gehad en dat was niet leuk. De revalitaria had er alles aan gedaan, daar niet van. Goed verzorgd Kerstdiner, alles leuk opgetuigd. Maar mijn eigen gevoel was toen heftig met emoties die niet alleen dicht onder de oppervlakte bleven. Ook aan de vorige jaarwisseling denk ik liever niet terug. Samen met enkele revalidanten die niet naar huis konden en de dienstdoende verpleegkundigen hing ik voor de tv in het dagverblijf. Ik herinner me beelden van een optredende artiest waar ik absoluut niks mee heb. En maar wachten op twaalf uur. Gauw de anderen iets wensen en toen naar bed. Een nieuw jaar in waar hopelijk nieuwe kansen lagen. Dit keer is het iets anders gelukkig. Afgelopen jaar ben ik uitgerevalideerd en weer thuisgekomen. Daar rondgekrabbeld en me leren redden. Een handbike verworven waarmee ik regelmatig de hort op ga. Enkele nieuwe contacten opgedaan en contacten met wat vrienden geìntensiveerd. Zelfs twee oude contacten verrassingsvol nieuw leven ingeblazen. Eentje zocht zelf contact met mij, de andere heb ik opgezocht. Belangrijk, die contacten met vrienden. Voor de broodnodige steun die je af en toe moet hebben. En de andere keer voor een gezellige avond en samen wat eten of drinken of dom ouwehoeren. Of, en dat is natuurlijk helemaal mooi, die jou om raad vragen. Je bestaat weer en hebt de ander ook wat te bieden. Daarvoor is weer ruimte in mijn hoofd. Goede voornemens heb ik niet. Ja, eentje dan: vooruit blijven gaan. Dat blijft tijd kosten. Ik weet al wat ik dinsdagochtend zal denken: gelukkig, een nieuw jaar.


24-12-2007
Recepten
De beroemde Duitse schilder Jorg Immendorf kon kunst onmogelijk los zien van de maatschappelijke realiteit. Kunstenaars moeten volgens hem hun verantwoording nemen. Zich niet afzijdig houden van wat er om hen heen gebeurt. Dat deed hij zelf dan ook ten volle. In mei dit jaar overleed de door de dodelijke spierziekte Amyotrofe Laterale Sclerose (ALS) getroffen kunstenaar. Immendorf staat bekend als sociaal bewogen observator en commentator. Hij nam alles wat zich in de maatschappij voordeed in zich op en beschouwde kunst als een weerspiegeling van de beschaving. Begin mei zag ik op een Duits tv-zender een reportage over Immendorf. Aanleiding was een grote overzichtstentoonstelling van hem in Berlijn. Dat was voor zijn overlijden en de grote meester was aanwezig in rolstoel. Het was al laat. Ik had eigenlijk geen zin om te kijken en schakelde uit. Een paar dagen later zapte ik verveeld langs de kanalen. Plotseling kwam ik op een Duitse zender opnieuw dezelfde reportage tegen. Hij was net begonnen en ik móest het blijkbaar zien. Een hogere macht had er gewoon voor gezorgd dat die weer voor mij klaar stond. Ik geloof in dat soort zaken. Gefascineerd keek ik de reportage tot het einde uit. Afgelopen week ontdekte ik tussen opnamen op mijn tv-recorder een oude uitzending van het VPRO programma RAM. Even kijken en weer Immendorf in Berlijn. Tussendoor beelden van de schilder in zijn atelier. Opnieuw indrukwekkend. Met krachteloze armen in zijn rolstoel en vlijmscherpe geest geeft hij aanwijzingen aan kunststudenten die hem helpen bij het schilderen. Regelmatig met zijn hoofd opzij: ‘zigarette bitte’, klinkt het allesbehalve vragend. Ondertussen vullen zijn assistenten op zijn strikte aanwijzingen de grote doeken met verf. ‘Kan ik dat ook doen als ik de techniek beheers?’ vraagt de interviewster. ‘Weet ik niet’, twijfelt de kunstenaar. Dan stellig: ‘Zij brengen slechts de verf aan maar de recepten zijn van mij’.


18-12-2007
Zo’n huis wil ik ook!
Wanneer ik weer ga lopen is er niks aan de hand maar in een rolstoel ziet een normaal huis er toch heel anders uit. Mijn werkkamer is boven en daar heb ik alles dat ik voor mijn werk nodig heb. In mei hebben vrienden mijn computer naar beneden gehaald. Ik werk nu in de woonkamer. Wonen en werken in dezelfde ruimte bevalt me prima. Privé en werk liepen bij mij altijd al door elkaar, alleen is die totale ruimte nu wel erg klein geworden. Een aangepaste woning biedt meer gemak maar één grote ruimte is voor mij ook genoeg. Met alleen een aangepaste badkamer/ toilet en een keukenblok waar ik vanuit de rolstoel makkelijker bij kan. De rest van de ruimte deel ik zelf wel in. Ik vrees alleen dat ik zoiets in het bestand van aangepaste woningen niet tegen kom. Zelf zoek ik dus ook op huizensites op internet. Eén keer zag ik iets. Verschillende ruimten en een beetje een raar gebouw. Kon me niet schelen want gelijkvloers en na aftrek van woonkamer, slaapkamer, badkamer en keuken hield ik twee ruime kamers over: een werkkamer en een fotostudio. En nog betaalbaar zonder huursubsidie. Alleen was de plek niet aantrekkelijk om te wonen. ‘Maar’, dacht ik, ‘het bestaat dus wel’. Deze week zapte ik onder het eten tv en zag ik plotseling mijn ideale huis voorbij komen. Het heeft één grote ruimte die alleen wat leeg en ongezellig is. Zou ik anders indelen. Maar hightech. Een windmolen voor stroom, denk ik en elektrische schuifdeuren. Lekker makkelijk. De vier bewoners hebben een robotstofzuiger die zijn eigen gang gaat. Veel ronde vormen en zelfs een grasdak. Koel in de zomer en geïsoleerd in de winter. Dan komt de naam voorbij: Teletubbies en ze wonen in een Teletubbiehuis. Zo’n huis wil ik ook. Ik wil een Teletubbiehuis.


11-12-2007
Belgisch biertje
‘Of ik toch nog ergens van kan genieten?’,  vroeg een collega beeldend kunstenaar me afgelopen zaterdag tijdens een ontmoeting in de supermarkt. Het kwam er een beetje stamelend en twijfelend uit. Maar mijn antwoord leek hem, op een positieve manier trouwens, te verbazen. In mijn mandje lag iets te eten dat ik uitgezocht had omdat het mij lekker leek. Op het moment van de ontmoeting ging ik net naar de broodafdeling om een lekker brood uit te zoeken. Ik kan dus inderdaad genieten. En niet alleen van lekker eten, ook van andere dingen. Een goede vriendin ging eens plotseling bij mij op schoot zitten omdat ze me wilde omhelzen. Niet zo van staand en dan omlaag buigend, maar gewoon op hetzelfde niveau. Dan is het pas een echte omhelzing en daar geniet ik best van. Ook geniet ik van een lekker biertje, mooie muziek of gewoon iets dat ik zie. Op een ochtend waren er bij de zonsopgang van die mooie gekleurde wolken. Ik hield altijd al van wolken en hier kan ik dan genietend naar kijken. Het duurt helaas niet zo lang dus je moet zo’n moment meteen grijpen. En bij het handbiken geniet ik van het gevoel van snelheid. Daar dacht ik allemaal aan na mijn ontmoeting in de supermarkt. Eén van mijn buren wenste me een tijd geleden ‘een prettige dag voor zover dat nog kan’. En een kennis zei eens: ‘zal maar niet vragen hoe het met je is’. Is allemaal niet zo bedoeld natuurlijk, maar ook dat zette me aan het denken. Komt natuurlijk allemaal voort uit onzekerheid van die ander. Van ‘hij zit in een wielstoel, dat is erg. Wat zeg ik tegen hem?’ Zo’n stoel wens je natuurlijk niemand toe. Met mij gaat het goed en soms ook slecht. Maar vanavond trek ik een Belgisch biertje open. Dat is genieten.


4-12-2007
Opening
Vol spanning kijk ik uit naar zijn bezoek met de proefdrukken van mijn foto’s voor mijn komende expositie. In maart al weer fotografeerde ik in de revalitaria andere revalidanten onder de titel: ‘Starring U!’. Want je bent toch meer dan je handicap. Dertien mensen poseerden uiteindelijk voor mijn camera en vonden het zeker na afloop prachtig. Even niet met je handicap en je therapie bezig. Dat was voor mij ook één van de redenen om dit project op te zetten. Voordat ik in dat helaas onmisbare therapiecircus terecht kwam had ik toch een leven. Daar wilde ik weer aan proeven. Ik had dat hard nodig en het heeft me veel goed gedaan. Even met mijn vak bezig. Door de zoeker van mijn camera kijken en aanwijzigen geven aan de modellen. Composities maken en dan afdrukken. De camera moet klikken en de flitsers moeten knallen. Dat is het leven. Niet bezig met wat ik niet kan. Maar met wat ik wel kan en dat weer uitbouwen. Sinds een jaar of drie ben ik bij een fotogalerie in Oldenzaal. Samen met nog negen andere fotografen. Eind vorig jaar nodigde de curator van de galerie mij al uit om te exposeren. Ik wist niet hoe snel ik nee moest zeggen. Angstzweet bekroop mij. Nog steeds ben ik niet bekomen van mijn ongeluk maar toen nog helemaal niet. Exposeren vind ik altijd een uitdaging maar op dat moment zeker niet. Na een bedenktijd werd mijn ‘nee’ eerst ‘misschien’ en pas later ‘ja’. Nu heb ik de ‘Starring U!’ serie geselecteerd en voor druk nabewerkt. Een tweede serie is zo goed als klaar. En in september maakte ik een geheel nieuwe serie met model. Ik bekijk de proefdrukken en het ziet er goed uit. Hij heeft zijn best gedaan en het gaat nu lukken. We prikken meteen een datum voor de opening in januari.


27-11-2007
Spasme
Afgelopen week schopte ik één van mijn hulpen rakelings langs het hoofd. Ik lag op bed en kreeg plotseling een spasme in mijn been. Met de kracht van een gebroken staalkabel schoot mijn been omhoog. Volgens mij trap ik met een flinke spasme zo door een betonnen muur heen en de ander moet op zo’n moment niet zijn of haar hoofd op de verkeerde plek hebben. Ik denk dat echte karateka’s deze ongebreidelde kracht proberen de mobiliseren bij hun prestaties. Onwillekeurige spiertrekkingen die niet meer worden tegengehouden. Alle mensen met een dwarslaesie kennen spasmen. De één heeft er meer last van dan de ander en bij mij valt het gelukkig mee. Momenteel heb ik een blaasontsteking en dan krijg ik meteen meer last van spasmen. Ik heb er medicijnen tegen maar dat zijn spierverslappers. Wanneer het niet echt nodig is beperk ik dat gebruik het liefste tot het absolute minimum. In mijn revalitaria had ik meer heftige spasmen en werd ik een keer plotseling uit mijn douchestoel gelanceerd. Ik voelde niks aankomen en het leek alsof ik ineens een heftige duw in mij rug kreeg waardoor ik uit de douchestoel op de vloer geslingerd werd. Met een scheurtje in mijn middenvoetsbeen als gevolg. Ook heb ik een keertje een vol plastic bekertje met koffie leeg geknepen boven iemands bureau. Ik had het bekertje net vast toen een plotselinge spasme in mijn been doortrok naar mijn hand. Een Duitse revalidant vroeg eens: ‘spasmus?’ ‘Ja’,  zei ik.  Waarop hij grijnsde: ‘spass muss sein’. Sommige revalidanten gebruiken een spasme om bepaalde dingen te kunnen doen. Ze wekken bijvoorbeeld een spasme op in hun been om van hun rolstoel in de auto over te kunnen schuiven. Deze ongebreidelde kracht zou ook een nieuwe dimensie aan het seksleven kunnen geven. Iedereen wil dan spasmen denk ik, want je krijgt natuurlijk een gigantisch orspasme.


20-11-2007
Bodemprijs
Autorijden deed ik altijd met plezier en voor mijn ongeluk heb ik verschillende auto’s versleten. Ooit begon ik met een gifgroene Renault 4. De bodem bleek net zoals de prijs. Niet veel. Na een paar maanden moest ik afstand doen van mijn voiture. Andere auto’s volgden en ik begon een voorkeur te ontwikkelen voor grotere stationauto’s. Mijn laatste is een tien jaar oude grote stoere hoekige Zweed. Momenteel opgeslagen en uit de wegenbelasting. Die moet ik verkopen want als ik nu wil rijden heb ik een automaat nodig met aanpassingen. Daarvoor moet ik enkele lessen in een aangepaste auto nemen en een rijtest afleggen. Ik krijg dan een aantekening op mijn rijbewijs waarin staat met welke aanpassingen ik mag rijden. Afgelopen week keek ik eens op internet naar aangepaste occasions. Busjes scoren momenteel hoog. Met een liftje kom je via de achterkant binnen en rij je naar voren. Daar hopt de bestuurder over op de bestuurdersstoel. Als je geen busje wilt moet je van je rolstoel naast de auto overwippen op¨de bestuurdersstoel. Dat gaat nog. Dan moet je de rolstoel naar binnen zien te krijgen en dat valt niet mee. Ineens zag ik een advertentie waar ik stil van werd. Dikke Amerikaanse pick-up met camperopbouw. Achterdeur meteen een lift en werkelijk alles aan boord. Tot aan een aangepast bed en een generator voor de eigen stroomvoorziening. Een soort ruimteschip. Daarmee ben ik echt vrij en kan ik weer rondtrekken. Aangedreven door een zesliter V8 motor. Maar goed. Oldtimer en op lpg. Dat scheelt in de kosten. Er is geboden maar daar kan ik wel overheen. Mijn Zweed verkopen en wat bijleggen. Aan de telefoon klinkt de adverteerder sympathiek. Dan de prijs. ‘Die biedingen neem ik absoluut niet serieus’,  klinkt het. Hij heeft geen prijs vermeld maar zijn bodemprijs blijkt vier keer het huidige hoogste bod te zijn. Slik.


13-11-2007
Geen zoen
De Gemeentereiniging ontvangt ons in blauwe overalls met oranje reflecterende hesjes. Drie man sterk en leunend op bezems waarmee je geen stoeptegel schoon krijgt. Bij de één staan de haren naar de binnenkant, wat de ander aan zijn bezemsteel heeft is met geen mogelijkheid een bezem te noemen. De derde leunt ontspannen op splinternieuwe haren van zijn omgekeerde bezem. ‘Ik veeg absoluut nooit’,  geeft hij ruiterlijk toe. ‘Als ik veeg moet je me meteen wakker maken. Dan ben ik aan het slaapvegen’.  Dit is duidelijk geen gewone gemeentereiniging. Het gaat hier om een cabarettrio en dat al sinds 1982 onder die naam optreedt. Ze doen verschillende acts maar meestal doorsnijden ze congressen en dergelijke met snedige opmerkingen en ontregelende optredens. Nu staan ze voor het congreshotel in Ede gasten op te wachten die komen voor de uitreiking van de prijzen voor de schrijfwedstrijd ‘De pen als lotgenoot’.  Mijn column is ook genomineerd en vol verwachting meld ik me aan. B, een goede vriend van mij reed mij in zijn auto en samen schuiven we aan bij een tafel met medegenomineerden. Twee tafelgenoten hebben een persoonlijke verhaal over hun aandoening ingezonden. Een derde verzorgt de redactie van een lokaal blad van de reumapatiëntenvereniging. Vier á vijf keer per jaar komt dat uit en dan schrijft ze een column. Dagvoorzitter Victor DeConinck, bekend van Studio Sport, Nova en Twee Vandaag praat het programma in de grote zaal aan elkaar. Dan per categorie de bekendmaking. Eén van de tafelgenoten wint. Dan de jongerencategorie. Zestien jaar is ze en met tranen van emotie ontvangt ze de cheque van duizend euro. Nu de prijs voor de columns. De jury koos voor een column in een patiëntenblad. Niet die van de reumapatiëntenvereniging. Helaas geen cheque. En geen zoen van de aantrekkelijk gebruinde ex-schaatsster en nu fotografe Monique Velzeboer die de prijzen uitreikt.


6-11-2007
Geduld
In Nederland mag ik geloven in de heilige eekhoorn. Ik mag er eigen erediensten op na houden en wanneer ik hazelnoten als hosties uitdeel, is het een kniesoor die daar iets van zegt. We hebben hier gelukkig vrijheid van godsdienst en ik moet het heel bont maken als ik iets geloof dat verboden wordt. Zo lang ik anderen in hun waarde laat, kan er veel. Zo gauw ik vind dat ik anderen hun strot moet afsnijden omdat zij niet hetzelfde geloven, krijg ik terecht op mijn duvel. Een ander hoeft niet te geloven wat ik geloof en ik hoef al helemaal niet te geloven wat een ander gelooft. De overheid bemoeit zich daar niet mee. Die is al lang blij als iedereen de overheid gelooft. Maar ook dat maakt iedereen zelf wel uit. Geloof werkt sterk. Mensen moorden voor geloof en brengen zichzelf om het leven. Gelukkig gebeuren er ook mooie dingen. Als je er hard genoeg in gelooft kun je met blote voeten over gloeiende kooltjes lopen zonder je tenen te verbranden. Met skiën kwam ik een moeilijke helling altijd een stuk beter af als ik geloofde dat ik het kon. En er zijn onderzoeken die aantonen dat geloof belangrijk is bij het genezen van ziekte. Ik hoorde een chirurg eens tegen een patiënt zeggen: ‘als u het opgeeft en er niet meer in gelooft, dan hoeven wij niets meer te doen’. Zo geloof ik dat ik weer ga lopen en doe daar veel voor. Tijdens mijn eerste vijf weken in het ziekenhuis werd ik daarin al ontmoedigd. Ook in de revalitaria werd ik daarin slechts door een enkeling ondersteund. In mijn vriendenkring vind ik medegelovigen en op internet is er wat dat soort dingen betreft zelfs een hele geloofsgemeenschap. Geloven kost zeker tijd. Maar ik hoor mijn neurochirurg nog zeggen: ‘man, wat moet jij geduld hebben’.


30-10-2007
Schikt het u?
Ruim twee en een halve maand terug week ik met mijn handbike uit voor een fietser die plotseling voor me langs ging. Door scherp te sturen sloeg ik om en beschadigde ik mijn hoofd, handbike en rolstoel. Mijn hoofd werd diezelfde dag gehecht en genas voorspoedig. Met mijn spullen ging het anders. De hulpmiddelenmafia dreef mij tot razernij door niet op afspraken te verschijnen en verder niet in staat te zijn ook maar iets voor mij te doen. De leverancier van mijn handbike zit gelukkig in Hengelo. Die heb ik uiteindelijk zelf gebeld waarna de man de volgende dag al op de stoep stond. De avond daarop belde iemand van de groothandel waar onze gemeente zaken mee doet. Hij wilde een afspraak maken om de handbike te repareren. ‘Is al opgehaald door de leverancier’, vertelde ik. ‘Heb ik zelf voor gezorgd want jullie deden niks’. Later die week belden andere medewerkers van de groothandel nog twee keer om dezelfde afspraak te maken voor reparatie van mijn handbike. Alle keren vroeg ik wanneer dan de armleuningen van mijn rolstoel gerepareerd gaan worden. Ik kreeg allesbehalve vertrouwenwekkende antwoorden. Een aantal weken geleden informeerde iemand van de groothandel telefonisch hoe het stond met de reparatie van alle spullen. Wist niet dat de handbike al door de leverancier gerepareerd was maar mijn armleuningen niet. Gaf grif toe dat er slecht gecommuniceerd werd binnen het bedrijf. Tijdens zijn bezoek daarop liet de man weten dat het hele bedrijf terug gereorganiseerd wordt omdat de nieuwe opzet niet werkt. Daarop hoorde ik weer enkele weken niks. Ik bellen met het landelijk nummer. ‘Verbindt u door met de Hengelose vestiging’, was de boodschap. Een aardige telefoniste ontdekte in het magazijn mijn armleuningen: ‘vandaag binnengekomen.’ Waarna ze mij aangenaam verraste met de vraag: ‘ik wil graag een afspraak maken voor reparatie. Wanneer schikt het u?’


23-10-2007
Verhuizen
‘Al iets over een aangepaste woning gehoord’,  vragen vrienden mij regelmatig. Ik woon in mijn oude woning maar sta ingeschreven voor een aangepaste. Mijn huis is niet aangepast en wordt dat ook niet. De vierkante meters vloeroppervlak voldoen niet aan de normen die de overheid aan rolstoelwoningen stelt. T’is te klein. Daarom heb ik recht op een aangepaste woning en verhuiskosten. Toch heb ik zelf nog geen haast gemaakt met informeren naar mijn plaats op de wachtlijst. Niet verstandig misschien maar op de één of andere manier heb ik nog geen haast. Ik heb al wel wat rondgekeken en ging op bezoek bij aangepast wonenden. Best mooie huizen en meer ruimte natuurlijk. En alles aangepast. Maar het bevalt me nog in mijn oude huis. Wonen en werken in één ruimte is altijd mijn droom geweest. Hoewel ik liever meer ruimte heb dan nu. Een loft bijvoorbeeld is zeker aan mij besteed. Zo’n leeg New Yorks pakhuis waar vaak kunstenaars of yuppen in wonen. Eén grote ruime waar in mijn geval alleen een aangepaste badkamer met wc is en een keukenblok waar ik met mijn rolstoel onder kan. Is toch wel handig. Verder richt ik dan een zit- en eethoek in, een werkhoek voor mijn computer en een slaaphoek. De overige ruimte wordt atelier/ fotostudio. Ook bekijk ik wel eens de mogelijkheden om hier toch te blijven wonen. Met een goede vriend toevallig deze week er over gehad. Zelf een traplift via Marktplaats op de kop tikken. Dat kan. Maar badkamer blijft behelpen. Moet ik veel voor verbouwen en het is natuurlijk een huurhuis. Mijn bed kan dan naar boven. ‘Hoe groot is het daar ook al weer’, vraag ik me af. ‘Kan daar straks een tweepersoonsbed staan waar nog een rolstoel naast moet kunnen?’ Wordt niet echt wat. Verhuizen dan maar? Het idee begint langzaam te rijpen.


16-10-2007
Dé gehandicapte
Dé Nederlander bestaat niet volgens prinses Maxima en dat is eerlijk gezegd een hele opluchting. Me niet meer af hoeven te vragen of ik aan de Nederlandse identiteit voldoe. Weg met die twijfel. Want ik vraag me soms af of ik wel een echte Nederlander ben. Gordijnen open en met het licht aan te koop zitten, daar hou ik niet van. Toch schijnt dat typisch Nederlands te zijn. Net zoals mayonaise over de friet. Daar hou ik ook niet van. Liever pindasaus en dan in een apart schaaltje. Ik hou wel van aardappelen maar van die stevige met een lekker sausje en niet die kruimige. Ook ander Hollands volksvoedsel zoals nasi en bami kan ik zeker waarderen. Maar met voetbal heb ik helemaal niks en je mag bij mij de hele koekjestrommel leegeten bij een kopje koffie. Van gezelligheid en feesten hou ik weer wel. Identiteit kenmerkt een persoon of groep. Iemand die langer is dan de rest wordt daarop aangesproken. Tien lange mensen bij elkaar en je hebt een groep met één zelfde kenmerk. Ze hebben allemaal hetzelfde gemak dat ze bij concerten goed over anderen heen kunnen kijken. En dezelfde problemen zoals moeilijker aan passende kleren kunnen komen en met je hoofd tegen het dak in de meeste auto’s. Verder zijn ze allemaal verschillend. Net zoals prinsessen. Dé prinses bestaat niet. Ze hebben natuurlijk iets gezamenlijks. Naar feesten gaan, dure jurken dragen en linten doorknippen. Maar ze houden allemaal weer van een andere prins, dus er zijn ook verschillen. Vaak lees ik over dé gehandicapte. Ben ik dat?, vraag ik me wel eens af. Of is het iemand uit mijn revalitaria? Gehandicapten zwaaien niet naar elkaar zoals motorrijders. Ook hebben gehandicapten allemaal andere beroepen en hobby’s. Toch is het blijkbaar een groep. Ik zal Maxima eens vragen. Wat zegt ze: ‘dé gehandicapte? Die bestaat niet’.


09-10-2007
YouTube
Sinds nog niet zo lang kijk ik regelmatig naar YouTube. Dat vond ik eerst flauwekul waar ik geen kostbare tijd aan wilde besteden. Maar tijdens bezoek van een vriend ben ik helemaal overstag gegaan. Volgens hem was er veel muziek te vinden. Oude en nieuwe clips en muziekclips van bands die al lang niet meer te horen zijn. Regelmatig klik ik nu het bekende internetkaneel aan om me te laten verrassen door wat er van sommige van mijn oude favoriete bands is overgebleven. Vroeger draaide ik de spacerock van Hawkwind grijs. De knakkers blijken nog steeds op te treden. Vaak heb ik YouTube er nu achter staan als ik op de computer aan het werk ben. Dat voelt prettig en muziek is emotie. Vorig jaar rond dezelfde tijd kon ik bijna geen muziek verdragen. Zo had ik me in de revalitaria aangemeld voor muziek en computer bij de afdeling activiteitentherapie. Dat werd overigens vooral pianospelen. Een prettig instrument dat zelf trilt en waarmee je echte klanken maakt. Elektronisch en digitaal is ook mooi maar akoestisch voelt beter. Muziek is een directe kunstvorm die je rechtstreeks raakt. Vorig jaar kon ik dan ook niet tegen de meeste soorten muziek. Dat was allemaal van voor mijn ongeluk en emotioneel beladen. Vooral nummers waar bepaalde herinneringen aan kleefden, kon ik niet horen zonder een verborgen traan. Mijn muziektherapeut begreep dat gelukkig feilloos. Wonderlijk hoe dat nu grotendeels weggesleten is. Ongemerkt want er zit nergens een omslagpunt. Ergens in het voorjaar ben ik tijdens de weekenden thuis, begonnen om voorzichtig mijn cd’s eens te draaien. Ik kreeg er weer plezier in. Zelfs in mijn mp3 speler die al die tijd ongebruikt in een la heeft gelegen. Nu ben ik zelf muziek aan het maken. Voorzichtig want ik ben geen virtuoos maar ik heb al een bestemming als het af is: YouTube.


2-10-2007
Natte cel
Nog voor ik de douchekraan open draai weet ik het. Dit is er één. Zo’n dag waarbij mijn emoties heel dicht onder de oppervlakte liggen. De tranen branden achter mijn oogleden. Er hoeft maar iets te gebeuren of ik krijg vochtige ogen. Bij het wakker worden had ik het nog niet in de gaten. Maar pas in de douche in al mijn kwetsbare naaktheid dringt het zich naar boven. Er is geen directe aanleiding. Integendeel. De afgelopen paar weken juist leuke dingen gedaan en regelmatig bijzonder aangenaam gezelschap om me heen gehad. Het zal wel met mijn bioritme te maken hebben of ergens anders door komen. Meestal duurt het een dag en is het daarna weer weg. Eén van mijn kamergenoten in de revalitaria was er ook gevoelig voor. In de badkamer kwam er van alles bij hem boven en tijdens het douchen stroomden de tranen. Dat ken ik. De rest van de dag heb ik gelukkig niks bijzonders. Ik heb geen afspraken buiten de deur en hobbel de dag een beetje door. Klussen doen die zijn blijven liggen en stug mijn oefeningen afwerken. Terwijl ik mijn vingers buig en strek kijk ik wat tv of YouTube. Nieuwsbeelden over de opstand van monniken in Birma raken me plotseling meer dan anders. Op YouTube zie ik een videoclip van Peter Gabriel en ik raak aangedaan door iets daarin maar kan nog niet ontdekken wat. Tjezus. Ik lijk wel een zwangere vrouw. Is hier geen pilletje voor? Ja, wit poeder geloof ik maar dat heeft weer andere nadelen. ’s Avonds trekt het bij. Gelukkig want ik moet nog wat mensen bellen. Ik mail het een vriendin in rolstoel die later telefonisch laat weten het ook te hebben. Ook het bovenkomen van die emoties juist in de badkamer herkent ze. Niet voor niks heet dat dan ook de ‘natte cel’.


25-09-2007
Flirten
Ze loopt door de ziekenhuisgang met haar blik een beetje de richting uit van de wachthoek waar ik ook zit. Dan kijkt ze me recht aan, ziet mijn blik en lacht even naar me. Ik lach terug. Daarop gaat haar blik weer vooruit en loopt ze met een glimlach door. Ik ken haar niet. Voor controle moest ik in het ziekenhuis zijn. Het duurde nog een tijdje voordat ik aan de beurt was en ik zat leeg om me heen te kijken. Met mensen kijken vermaakte ik me altijd al prima. Eigenlijk de reden om op een terras te gaan zitten. Allerlei types zie ik. Vooral oudere stellen zijn prachtig om te zien met hun door vele jaren ingesleten gewoonten en gedrag. Meestal zijn ze een soort twee eenheid geworden. Dan valt mijn oog op de aantrekkelijke vrouw die in de gang voorbij loopt. Vrij onbevangen kijk ik met genoegen naar haar en wanneer onze blikken elkaar kruisen reageert ze leuk. Flirten heet dat. Iets dat wij Nederlanders blijkbaar te weinig doen want vooral vrouwen uit zuidelijker landen klagen daar over. En eigenlijk is flirten best leuk. Je laat die ander alleen even weten van: ‘hey je bent leuk, of je ziet er leuk uit’. Wie is nu niet blij met zo’n boodschap. Maar, kun je flirten in een rolstoel? In zo’n karretje krijg je ontzettend veel bekijks en veel verschillende soorten blikken ook. In het winkelcentrum schrikken sommige mensen opzij als ik aan kom rollen. Anderen kijken bij voorbaat al hulpvaardig. Laatst had ik het er toevallig met een rolstoelende vriendin over en zij ervaart dat je in een rolstoel best kunt flirten. Nu is zij een bijzonder aantrekkelijke jonge vrouw en dat wil natuurlijk best helpen. Intussen kijk ik met plezier terug op mijn ‘ziekenhuiservaring’. Zo’n dag is weer goed. Me even gewoon alleen maar man voelen.


18-09-2007
Olifanten
Wat ik hoorde weet ik niet maar ik was nu wakker. Ik sliep toch al onrustig en ik weet niet of ik van het geluid wakker werd of net wakker werd en het toen hoorde. In mijn droom viel mijn polshorloge uit elkaar. Een opvallend vierkant klokje dat ik helemaal niet heb. Met mijn hand wilde ik hem opvangen maar toen hield ik alleen het losse kastje vast. En er gingen meer dingen mis in die droom. Nu kijk ik de kamer rond en luister. Soms hoor ik een krak maar dat is normaal. Dat doet mijn huis nu eenmaal. Ongemerkt dommel ik weer in slaap. Even later weer wakker. Nu hoorde ik echt wat. Het lijkt iets dat door een dier wordt veroorzaakt. Dan maar even de lamp aan. Ik ga wat rechtop zitten en kijk goed rond. Niks, helemaal niks. Alleen mijn eigen geordende chaos. Gewoon maar stil blijven liggen en luisteren. ‘Krak’ zegt het huis weer. ‘Tik, tik’ hoor ik tegen de ramen van de klimop die in de wind beweegt. Ik lig en kijk op de dag terug. Die eindige op een terras waar het door de verwarming ook laat nog leek alsof het zomer was. Dat viel tegen bij het weggaan. Maar het eten was erg lekker, het Limburgse bier deed steeds verlangen naar het volgende glas en mijn charmante tafelgenote zat te stralen in de gouden gloed van de ondergaande zon. Blijkbaar ben ik ingedommeld want ineens schrik ik wakker. Daar is het geluid weer. De deur  van de trapkast staat op een kier en wordt opengeduwd. Met zijn tweeën komen ze er uit en ik geloof mijn ogen niet. Gehoord had ik er wel over natuurlijk, maar dat ze zo klein zouden zijn. Veertig centimeter hoog schat ik. Ze zijn knalroze en de voorste houdt zijn slurf omhoog. Het zijn heel duidelijk twee olifanten.


11-09-2007
Hulpmiddelenmaffia
Door mijn ongeluk laatst heeft mijn handbike helaas wat schade opgelopen. Er is iets verbogen en twee kabelspanners zijn afgebroken. Daarom belde ik de groothandel waar de gemeente Hengelo hulpmiddelen door laat leveren. De monteur kwam en doorgrondde met zijn vakkundig oog de zaak snel. De kabelspanners kan hij gewoon in Hengelo halen bij de leverancier. Mag niet van de gereorganiseerde regels van de firma. Moet via het provinciale hoofdkantoor in Zwolle. ‘Werken met de handen op de rug’,  noemt hij het. Monteur vertrekt, ik krijg wel bericht. Een week later nog steeds geen bericht. Ik bel met het landelijke belcentrum. Mensen zonder kennis nemen de telefoon aan en zoeken in computers naar wat er van mij bekend is. Mijn postcode is daarbij heel belangrijk. Ik heb hem wel honderd keer genoemd. Na iedere keer doorverbonden worden is de eerste vraag: ‘uw postcode en huisnummer?’. ‘Vrijdag komt de monteur’, is de boodschap die ik op mijn antwoordapparaat vind. Geen tijd of dagdeel. Ik weer bellen want ’s middags heb ik een vergadering. Vrijdagochtend geen monteur. Weer bellen met mensen die helemaal niets voor me kunnen doen. Ze hebben een cursus in tergende klantvriendelijkheid gevolgd en dat is heel erg. Niets is erger dan mensen die op vriendelijke toon tegen me zeggen dat het inderdaad heel vervelend is en vervolgens laten weten dat ze verder niets voor me kunnen doen. Drie keer bellen met steeds andere telefonistes die beloven een afdeling een mailtje te sturen. En die afdeling belt mij terug. ‘Ja mijnheer. Dat doen ze’.  Mooi niet dus. Ik bel mijn vergadering af want de monteur kan komen. Geen monteur en niemand die belt. Ziedend ben ik. Maandag hetzelfde verhaal. Geen monteur, geen bericht en niemand die meer voor me doet dan mailtjes naar afdelingen sturen. Met vriendelijke woorden word ik in de steek gelaten door de hulpmiddelenmaffia.


04-09-2007
Kookboek
Ik reed met mijn handbike op een donker landweggetje in het buitengebied. Het enige licht kwam van mijn koplamp. Plotseling een fel licht van boven. Een licht gezoem en daar landde een levensechte UFO direct voor mij. De inzittenden hadden een groot hoofd, grote ogen en een kleiner lichaam dan wij mensen. Gelukkig spraken ze goed Engels net als in de meeste science fiction films. ‘Take me to your leader’, vroegen ze. Ik dacht direct aan Beatrix maar zelf kozen ze na wat onderling gekibbel voor Vincent Bijlo en Karin Spaink. ‘May the force be with you’, wensten zij mij toe. ‘Beam me up Scotty’,  hoorde ik ze nog net zeggen voordat ze verdwenen. Bijlo en Spaink maakten hen bekend met Nederland en de rest van de wereld. Eindelijk hadden buitenaardsen contact met ons gezocht. Ze zochten Rob Scholte op, gingen naar Stevie Wonder en maakten kennis met Jeff Haeley. De buitenaardsen hadden een voorkeur voor mensen met allerlei technische hulpmiddelen. Dat vonden ze modern en hoogontwikkeld. Zo verbaasden ze zich over het geploeter met toetsenborden om een computer te bedienen. ‘Wat primitief’, oordeelden ze. Dan de sprekende computer van onze blinde cabaretier. Ook liep er niemand meer op hun planeet. De aliëns zweefden naar hun bestemming. En wie dat astrale niveau nog niet had bereikt deed dat op zoevende wieltjes. Wetenschapper Stephen Hawking kreeg een digitaal bestand overhandigd. Hij bezwoer dat hij het voor zijn dood zou ontcijferen. De leden van de tweede kamer werden uitgenodigd op hun planeet. Leden van gemeenteraden volgden. Politiek Nederland werd leeg maar ons land merkte er verder weinig van. Andere landen volgden. Het scheen ze goed te bevallen want er kwam nog niemand terug. Dan heeft Hawking het bestand ontcijferd. Via een wereldwijde rechtstreekse uitzending en internet maakt hij het bekend. ‘Ik weet nu wat het is’, klinkt zijn kunstmatige stem. ‘Een kookboek!’


27-08-2007
Bewegingstrainer
Bewegen is gezond en veel bewegen is gezonder. Het menselijk lichaam is daarvoor gemaakt. Als je weinig of niet beweegt kan er van alles mis gaan. Teveel bewegen is ook niet goed. Dan slijten bepaalde onderdelen van je lichaam harder dan de rest. Wetenschappelijk is bewezen dat we voor bepaalde bewegingen geen hersens nodig hebben. Zo is lopen zo’n automatische beweging dat ons hoofd zich daar niet mee bezig houdt. Dat heeft wel iets anders te doen. Lopen wordt aangestuurd door ons ruggenmerg. In principe kunnen we zonder hoofd nog lopen. Zo ontdekten gemenerikken bij proeven met katten en honden dat deze na een dwarslaesie nog konden lopen. Tenminste na intensieve training op een loopband. Tijdens de Franse revolutie hakten ze nogal wat hoofden van mensen af. Ook toen had je onderzoekers en in 1893 beschreef Dr J. Luys dat het lichaam na het afhakken van het hoofd nog gecoördineerde bewegingen maakte. Acteur Christopher Reeve, vooral bekend door zijn rol als Superman, zette zich na zijn dwarslaesie tomeloos in voor onderzoek. Daaruit bleek onder andere dat dwarslaesiepatiënten zo snel mogelijk op een loopband moeten trainen. Dat activeert het vegetatieve geheugen in het ruggenmerg waarin die loopbeweging zit opgeslagen. Een rolstoel is eigenlijk helemaal niet goed want je leert er niet door te lopen. Loopbanden zijn dun gezaaid en revalitaria hebben te weinig personeel. Lang niet alle dwarslaesiepatiënten komen dus op de loopband. Soms helpt particulier initiatief. Zo zorgde Maurice de Hond voor een Locomat in Amsterdam waar zijn zoon revalideerde. Een ingenieuze Zwitserse loopband waar geen fysiotherapeuten bij hoeven te staan. Zelf heb ik een bewegingstrainer aangevraagd om mijn beenspieren te trainen. Verder is het apparaat goed voor honderd andere zaken en zou iedere dwarslaesiepatiënt zo’n ding moeten hebben. Ik heb hem nu op proef. Mijn ziektekostenverzekeraar heeft de eerste aanvraag afgewezen. Een aanvraag tot heroverweging heb ik al ingediend.


21-08-2007
Prikkelpakket
Of ik wilde of niet, afgelopen donderdag had ik een jubileum. Precies een jaar geleden gebeurde mijn ongeluk en lazerde ik van de trap. Ik wilde er niet teveel bij stilstaan. Maar toch gingen mijn gedachten regelmatig die kant uit. Hoewel ik blijkbaar vrij positief van aard ben kon ik toch niet om een dipje heen. Plotseling zat ik er midden in. Niet zo heftig als ik eind vorig jaar had maar toch een aardige rimpel in mijn dagelijkse stemming. Een goede vriendin zou die avond op bezoek komen. Attent als ze is had ze met vooruitziende blik die datum al een tijdje vrijgehouden. Het werd gelukkig een gezellige avond met veel gepraat en wijn. De volgende dag paste er helemaal bij. Een jaar geleden lag ik op de intensive care. Nu bezocht ik de huisarts om de hechtingen van mijn ongeluk van een week geleden er uit te laten halen. ’s Middags een charmante afspraak bij de zaak waar ik vorige week het terras trakteerde op een stunt met mijn handbike. Nu een leuk gesprek over wat je zo in het leven kan overkomen en relaties. Zondag bezoek van een kennis die ik vijfentwintig jaar niet gezien heb. Nu woont ze in Limburg en had via, via, van mijn ongeluk gehoord. ‘Of ze een keer langs mocht komen’,  mailde ze. Bij binnenkomst verbaasde ik me er over hoe weinig sommige mensen veranderen. Behalve ouder worden. Ze heeft een dochter van veertien. Geboren met verlamde rechterarm. Foutje van de verloskundigen bij de bevalling. Een kinderfysiotherapeut behandelde haar jarenlang met onder meer verschillende materialen die prikkels op gang moesten brengen van haar arm naar de hersenen. Zachte streeldingen, harde prikkelbollen, een soort kwasten en nog meer. ‘Ik heb iets voor je meegebracht’,  zei ze bij binnenkomst. Ik kreeg een mooie doos vol met verschillende materialen. Op de zijkant een etiket: ‘Prikkelpakket’.


14-08-2007
Beschermengel
Misschien moest het een keer gebeuren. Afgelopen zaterdag had ik een verkeersongelukje. Als je deelneemt aan het verkeer loop je een aardige kans eens een verkeersongeluk te krijgen. Sommige mensen hebben bijna nooit wat waardoor anderen voor de statistieken meer ongelukken moeten maken. Vroeger ben ik maar één keer bij een echt verkeersongeluk betrokken geraakt doordat iemand mij geen voorrang verleende. Verder ben ik als automobilist drie keer van achteren aangereden. Altijd als ik stilstond. Voor een stoplicht, een voorrangsweg of wat anders. Een keer stond ik achter in een file en kon ik mijn auto snel de berm in jagen nadat ik in de spiegel zag hoe een grote bestelbus in volle vaart op de auto knalde, twee plaatsen achter mij. Afgelopen weekend was het weer mijn beurt. Na een gezellig terrasje met vrienden reed ik weg met mijn handbike. Snel en handig ontweek ik twee fietsers. Hoewel handig? Het volgende moment kapseisde mijn driewielige fiets en klapte ik met mijn hoofd tegen de straatstenen. Te snel gedraaid en dat is link als je op drie wielen rijdt. Braaf heb ik alleen maar van de Ice-Tea gesnoept, dus alcohol kon ik geen schuld geven. Gewoon een stomme inschattingsfout. Wonderlijk hoeveel mensen ineens op je af komen, aardig zijn en helpen. Eén van de vrienden van het terras belde de ambulance want ik bloedde als een rund. Het personeel kwam aanrennen met theedoeken om het bloeden te stoppen. Politie kwam, was heel aardig. Ambulance kwam en was heel aardig. Ik moest mee naar het ziekenhuis voor hechtingen. De politie vervoerde mijn handbike met een busje naar de Eerste Hulp. Met drie hechtingen en twee tetanusinjecties fiets ik kort daarna weer naar huis. ‘Bedank je beschermengel maar want het had slechter af kunnen lopen’, mailde een vriendin. Inderdaad. Beschermengel bedankt. En zeker ook verder iedereen die geholpen heeft.


07-08-2007
Parallax
Sinds kort kan ik de tijd stil zetten. Het begon met één seconde maar ik zit nu al op drie seconden. Door toeval kwam ik er achter. Ik heb een horloge met secondewijzer. Schoksgewijs beweegt de secondewijzer steeds één seconde vooruit en staat dan even stil tot het tijd is om de volgende seconde aan te geven. Tussen ieder schokje zit één hele seconde. Op een bepaald moment ontdekte ik dat de secondewijzer langer blijft staan op momenten dat ik vrij onbewust en leeg op mijn horloge kijk. Het viel me eerst niet op. Maar soms vroeg ik me af of mijn horloge stilstond omdat de secondewijzer niet bewoog. Maar even later schokte de wijzer weer verder. Ik ging er op letten. Hier moest iets aan de hand zijn. Steeds vaker keek ik op mijn horloge. En steeds vaker betrapte ik de secondewijzer op stilstaan. Ik kon het proces zelf beïnvloeden. Hoe onbewuster ik kijk hoe langer de wijzer stil staat. Het langste is nu bijna drie seconden. Mijn enige ervaring met tijdsbeïnvloeding stamt uit horecagelegenheden. Alleen staat de tijd daar niet stil maar schuift plotseling vooruit. Ik kwam eens mijn stamcafé binnen en bestelde een drankje. Daarop raakte ik in een geanimeerd gesprek. En ineens is het vier uur en gaat de tent dicht. Met geen mogelijkheid was ik daar al vier uur lang geweest. Maar iemand die het truckje beheerst heeft gewoon gauw de tijd vier uur vooruit geschoven. Daar kan ik natuurlijk niet tegenop met drie seconden tijd stilzetten. Maar drie seconden is al drie keer zo lang als die ene seconde waar ik mee begon. Straks kan ik minuten en dan uren stilzetten. Bij vierentwintig uur treedt er een soort parallax op. Dan staat de tijd niet meer stil maar loopt terug, is mij verteld. Een jaartje terug moet dan lukken als ik zo doorga.


31-07-2007
Oefenen
‘Sex sells’ en dat weten programmamakers, reclamejongens en muziekproducenten goed. Een mooie meid er bij en de laatste tijd ook meer mooie jongens, en het verkoopt meteen makkelijker. Onze maatschappij is behoorlijk geseksualiseerd. Sekspierementen in ‘Spuiten en slikken’ en niets verhullende uitleg in ‘Neuken doe je zo’. Het mooiste is ‘De gouden kooi’ waarin malloten zich omwille van kijkcijfers door programmamakers laten misbruiken. Nu er teveel geweld en seks te zien is komt er protest. Vooral daardoor zou je haast vergeten dat seksualiteit ook een mooie kant heeft en bij het leven hoort. Gewoon als menselijke behoefte. Volgens de beeldvorming hoort seks alleen bij jongeren. Nou vergeet het maar. De meeste jongeren gruwen bij de gedachte dat hun ouders ‘het’ nog steeds doen. Een negentigjarige man vertelde op Discovery heel mooi over zijn seksleven: ‘Ik ploeg nog wel zo diep maar ik maak nu minder rondjes’. Seks en gehandicapten ligt ook gevoelig. De Mis(s) verkiezing liet laatst zien dat er hele mooie vrouwen ‘on wheels’ zijn waar ik best een beschuitje mee zou willen eten. Rollende mannen moeten nog even wachten maar initiatiefneemster Lucille Werner vindt het nu tijd voor een Mister verkiezing. Tijdens revalidatie krijgt seksualiteit niet veel aandacht. In mijn revalitaria werd seksualiteit tijdens een voorlichtingsbijeenkomst haastig afgehandeld in de stijl van: ‘Vragen? Geen vragen’. In sommige buitenlanden doen ze dat anders. Dat zag ik laatst tenminste in de documentaire over het Canadese rolstoelrugbyteam. ‘Murderball’ heet dat daar. Voor een actief seksleven heb je werkend gereedschap nodig. Bij een dwarslaesie is de hardware aanwezig en werkt de software. Alleen in de verbinding daar tussen zit een kink. Bij de één komt geen signaal over en bij de ander niet alle signalen. De rugbyers werd openlijk aangeraden te masturberen om de signaaloverdracht te stimuleren. Geslaagde erecties werden op de afdeling met gejuich ontvangen. Ik ben al begonnen met oefenen.


24-07-2007
Voorwiel
Wat is het heerlijk om de wind weer door mijn haren te voelen terwijl ik me met een aardig gangetje zelf vooruit beweeg. Sinds ruim een week kan ik namelijk weer fietsen. Met mijn armen. Dus echt fietsen is het niet. Dat doe je met de benen want die zijn daar voor gemaakt. Maar het lijkt er aardig op. Een week geleden is mijn handbike afgeleverd. Eigenlijk een losse voorvork die ik met een slim klemsysteem aan mijn rolstoel vastmaak. De derailleur heeft acht versnellingen en ook nog eens bergverzet. Het ding kan dus de bergen op. Maar of ik dat ook kan moet nog blijken. Twee accu’s in sportieve zijtassen drijven een onzichtbare elektromotor aan waarmee ik zelf ‘wind mee’ kan inschakelen. Zelfs de hoeveelheid ‘wind mee’ kan ik zelf regelen, en dat is lekker. Om al m’n kracht uit mijn armen te halen vind ik best zwaar. Ik fiets dus altijd met ‘wind mee’. Ook dan moet ik blijven trappen maar ik schiet tenminste wel een beetje op. Door de schijfrem kan ik weer heel snel stilstaan als dat nodig is. Ik fiets bijna iedere dag. Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid om gewoon weer de fiets te kunnen pakken om ergens heen te kunnen rijden. Ik fiets door delen van Hengelo waar ik sinds mijn ongeluk niet meer ben geweest. Kalm peddel ik terwijl ik lekker rondkijk. Even zien hoe de oude brouwerij er nu bij ligt. Ineens krijg ik het idee iemand op te zoeken die vlakbij woont. Niet thuis. Dan lekker de stad in. Kijken bij winkels die ik een tijdje niet gezien heb en boodschappen doen bij de supermarkt. Daarna van de zon genieten op het terras. Mijn handbike geparkeerd tussen de fietsen. Een jongetje blijft verbaasd staan: ‘kijk eens papa. Daar staat alleen een los voorwiel’.


17-7-2007
Watertrappen
Tijdens de laatste weken van mijn verblijf in de revalitaria zwom ik één keer per week. Dat voelde prettig. Lekker even wat minder last van mijn beschadigde lichaam. Zo in het water werd ik een beetje gewichtloos. En door het zwemmen gebruikte ik tenminste weer eens andere spieren. Mijn schouders kwamen los en ook in mijn nek kon ik het merken. Tijdens de laatste keer heb ik zelfs op mijn rechterbeen gestaan. Welliswaar in het water, dus dat telt niet helemaal. Maar het leek mij een aardige oefening om verder uit te bouwen. Dat hield op na mijn ontslag. Omdat ik wilde blijven zwemmen belde ik rond naar de mogelijkheden. Extra warm water heb ik nodig en een lift om heelhuids in en uit het water te komen. In mijn woonplaats lukte dat niet. Uiteindelijk bleek alleen het zwembad van mijn voormalig revalidatiecentrum deze voorzieningen te hebben. Via de vereniging voor aangepast sporten kon ik een plaatsje bemachtigen. Daarna de begeleiding want helaas heb ik nu één op één ondersteuning nodig om boven water te blijven. Voor mijn ongeluk was ik nooit een echte waterrat geweest maar ik kon me zelfs in zee nog aardig redden. Uiteindelijk meldde zich een studente bewegingsagogiek als potentiële begeleidster. Afgelopen week voor het eerst samen gezwommen. Eerst elkaar aftasten. Laten zien wat ik wel en niet kan en ervaren hoe zij begeleidt. Maar na korte tijd voelde het al vertrouwd aan. Het was lekker om weer in het water te zijn. Ik kon mijn armen en schouders eens anders gebruiken. Na het zwemmen nog oefeningen in het water aan de kant gedaan. Staan op mijn rechterbeen. Dat kon ik al en het lukte ook nu weer. Daarna probeerde ik voor het eerst mijn linkerbeen te strekken. Het lukte. Zelfs toen ik mijn rechterbeen optrok. Ik heb een nieuwe oefening ontdekt. Straks ga ik watertrappen.


10-7-2007
Huismerk
Het adres was niet moeilijk te vinden. Ik ging op bezoek bij een vriend die net verhuisd is. Ook heeft hij een nieuwe vriendin. Het was al druk maar tussen alle bezoekers ontdekte ik hem met zijn nieuwe vlam. Een donkere schone van exotische makelij. Na de verwelkoming wilde ik mij even opfrissen. De badkamer was snel gevonden in hun nieuwe, ruime woning. Met mijn rolstoel kon ik er makkelijk naar binnen. Ik waste mijn handen en tijdens het afdrogen zag ik een busje AXE staan. ‘Unlimited’ heette deze variant, een verbeterde geur. ‘Voor verleiding als nooit tevoren’,  belooft het etiket. Zou ik het aandurven? Voordat ik het wist hadden mijn handen het busje al gepakt en spoot ik mezelf een dosis op. Nu naar de woonkamer. Naar het feest. De vriendin van mijn vriend had mij meteen in de smiezen. Dwars door de menigte heen deinde ze op mij af. Ondertussen begon ze met akelig krijsende stem kreten te slaken. Eerst verstond ik het niet. Langzaam drong tot me door wat ze riep. ‘Boomchickawahwah!, boomchickawahwah!, boomchickawahwah!’. Ineens rukte ze mij de kleren van het lijf. Daar zat ik in onderbroek. Mijn urinezak voor iedereen zichtbaar aan mijn been. Volgende keer toch maar een flitsende kleur nemen of eentje met modieuze tijgerprint. Dan wil iedereen zo’n zak. Maar ik was lichtelijk geschokt door het effect van de verbeterde geur. Dit had ik niet verwacht. Zeker de nieuwe reclamespots gemist want dit effect is toch niet de natte droom van menig man. Was ik maar van het busje afgebleven. Nu snap ik ook de geruchten over ‘Blijf van m’n lijf-huizen’ voor AXE-gebruikers. Zelf overweeg ik me aan te melden voor één van de mannenhuilgroepen om mijn schok te verwerken of een AA-groep. Anonieme AXE-gebruikers. Ik beperk me vanaf nu strikt tot de degelijke huismerken van Albert Heijn of Hema. Zeker weten.


3-7-2007
Mind clinic
Met mijn rechterhand draai ik de warmwaterkraan dicht en controleer de watertemperatuur door de straal op mijn linkerarm te richten. Inderdaad koud. Nu op mijn benen. Rechts voel ik niet veel. Links voel ik ineens tintelingen. En voorlopig is alle gevoel welkom. ‘Wisselbaden met koud en warm water’,  raadde de ergotherapeut aan voor mijn linkerhand tijdens mijn bezoek aan het Roessingh, afgelopen week. Dat stimuleert de ontwikkeling van mijn gevoel en van de controle over mijn spieren. Wat goed is voor mijn hand moet ook goed zijn voor mijn benen en de rest van mijn lichaam, dacht ik. Dat sluit perfect aan op mijn overtuiging dat signalen via de zenuwbanen twee kanten op gaan. Ik kan proberen de signalen van mijn hersenen naar mijn voeten of handen te sturen. Maar andersom kan ook. Wanneer mijn hersenen een vaag signaal oppikken dat ik in mijn grote teen knijp, krijgt dat meer aandacht. Het signaal wordt dan sterker. Vooral als ik dat regelmatig doe. Dat hoort bij het zelfherstellende vermogen van het menselijk lichaam. Maar niet iedereen gelooft daarin. Binnen mijn revalitaria vond ik slechts gehoor bij een charmante luchtvaartkundig ingenieur die had ontdekt dat haar roeping in de fysiotherapie lag. Zij schoolde zich om. Tijdens haar stage behandelde zij mij enkele keren en was de eerste die enthousiast oefeningen deed met mijn rechterbeen waarin toen net beweging kwam. Ook één van de zaalartsen, altijd aio’s, artsen in opleiding die drie tot zes maanden blijven, geloofde in de tweeweg communicatie. Internet laat zien dat veel mensen met een dwarslaesie niet opgeven. Belangrijk daarbij is geestkracht. De wil om door te gaan en het geloof dat het kan. Goede vrienden steunen mij daar gelukkig in. Dat helpt. Ik voel nog steeds veranderingen in mijn lichaam. En wat zegt de Mind Clinic die ik via het net ontdekte: succes begins in the mind.


28-06-2007
Dirty
Tijdens mijn verblijf in het revalidatiecentrum smokkelde B. mijn wekelijkse flesje bier naar binnen. Dat moest want dat was daar illegaal. Alcohol was verboden. Behalve bij officiële feesten zoals carnaval. Dan liep het ook meteen in grote hoeveelheden. Daar buiten had iedereen zijn eigen methode om af en toe eens een drankje te kunnen drinken. B. is een goede vriend die mij tijdens zijn wekelijkse bezoek voorzag van een flesje speciaal bier. Nu ben ik al weer vier weken thuis en spelen er andere zaken. Mijn bier leverende vriend en ik hebben allebei iets met muziek. Allebei vroeger in bandjes gezeten. Hij een beetje meer dan ik. Nu willen we voor de lol muziek maken op de computer. Het programma dat hij daar voor opdook bleek niet helemaal te doen wat we er van verwachtten. Eén telefoontje naar de grootste muziekwinkel in onze woonplaats bood uitkomst. Gewoon een ander programma dat volgens de verkoper precies kan wat wij willen. Hij zal het demonstreren. B. rijdt en met een schuifplank kom ik van mijn rolstoel in zijn auto. Niet helemaal op eigen kracht want zijn voertuig is een stuk hoger dan mijn rolstoel. In de muziekwinkel is een lift. De verkoper ontvangt ons. Samen gaan we naar de computer met keyboards. Onderweg kunnen we het niet laten hier en daar wat toetsen in te drukken en snaren te beroeren. We zijn tenslotte twee jongens van vijftig. De verkoper haalt nog niet de helft. Duidelijk van een andere generatie. Wij hangen achter hem terwijl hij druk op toetsen drukt. Behendig wandelt hij door de menu’s en demonstreert verschillende instrumenten die je in kunt stellen. ‘Kijk’, zegt de verkoper ineens. ‘Hier zit dirty. Kun je kiezen voor dirty guitar en dirty drums. Dat is heavy met veel vervorming’. Ineens spreken we dezelfde taal. We willen raggen met veel herrie. Wij willen dirty.


21-06-2007
Onverbloemd
‘Je schrijft er nog wel luchtig over’, zei iemand zaterdag in de supermarkt. Ik kende haar zoals ik zoveel mensen ken in de plaats waar ik al vele jaren woon. Als je ergens lang woont en je jezelf niet bepaald opsluit ken je op den duur veel mensen. Meestal kwam ik haar bij de supermarkt tegen. Soms een praatje, soms ook niet. Ze had nog maar pas geleden van mijn ongeluk gehoord en was zich rot geschrokken. ‘Hoe het met me was’, wilde ze weten. Er luchtig over schrijven, dacht ik later. Dan mis je toch de essentie van wat ik wil vertellen. Ik wil namelijk niet de lolbroek uithangen of doen alsof er niks aan de hand is. Een dwarslaesie oplopen is gewoon behoorlijk kloten. Maar als ik er over schrijf wil ik er op zijn minst zelf beter aan worden. Ik schrijf graag en omdat dit een deel van mijn vak is, hou ik erg van mijn vak. Ook schrijf ik graag op deze manier. Zo heb ik er lol in. Dat gaat vanzelf. Dat is mijn stijl blijkbaar. Zo schreef ik eigenlijk altijd al, maar dan over andere mensen. Nu houdt het me ook nog eens een beetje op de been. Net zoals het andere deel van mijn vak. Fotografie en beeldende kunst. Ik bekijk dingen ook graag op een andere manier. Dat leidt me een beetje af van mijn handicap. Bovendien is een mens meer dan zijn handicap. Maar soms ben ik wel eens jaloers op mensen die hun woede zo ondubbelzinnig kunnen uiten. Zoals de man met de amputatie die in de revalitaria een onzichtbare maar duidelijk voelbare wolk van boosheid om zich heen had hangen. Hij at altijd alleen en lag er bij veel mensen uit. Toch mocht ik hem wel. Die kwaadheid om wat hem was overkomen en dan zo lekker onverbloemd. Heerlijk.


14-06-2007
Urine
Bezoek ontvangen in mijn eigen woonkamer of lekker achter in mijn eigen tuin. Mijn spullen op tafel laten liggen zonder opmerkingen dat ik het zo vol heb liggen. Gewoon een flesje bier drinken zonder dat ik het binnen heb moeten smokkelen. Zomaar wat verschillen tussen het verblijf thuis en de revalitaria waar ik nu al weer twee weken weg ben. Ze zijn snel gegaan die twee weken. Sinds mijn ongeluk gaat de tijd voor mij trouwens ongrijpbaar snel. ’s Ochtends heb ik een hele dag voor me waarbij ik me voorneem wat ik ga doen. In de avond kijk ik terug op een dag die regelmatig iets anders is gelopen. Soms met aangename verrassingen. De andere keer met vertragingen die ik absoluut niet heb voorzien. Ik geef nu zelf de dag vorm en dat deed ik vroeger, voor mijn ongeluk, natuurlijk ook. Dat was toen eigenlijk nooit een probleem. De afgelopen acht maanden werd mijn dagritme bepaald door een strak therapierooster. Het ontbijt stond klaar en ook bij het middageten kon ik zo aanschuiven. Nu doe ik weer boodschappen en moet nadenken over wat ik zal eten. Die luxe ben ik een tijdje niet meer gewend geweest, maar het kost ook veel denkwerk en organiseren. Dan de binnenruimte. Eindeloze lange gangen was ik de afgelopen tijd gewend. En grote zalen en andere ruimtes. Allemaal gladde vloeren waarover je met een rolstoel goed uit de voeten kon. Mijn huis is wel glad maar een stuk kleiner. En buiten hobbelt alles. Ook is het thuis veel stiller want ik mis toch de voortdurende aanwezigheid van een paar honderd mensen om me heen. Dat betekende de totale afwezigheid van privacy maar aan de andere kant had het ook wel wat. Hoewel ik regelmatig bezoek krijg mis ik de gesprekken wel eens. Zoals die tafelgenoot die dagelijks verslag deed van de hoeveelheid urine die hij die nacht geproduceerd had.


7-06-2007
Bonenschotel
Alles heeft zo zijn geur en dat was ik een tijdje vergeten. Ik kon namelijk niet meer ruiken. Vroeger rook ik alles maar in de loop der jaren is mijn reukvermogen afgenomen tot ik helemaal niks meer rook. Dat ging niet zomaar van de ene op de andere dag. Maar langzaam. Ik merkte het haast niet. Totdat ik waarschuwingen kreeg dat mijn eten aanbakte terwijl ik er met de neus bovenop stond. Het was zover. Ik kon niet meer ruiken. Ook een kno-arts bood geen uitkomst. In bepaalde situaties heeft dat zeker voordelen, maar over het algemeen vond ik het toch een verlies. Sinds mijn ongeluk is dat echter weer veranderd want op een bepaald moment ontdekte ik dat ik weer kon ruiken. Niemand weet hoe het komt. En ook dat ging niet van de ene op de andere dag. Eerst twijfelend vroeg ik soms aan bezoekers: wat heb je toch gegeten? Of: ruik ik nu dit of dat? Ik heb zo’n lange tijd niet geroken dat ik af en toe nog steeds niet zeker weet wat ik ruik. Maar over het algemeen vind ik het fijn om weer te kunnen ruiken. Zo is het heel apart om te kunnen ruiken wat je eet. Een goede vriendin reageerde eerst verbaasd en ongelovig toen ik haar bij een begroeting langer vasthield omdat ik aan haar haar wilde ruiken. Dat ruikt lekker. Er ging een nieuwe wereld voor mij open en ik geniet er nog steeds van. Zij is er nu aan gewend. Ook een goede vriend moest er aan wennen toen hij hielp met een klusje. Terwijl hij onder een tafel lag om kabels door te trekken en aan te sluiten keek ik toe. Tot ik een penetrante geur rook en achteruit deinsde. Ongelovig lachend kwam zijn hoofd te voorschijn. ‘Jij ruikt toch niks’, was zijn eerste verweer. Daarna schuchter: ‘bonenschotel’.


30-05-2007
Superman returns
Waarover ik deze week ga schrijven? Ik weet het even niet. Ja, eigenlijk over de overgang van deze revalitaria naar mijn leven thuis. Geen vol therapieprogramma maar zelf je draai weer oppakken. Zelf initiatief tot actie ondernemen. Graag had ik nog gezwommen. Met een therapeut zwom ik één keer in de week en die beweging is goed voor je hele lichaam. Zelfstandig zwemmen lukt helaas niet. Misschien ooit weer. Dat zwemmen kan ik verder vergeten want ik krijg geen dagtherapie aangeboden. Wel mag ik een fysiotherapeut in mijn woonomgeving uitzoeken voor ‘onderhoudsoefeningen’. Over dat zwemmen had ik graag geschreven maar dat doe ik niet. Ik heb iets belangrijkers met veel inspiratie gevonden en dat is namelijk Superman. Oftewel Chrisopher Reeve, de acteur die de onoverwinnelijke held speelde tot dat hij zelf geveld werd door een ongeluk. Het koste hem zijn tweede nekwervel. De man kon daardoor lichamelijk bijna niets meer maar zijn geest bleek onbreekbaar. Alsof het zo moet zijn wijzen verschillende vrienden in mijn omgeving mij de afgelopen tijd op Reeve en zijn aanpak. Ik heb zijn boek nog niet gelezen maar een goede vriendin mailde mij een toespraak van hem door. Een slottoespraak ter gelegenheid van de conferentie Leven Zonder Angst in 2004 in New York. Vlak voordat hij overleed. Inspirerend! Hij gelooft in de zelfhelende werking van het menselijk lichaam en dat je dit zelf kunt stimuleren. Zie ik ook helemaal zitten. Reeve is daar diepgaand mee bezig geweest en heeft een volslagen eigen weg gevolgd. Wars van artsen en therapeuten die het ook niet altijd weten maar die vaak vooral klaar staan om te roepen wat je volgens hen allemaal niet kunt. Binnenkort gaat de film To Walk Again in première met daarin allemaal mensen die net zoals hij hun eigen weg gaan. Die geestkracht hebben we allemaal en die film ga ik zien. Reeve’s geest leeft voort. Superman returns!


22-05-2007
Bestemming
Nog een paar dagen en dan zit mijn tijd er in deze revalitaria weer op. Vrijdag laat ik de dubbele schuifdeuren voor het laatst achter me dicht suizen. Acht maanden ben ik hier dan geweest. Vol verwachting werd ik hier op een brancard binnengedragen. Wijzer rol ik nu zelf in een rolstoel naar buiten. De vrijheid tegemoet. Daar waar het echte revalideren begint. Ik heb acht maanden geleefd in een beschermde wereld. Hierbinnen zijn veel dingen aangepast en ik ben hier niet de enige kneus. Niemand kijkt op van een rolstoeler en dat is buiten in de echte wereld wel anders. Revalidanten hebben veel compassie naar elkaar toe. Wat de één niet kan dat kan de ander wel. Aan de koffietafel kreeg ik begripvol gelach van herkenning met mijn verhaal over het plastic bekertje vol koffie dat ik in de begintijd door een spasme leegkneep boven de papieren van de maatschappelijk werker. Ik praat veel met andere revalidanten en wissel wel eens behoorlijk persoonlijke zaken uit. Soms met een onverwachte traan van mijzelf of de ander. Slechts één keer ben ik met iemand vrolijk dronken geworden. En dat is een hele kunst in deze drooggelegde ambiance. Ook met de therapeuten heb ik veel contact. Alleen al vanwege de intensieve therapieën en verder op zijn tijd een discussie over de te volgen therapie. Therapeuten en revalidatie artsen mogen daarin adviseren. Maar het gaat om mijn lichaam en mijn revalidatie. Ik ben zelfdenkend en verantwoordelijk voor mijzelf. De therapeuten werken vanuit een bepaalde visie waarmee ik het niet altijd eens ben en dat levert af en toe een stevige discussie op. Maar van een goede discussie leren beide partijen als het goed is. Die wereld laat ik vrijdag achter mij. Dan ga ik zelf verder zoeken want de echte zoektocht begint dan pas. Een reis met een vaststaand doel eigenlijk. Maar met een onbekende bestemming..


15-05-2007
Twee meter
Mijn bed is te kort en dat ligt niet goed. Niet het bed waar ik in deze revalitaria in slaap. Dat is verlengd tot de juiste maat. Maar het bed dat via mijn ziektekostenverzekeraar thuis is bezorgd. Een speciaal bed dat electrisch omhoog en omlaag kan om te voorkomen dat verpleegkundigen rugklachten krijgen. Het hoofdeinde kan ik verstellen om lekker te zitten. Zelfs het kniegedeelte kan ik laten rijzen. De matras is van een speciaal schuim dat decubitus voorkomt. Dat zijn akelige doorligplekken. Blijkbaar is de maat van het bed niet goed doorgekomen in de aanvraagprocedure. Naief denk ik met een telefoontje dit bed omgeruild te krijgen voor een langer bed. De dame van mijn ziektekostenverzekeraar wil een andere aanpak. Eerst wil zij een vertegenwoordiger van de leverancier sturen om mij op te meten en het bed. Op basis daarvan levert de leverancier daarna eventueel een langer bed. Gelukkig staat ze later open voor mijn suggestie om de juiste maat door een ergotherapeute van mijn revalidatiecentrum door te laten geven. Daarop belt een dame van een mij onbekende firma. Haar bedrijf gaat de matras leveren. Niet de leverancier van mijn bed. De reden is haar onbekend. Zij heeft wat informatie nodig om het juiste type matras voor mij te bepalen. Dat stond nu juist in de eerste aanvraag, maar die heeft ze niet. Het verschil tussen haar matras en de eerder geleverde weet ze ook niet. In een ingeving vraag ik haar de maat. Twee meter. Mijn nieuwe bed wordt twee meter twintig. Die maat heeft haar firma niet. Het gat moet ik maar opvullen met een hoofdkussen. De speciale opvulstukken heeft ze ook niet. Thuisgekomen meet ik mijn huidige matras. Ook twee meter! Een langer bed en opvulstuk is dus genoeg. Ik snap dit niet en ga maandag mijn ziektekostenverzekering bellen.


08-05-2007
Charmant
Ik peddel de trappers van de handbike snel rond en maak extra snelheid. Voor mij een man en vrouw op sportieve tourfietsen. Lichtelijk verbaasd gaat de man opzij. Ik stuif voorbij en geniet van de snelheid. Dit lijkt op hoe ik voor mijn ongeluk fietste, maar dan met mijn benen. Ik rij nu op een handbike met trapondersteuning. Met de handen fiets ik en een electromotor geeft een steuntje in de rug. Met een handig draaiknopje stel ik in hoeveel steun ik wil. Zonder dat extra steuntje weet ik niet of ik kom maar ik wil wezen. Een derailleur met zeven versnellingen geeft mij voldoende keuze voor het regelen van mijn eigen kracht. Naast een rolstoel mag ik van mijn gemeente een handbike uitzoeken. Ik kan kiezen uit twee modellen. Tijdens een bezoek aan de groothandel waar mijn gemeente zaken mee doet, vond ik de tijd te kort om een goede keuze te maken. Ik moet er straks vijf tot zeven jaar mee doen. Een rondje om het gebouw vind ik te weinig voor een afgewogen beslissing. Slechts na aandringen krijg ik de toezegging dat ik beide fietsen uitgebreider mag proberen bij het Roessingh. Vandaag is het zover. In de avond wordt mijn keuze haast vanzelf duidelijk. Deze handfiets van degelijk Duits fabrikaat bevalt mij wel. De bediening is handig en dan vooral het rijden. Ik geniet. Wat een vrijheid en wat een mobiliteit. Na een tocht door het buitengebied ga ik naar de binnenstad. Handig en kalm manoevreer ik tussen het winkelende publiek door. Even langs de volle terrasjes op de oude markt. Af en toe zie ik nieuwsgierige blikken. Ik voel mij stoer. Ik ga terug en zie iets bij mijn linkerbeen. Door het gehobbel is mijn urinezak omlaag gezakt en bungelt onder mijn broekspijp uit. Erg charmant. Grinnekend stop ik en schuif de zak weer uit beeld onder de broekspijp.


01-05-2007
Legpuzzel
Een rolstoel aan tafel is van grote invloed op de tafelschikking. Dat merk ik dagelijks wanneer ik in de eetzaal aanschuif voor het middagmaal of voor de avondmaaltijd. Ik deel de eettafel momenteel met twee mede-rolstoelers. Naast mij mijn buurman en tegenover ons, precies in het midden, onze derde disgenoot. Onze voetsteunen raken elkaar niet en ik kan dicht genoeg onder de tafel komen. Zo bespaar ik mijn kleding vlekken van vette saus of van volle bosvruchtenkwark. Tot pas geleden deelden wij onze tafel met een vierde mede-revalidante. We zaten twee aan twee tegenover elkaar en onder het wegkauwen van de bloemkool zochten we met onze voetsteunen naar de meest ideale positie. Na vertrek van onze, overigens sympathieke tafeldame, schoven we met praktisch oog en kwamen tot onze huidige tafelschikking. Bij andere tafels zie ik gelijksoortige problemen die ieder tafelgezelschap meestal op een geheel eigen wijze oplost. Zo is er de tafel waarbij de ene eter zijn benen in de rolstoel een beetje gestrekt naar voren heeft gericht. Daar tegenover een man die kan lopen. Tijdens het prakken van de kruimige aardappelen schuift deze zijn benen ver onder zijn eigen stoel. En het past. Revalidanten van 1B lossen deze problemen op geheel eigen wijze op. Dat is de afdeling van de beenamputaties waar revalidanten zich voorbereiden op het lopen met een prothese. Ik zie een tafel met een man wiens rechterbeen net onder de knie is geamputeerd. Zijn andere been rust in een speciale beugel van zijn rolstoel en steekt naar voren. Nieuwsgierig kijk ik onder de tafel. Tegenover hem een vrouw met eveneens een geamputeerd rechterbeen. Ook bij haar hangt haar andere been horizontaal. Onder tafel past het precies. Het lijkt bijna zo bedoeld. Bijna een nieuw soort legpuzzel.

24-04-2007
Techniek
Rolstoelen zijn akelige krengen. Vooral als je iets minder kracht in je armen hebt, of in één van je armen, zijn ze soms ronduit onveilig. Om te beginnen de manier van voortbewegen. Sinds de uitvinding van de rolstoel is dat niet veranderd. We zijn inmiddels op de maan geweest en bouwen momenteel al weer het zoveelse ruimtestation dat in een baan om de aarde draait. Maar een handbewogen rolstoel beweeg je nog steeds voort door met je handen aan hoepels te draaien die direct aan de wielen zijn bevestigd. Een overbrenging van één op één, zeg maar. Wanneer ik al tegen een klein beetje helling op ga kost me dat enorm veel kracht. Tegen de hellingbaan van de thuiszorgwinkel aan de Enschedese Boulevard kwam ik in mijn eentje helemaal niet op. Eenmaal boven was de terugtocht nog moeilijker. Gewoon afremmen met mijn handen, dacht ik. Vergeet het maar. Snel ingrijpen van mijn begeleider voorkwam dat ik met mijn rolstoel tegen de muur aan de zijkant smakte of dat ik onder aan de helling bij elkaar geveegd moest worden. Een rolstoel heeft geen stuur of echte remmen. Trouwens ook lastig voor iemand die een rolstoel voortduwt. Omhoog gaat goed. Maar als je een rolstoel omlaag duwt, kan hij makkelijk uit de handen van de begeleider schieten. Pas geleden was er twee keer kort achter elkaar een trendy motorfilm op tv waarin een trike (driewielmotor) rijdende knaap een rolstoel had met knijpremmen op zijn duwhandvaten. Handig. Daar was duidelijk over nagedacht. Gelukkig kun je tegenwoordig een handbike aan je rolstoel koppelen. Met behulp van fietstechniek kun je er sneller mee en een grotere afstand afleggen. Er zit ook een rem op. Maar dat van die rolstoel zelf moet toch beter kunnen. Met de huidige stand van de techniek moet toch een rolstoel te ontwerpen zijn waar je makkelijker meer kracht mee kun zetten en die toch licht blijft?


17-04-2004
Thuis
Ik word wakker van vogelgefluit. Van heel veel vogelgefluit. Het klinkt alsof er een volle orkestbak zich de longen uit het tengere vogellijf zit te fluiten. Van een dirigent is zo te horen geen enkele sprake. Voor het eerst sinds bijna acht maanden ben ik nu weer wakker geworden in mijn eigen huis. Mijn bed staat in de woonkamer en ik kijk naar buiten. Het begint al een beetje licht te worden en ik kan de bomen in mijn tuin net zien. Op het raam zit een slak. Het vogelgefluit roept warme herinneringen bij mij op. Inderdaad. Met deze geluiden werd ik in het voorjaar en de zomer altijd wakker in dit huis. Teken dat het licht begint te worden. In bed draaide ik me dan nog even om en sliep door tot de wekker afliep. Bij erg hete dagen sliep ik ook wel eens op mijn tuinbank. Lekker buiten onder de open hemel. De vogels wekten mij als de zon zijn komst al vast aankondigde. Dan pakte ik mijn slaapzak op om binnen in bed de laatste twee uurtjes door te slapen. Daar denk ik aan terwijl ik naar buiten kijk. Heerlijk om weer in mijn eigen huis te slapen, maar ook een beetje dubbel. Slapen op de tuinbank zit er niet meer in. Zo maar met mijn rolstoel de tuin in lukt ook nog niet echt. Binnenkort helpen vrienden mij bij het ophogen van het achterplaatsje zodat ik zelfstandig mijn keukendeur uit kan. Het is een beetje improviseren in mijn huis want het is niet aangepast en wordt ook niet aangepast. Later die dag krijg ik vrienden op bezoek. We fantaseren en bedenken plannen over hoe dit huis aan te passen zou zijn aan mijn huidige rolstoelstatus. Technisch kan het maar financieel is het een ander verhaal. Toch blijf ik hier voorlopig in de weekeinden komen. Hier zijn mijn spullen, hier is mijn leven, hier is mijn thuis.


10-04-2007
Grijnzen
‘Welke kleur moet het worden?’ Voor mij liggen verschillende kleurstalen. Overzichtelijk gerangschikte stukjes buis in bekende kleuren als rood, blauw, geel, groen maar ook aluminium-zilver en zwart. Opvallend zijn een getijgerde versie en een diep paarse met een gloed die verandert naar gelang het licht er op valt. Deze past helemaal in het MTV-programma ‘Pimp my ride’ waar auto’s worden opgetuigd. In dit geval ‘Pimp my wheelchair’ want ik ben bezig een wielstoel uit te zoeken. Een rolstoel en dat voor het eerst van mijn leven. Iets nieuws uitzoeken is altijd leuk maar dit keer sta ik niet te juichen. Nieuwe ski’s of een nieuwe fiets zoek je uit voor je plezier. Een wielstoel uit pure noodzaak. Mijn wielstoel komt niet in de buurt van wat mijn benen konden. Maar ik moet wel want anders kom ik helemaal nergens. Nu rol ik in een geleende stoel van het revalidatiecentrum. Ik heb al diverse stoelen geprobeerd met verschillende kussens. Erg belangrijk want een verkeerd kussen veroorzaakt decubitus. Drukplekken die vreselijke wonden kunnen worden. Vanochtend ben ik te gast bij de hulpmiddelenleverancier waar de gemeente Hengelo zaken mee doet. Ik mag ook een handbike uitzoeken. Een handbewogen voorvork die ik met een ingenieus kliksysteem aan de rolstoel vastmaak om er met mijn handen mee te fietsen. Ik kan er sneller mee dan met een rolstoel en er grotere afstanden mee afleggen. Mijn demonstratiemodel heeft een elektromotor voor trapondersteuning. Ik peddel met mijn armen rond en de verkoper rolt in zijn eigen stoel mee. Dan schakel ik de trapondersteuning in. De verkoper zet vaart bij. Ik schakel de trapondersteuning naar de hoogste stand en peddel door. De verkoper grijpt haastig een handvat aan de achterkant en laat zich slingerend meesleuren. Het begint ergens op te lijken. Dit is leuk. Ik betrap me er op dat ik zit te grijnzen.


03-04-2007
Dreiging
Deze week ga ik verhuizen. Van de vierpersoonskamer waar ik nu al weer zes maanden verblijf ga ik naar een éénpersoonskamer. Vreugde? Ja! Meer privacy en geen gesnurk meer van andere kamergenoten. Misschien kan ik weer zonder oordoppen slapen. Ik ga het in ieder geval proberen. De zusters zullen wel opgelucht zijn, want ondanks allerlei vooruitgang krijg ik mijn oordoppen zelf nog niet zo goed in mijn oren dat ze me beschermen tegen het nachtelijk geluid van het omzagen van hele bossen. Hulp van zusterhanden is daarbij helaas nog onmisbaar. Eén zuster is mijn favoriet. Als haar naam op het avondrooster staat dan ben ik blij. Ik weet dat ik die nacht helemaal niks meer zal horen en goed slaap. Daarnaast zijn er enkele zusters die een goede tweede plaats delen.

De éénpersoonskamer heeft te maken met de zelfstandigheidtraining die ik momenteel doe. Zelf de weker zetten, douchen, aankleden en verder alles zelf doen wat ik ook maar zelf kan. Voorbereiden op mijn terugkeer straks in de echte wereld. Niet dat er een datum van ontslag bekend is, maar ik moet me wel voorbereiden. Er gaat deze week nog meer gebeuren. Het komende Paasweekend ga ik voor het eerst weer thuis slapen. Dat wordt improviseren met een bed in de woonkamer, thuiszorg en verder kijken hoe het gaat. Ik heb al veel voorbereid maar ik zal zeker nog tegen dingen aan lopen. Dat is ook zelfstandigheidtraining. Ik ben al verschillende zaterdagen of zondagen naar mijn huis geweest. Nu wordt het anders. Niet meer ‘s avonds op hete kolen zitten wachten op het taxibusje dat me vroeg of laat terugbrengt. Nu gewoon ontspannen blijven zitten en uiteindelijk naar bed gaan. De trap waar ik zo ongelukkig af viel als stille dreiging achter de deur. Ik hoop dat ik zal slapen.


27-03-2007
Appelmoes
Mijn lichaamsbouw is nooit zo geweest dat voorbijgangers dachten dat daar de sterkste man van Nederland liep. Ook in zwembroek kon ik niet echt met spierbundels imponeren. Dat vond ik vroeger erg. Maar hoe ouder ik wordt hoe blijer ik met mijn lichaamsbouw ben. Zo heb ik geen buikje of een buik, zoals veel mannen van mijn leeftijd hebben. Dat kan je soms aardig in de weg zitten. Ook de spierkracht liep eigenlijk nog wel los. Ik kon aardig wat optillen en ik heb in mijn eentje best grote en zware dingen de trap in mijn huis op gesjouwd waar ik later van af zou duvelen. Verder was ik meer een man van lange duur en dan vooral met mij beenspieren. Ik kon uren fietsen of wandelen zonder aan het eind van mijn krachten te komen. Dat is sinds een maand of zeven een beetje anders.

In het ziekenhuis kon ik mijn linkerarm niet bewegen en mijn rechterarm maar iets. Stukje bij beetje is daar verandering in gekomen. Mijn linkerarm doet het weer en de kracht neemt nog toe. Ook mijn rechterarm wordt steeds iets sterker en de kracht in mijn rechterhand wordt meer. Het is nog niet mijn oude kracht trouwens. Maar ik ben er vrij handig mee geworden. Ik kan rolstoel rijden, de computer en mijn camera bedienen en nog een heleboel dingen meer. De toename gaat heel geleidelijk waardoor ik niet altijd merk of ik sterker word. Maar afgelopen week had ik weer zo’n ‘aha Erlebnis’. Bij de warme maaltijd wordt altijd een plastic kuipje appelmoes geserveerd. Het deksel zit er onwrikbaar op vastgeseald. Nooit kreeg ik het open, tot afgelopen maandag. Ik probeerde het weer zoals ik meestal doe. Tot mijn verbazing gaf het deksel nu plotseling mee. Ik heb weer iets meer kracht, juichte ik stilletjes.  De graadmeter daarvoor is dit keer een kuipje appelmoes.


20-03-2007
Tweede gezicht
In de media komen mensen met een handicap toch voornamelijk in beeld als ze nieuws opleveren. Zo’n tien procent van de Nederlandse bevolking heeft een beperking. Toch zie je dat niet terug in de tv programma’s. Oké, presentatrice Lucille Werner van Lingo heeft een handicap. Ze bedacht vorig jaar trouwens ook de Mis(s) verkiezing voor mooie vrouwen met een handicap, waarna allerlei mensen ineens over haar heen vielen. Maar dan houdt het wel zo’n beetje op. Waar blijven gehandicapten als gewone mensen in tv-series. Wanneer laat Top-Gear eens een gehandicapte coureur met een aangepaste superauto het circuit rond blazen. Een nieuwslezer in een rolstoel kan toch ook best. Of een spannende actiefilm waarbij de hoofdpersoon zijn machinepistool vanuit de rolstoel leegschiet op de eenarmige bandiet. Het is alweer eind zestiger jaren dat Raymond Burr te zien was als Ironside. De detective in een rolstoel. Hij was de baas van een vier leden tellend team dat samen rondreed in een busje. Burr beschadigde trouwens wel zijn ogen omdat hij vanuit zijn lage positie veel meer dan anderen tegen de felle filmlampen in moest kijken. Dat kunnen we met de huidige inzichten simpel oplossen. Burr was zelf overigens niet gehandicapt. Dan de zijn leven lang door de gevolgen van polio geplaagde muzikant Ian Dury. Helaas sinds 2000 wijlen. Maar met zijn band de Blockheads beklom hij vele podia. Ook speelde hij kleine rollen in verschillende films. Later ging hij zelf films maken en tv-programma’s. In 1981 deed de BBC zijn nummer Sparticus Autisticus in de ban omdat ze het nummer te confronterend vonden. Nu is er het programma ‘Liefde op het tweede gezicht’ een datingshow voor gehandicapten. Ook is er de website ‘www.deuitdagingvoor.nl’ die gehandicapten zoekt voor rollen in de media. Ben erg benieuwd wat de tv-programma’s ons over vijf jaar laten zien.


13-03-2007
Blootgeven
Met zijn rechterhand tilt hij de basgitaar op en gaat haast vanzelf in speelhouding staan. Gitaar naar links, rechterbeen naar voren en iets gebogen. Zijn hand klaar voor een swingend basloopje. Zo stond hij op het podium als bassist van een bekende country & westernband. Vandaag is de lens van mijn fotocamera zijn publiek. Zijn linkerhand hangt krachteloos langs het lichaam als gevolg van een herseninfarct. Maar zijn ogen stralen. Hij is weer de artiest zoals hij dat tot voor kort was. Binnenkort speelt hij weer want er wordt hard gewerkt aan een basgitaar die hij met één hand bespeelt. Dit is één van de gouden momenten tijdens de fotosessie ‘Starring U!’ die ik afgelopen vrijdag organiseerde. Ik wilde revalidanten fotograferen zoals zij zichzelf graag presenteren. Bijna iedereen gaat uiteindelijk als zichzelf op de foto. Sommigen met meegebrachte attributen uit hun persoonlijke levenssfeer. Op de afgesproken tijd komt het ene na het andere aangemelde model binnen. Ik heb een zaaltje gekregen. Vrienden assisteren bij transport en opbouw van mijn apparatuur. Het zaaltje wordt fotostudio en het revalidatiecentrum blijft buiten. Voor de spiegel met lampen schminkt en kapt de visagiste de modellen. ‘Zo zag ik er vroeger altijd uit’, zegt één van de deelnemende vrouwen. Dan gaan de tl-balken uit en knallen de studioflitsers. Mensen geven zich bloot en sommigen letterlijk. ‘Dit draag ik wel vaker’, vertelt de in zinnenprikkelend zwart en rood gestoken ex-basketbalser terwijl ze ontspannend op haar vuurrode krukken leunt. Wie zegt dat erotiek en handicap niet samengaan. ´Prachtig´, vinden de modellen het meedoen alleen al. Even niet met je beperking bezig. Wel vermoeiend. ´Ik heb nu spierpijn maar heb enorm genoten´, mailt de basketbalster de volgende dag. En ikzelf? ’s Avonds moe maar zeer voldaan. Zelf heb ik ook genoten. Ik heb gezien wat kan en ook wat niet kan. Daar moet ik nog aan werken.


06-03-2007
Spinnenweb
Wanneer ik ’s avonds met de rolstoeltaxi terugkom van een bezoek buiten het Roessingh, word ik door de chauffeur keurig netjes afgezet bij de hoofdingang. Achter de hoge zwarte balie zit dan meestal iemand van een bewakingsdienst. Soms zie ik alleen de ogen nog, een andere keer kan ik het hele gezicht zien. Afhankelijk van de lengte van de dienstdoende bewaker. Via de grote zaal kom ik bij de liften om naar boven te gaan. ’s Avonds na het bezoekuur is de zaal altijd leeg. Alle lampen branden en uit de luidsprekers klinkt muziek. Vanuit de zaal kijk je enkele gangen in die ook verlaten zijn. Unheimisch. Wanneer ik de zaal doorkruis heb ik niet zelden beelden voor me van het verlaten hotel uit de film ‘The Shining’. Wanneer de liftdeuren open schuiven vrees ik ieder moment dat Jack Nicholson te voorschijn springt die compleet met bijl, waanzinnig lachend ‘Here’s Johnny’ uitroept.

Begin van de avond ziet de zaal er geheel anders uit. Alle tafels zitten dan tjokvol revalidanten en bezoekers. Druk geroezemoes en op de tafels koffie, thee, fris en hier en daar gebak. Vanaf ongeveer kwart voor zeven ontrolt zich echter een mooi schouwspel. De zaal is leeg en de één na de ander komen er revalidanten naar beneden. Spiedend en keurend rijden of lopen ze rond om tenslotte achter een tafel van hun gading plaats te nemen. Rond zeven uur zit achter iedere tafel een revalidant. Klokslag zeven komen de eerste bezoekers. Na enig gezoek kiezen ze steeds een tafel om aan te schuiven. Terwijl ik zelf aan een tafel zit maak ik een vergelijking met spinnen die wachten tot ze iets in hun web gevangen hebben. Na een half uur zitten sommigen nog met een leeg web. Ze zullen vanavond later nog iets vangen of deze keer misschien helemaal niets.


27-02-2007
Toffe Theo
Naast mij klonk een doffe klap en een diepe grom. Ik keek en zag schele Henkie met zijn hele smoel onder het bloed. Hij duizelde op zijn benen en spuugde een losse tand uit. Een van zijn krukken lag op de grond. Lepe Eddie had hem vol in zijn gezicht geraakt. Eddie wierp mij een dreigende blik toe en loerde spiedend de fysio oefenzaal rond. Niemand had zijn snelle actie opgemerkt. ‘Hé peut’, riep hij grijnzend naar een fysiotherapeut, ‘raap Henkie effe op. Hij sloeg zomaar met zijn smoel tegen de vloer’. Het liep niet lekker tussen Henkie en Eddie. Henkie had het gewaagd in het eetzaalgebied van Eddie  te gaan zitten. De jongens van Eddie deden niks onder de ogen van de restaurantmedewerkers. Maar de kiem voor bendeoorlog was gelegd. Henkie had intussen ook wat knapen om zich heen verzameld en enkele tafels veroverd. Iedereen voelde de dreiging en bleef uit de buurt. In het hele centrum was de sfeer veranderd. ’s Avonds kon je maar beter niet in de lange verlaten gangen komen. Dat was gang-land waar de mannen van Eddie en Henkie vanuit hun rolstoelen om de heerschappij vochten. De revalidatieartsen hadden geen idee van wat er zich buiten hun spreekkamers afspeelde. Ik bleef er buiten. Tot ze toffe Theo vonden. Te laat geremd voor een blinde muur, zeiden ze, maar iedereen wist beter. Lepe Eddie had hem met zijn rolstoel geplet in de achterste gang. Die avond haalde ik de Walther P38 uit mijn nachtkastje. Met het oude vertrouwde wapen diep in mijn rolstoelkussen weggedrukt dook ik in een donkere hoek van de achterste gang. Toen Eddie passeerde floot ik. Hij stopte en draaide zijn rolstoel verbaasd om. Ik richtte, kromde mijn wijsvinger en haalde de aangepaste trekker drie keer over. Eddies bloed spatte tegen de muur. Hij had toffe Theo met rust moeten laten.


20-02-2007
Love-seat
Sinds ik ongewild als gebruiker in de zorg zit, is mijn lichaam publiek bezit. ‘Iedereen’ zit aan me. Vooral in het begin toen ik nog niet veel zelf kon. Verpleegkundigen duwden infusen en injectienaalden in mij. Tot twee keer toe kreeg ik een slang door mijn strot en kon ik naar adem snakkend op een monitor meekijken naar de binnenkant van mijn longen. Hulpvaardige handen wasten mij. Weinig van mijn lichaam bleef onaangeroerd of verborgen voor deskundig spiedende blikken. In het ziekenhuis reageerde een bepaald deel van mijn lichaam soms geheel zelfstandig zoals dat bij mannen soms gebeurt. Alleen bleef het nu niet discreet verborgen. De verpleegster die ‘alles al gezien had’ reageerde luchtig en met nét de juiste humor. Maar intimiteit kreeg voor mij een hele andere betekenis.

Echte intimiteit is een stuk moeilijker geworden. Hand in hand met mijn vriendin lopen lukt me niet in een rolstoel. Wanneer we elkaar simpelweg willen omhelzen dan staat zij en zit ik. Wanneer we elkaar begroeten dan kust zij omlaag en ik omhoog. Dat voelt niet altijd goed. En áls we allebei zitten dan steekt er zo’n harde rolstoel tussen. Een goede vriendin haakte altijd haar arm bij mij in als we ergens samen naar toe gingen. Gewoon gezellig maar probeer dat eens als je zelf zit en zij staat. Ik moet gewoon weer gaan lopen. Mijn rechterbeen doet het al een beetje. Tot die tijd ga ik het anders oplossen. Er bestaan al rolstoelen met een hydraulisch systeem waarmee je rechtop kunt staan. Maar ik bestel een eigen ontwerp. Hij wordt iets breder zodat je naast elkaar kunt zitten. Allebei één hand aan het wiel en één hand vrij om elkaar te omhelzen. Ik wil een rolstoel met een echte love-seat zoals in de bioscoop. Dat is weer gezellig.


13-02-2007
Donker hoekje
Afgelopen woensdag maakte ik promotie. Was ik voor die tijd boveneter, nu ben ik benedeneter geworden. Dit heeft niets te maken met een ondergebit of een bovengebit, zoals ik zelf dacht toen ik nog maar net in deze revalitaria verkeerde. Ik krijg mijn maaltijd altijd op een dienblad voorgezet. Tussen het bord met de hoofdmaaltijd en de schaaltjes met appelmoes en het toetje ligt het menu van die dag, daarop onbegrijpelijke coderingen, mijn naam en daar achter tot voor kort de fascinerende term boveneter. Mijn verblijf is op de eerste bovenetage. Aan het einde van de gang is een keuken met twee aan elkaar geschoven tafels, waar we eten. Na korte tijd ontdekte ik dat er ook revalidanten zijn die beneden eten. De benedeneters dus. Wanneer je geen of weinig hulp nodig hebt bij bijvoorbeeld het snijden van je eten, dan moet je beneden eten.

Benedeneter wordt je overigens ongevraagd. De ruimte is er een stuk groter dan de keuken boven. Het staat vol met tafels en we zitten met niet meer dan vier revalidanten samen aan een tafel. Er wordt niet in het wit bediend maar gekleed in een donkere broek en vestje met een overhemd. Daardoor vergeet je de ziekenhuissfeer van boven even. Dat is prettig. Er eten revalidanten van verschillende afdelingen en het personeel eet er ook. Beneden is meer leven en meer te zien. Je kunt er zelfs naar buiten kijken. Met een beetje fantasie zou je zelfs kunnen denken dat je in een heus restaurant zit. Dat is ook prettig. Maar aan het tafeltje naast je kan de fysiotherapeut zitten die je net die ochtend flink heeft laten zweten op de oefenbank. Of de diëtiste die ziet dat ik mijn bordje niet helemaal leeggegeten heb terwijl ik juist moet aankomen. Morgen zoek ik maar een tafel in een donker hoekje.


6-02-2007
Adieu vriend
Prachtige woorden hebben we voor mensen die we kennen. Familie, als we verbonden zijn door ons bloed. Zoals ouders, broers en zussen maar vooral ooms, tantes en neven en nichten. Mooier is het woord bloedverwant. Je hoeft er niets mee te hebben maar je bent wel verwant. Mensen van je werk heten collega’s. Vrouwen noemen dat vaak collegaatjes. Maar ook met collega’s hoef je niet altijd wat te hebben. Mensen waar je graag mee omgaat, die je opzoekt en die jou opzoeken zijn vrienden of op zijn minst kennissen. Want daar zit verschil tussen. Van sommige mensen weet je zelf niet waar ze bij horen. Bij vrienden of bij kennissen. Soms is dat helemaal niet belangrijk. Tijdens mijn verblijf in deze revalitaria ben ik steeds meer aan dit onderscheid gaan twijfelen.

F. is zo’n kennis. Ik leerde hem 25 jaar geleden kennen. We hielden contact en als ‘autogek’ repareerde hij lange tijd de auto’s die ik me kon veroorloven. Zelf reed hij steeds in andere bolides die hij eigenhandig aanpaste aan zijn eisen. Grote trots was zijn zelfgebouwde Lomax. Een bouwpakket gebaseerd op de Citroën 2CV; de eend. F. zou F. niet zijn als hij zijn Lomax niet had aangepast. Alles keurig binnen de regels van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Maar er was waarschijnlijk geen Lomax die zo hard kon als die van F. We verloren elkaar wat uit het oog. Afgelopen jaar kregen we weer contact toen ik hem interviewde voor de autorubriek ‘De Derde Versnelling’ in het Hengelos Weekblad. Toen hij van mijn ongeluk vernam kwam hij geschrokken op bezoek. Maar F. is er niet meer. Nog net geen vijftig liet zijn hart hem afgelopen week plotseling in de steek. Pas geleden was hij nog op bezoek. Zijn hart was niet zo heel goed maar dat lachte hij weg. Het is zijn laatste bezoek geweest. Adieu vriend.

30-1-2007
Thuis
De chauffeur van de rolstoeltaxi stuurt snel en behendig door de Hengelose straten. Langs het plantsoen dat warme gevoelens van herkenning bij mij oproept. Nog even. Een kruising oversteken en dan ben ik weer thuis. Waar ik twaalf jaren met veel plezier woonde en waar ik mijn fatale ongeluk had. Vastgebonden op een brancard ben ik er naar buiten gedragen. Mijn hoofd onbewegelijk vastgezet want ik had misschien mijn nek gebroken. Vijf maanden geleden nu. We rijden de straat in en ik zie mijn huis snel dichterbij komen. Buren hebben een kindje gekregen. Buiten hangen lakens en vlaggetjes. Dan zijn we er. Mijn liefste doet de deur open. De chauffeur helpt mij in mijn rolstoel de drempel over naar binnen. De verwarming is aan.
 
Binnen komen de emoties en ik kan mijn tranen niet tegen houden. Hier woonde ik en leefde ik mijn leven. Om mij heen mijn vertrouwde spullen. Mijn huis komt mij na mijn lange afwezigheid vertrouwder voor dan ik had verwacht. Ook het uitzicht achter. Hé, twee merels. Dezelfden als een half jaar geleden? De hoge coniferen zijn weg. Omgehakt door een buurman. Ongemerkt zijn de tranen verdwenen en ik geniet nu van mijn huis. Het begint me goed te doen om weer hier te zijn. Zelfs de trap die mijn leven zo dramatisch veranderde lijkt minder gruwelijk dan ik verwachte. Ik drink nu koffie met mijn geliefde. Bijna als vanouds. Zij op de bank maar ik in een rolstoel. Ik wil er even niet aan denken. Vorig jaar de eerste keer in haar huis was de confrontatie groter. Nu wil ik het positieve gevoel vasthouden. Te snel komt de rolstoeltaxi al weer. Bij het wegrijden zwaait zij voor mijn huis en schiet mij te binnen wat Arnold Schwarzenegger in films zegt: ‘i’ll be back!’ Zeker, denk ik, zeker. Dit is nog maar het begin.


23-1-2007
Nagellak
Onrustig werd ik wakker. Ik deed mijn oordoppen uit en hoorde in de verte stampende muziek en feestrumoer. Vreemd. Ik ging op verkenning. Op de gang niemand. Door naar de liften en naar beneden. Daar wist ik niet wat ik zag. De grote zaal van het restaurant was veranderd in een enorme feestzaal met daverende muziek en een swingende menigte. Het plafond versierd met trossen catheterzakken, spalken, infusen en rekverbanden. In de drukte ontwaarde ik tafels met daarop zusters die hun haren hadden losgegooid en met gelakte nagels in hun mooiste jurk uitbundig stonden te dansen. Langs de wand een enorme bar met broeders in flitsende T-shirts die grote glazen schuimend bier tapten en jenever schonken. De broeder van onze afdeling wenkte mij. ‘Van het huis’, riep hij over de muziek heen en zette een glas versgetapt bokbier voor mijn neus. Ik probeerde van mijn verbazing te bekomen en besloot de band te bekijken. De volumineuze zanger zong de longen uit zijn lijf en de band speelde het dak er af. ‘Tiny Pete & the Walter Robinson Band’ stond er op het drumstel. Nooit van gehoord maar het klonk wel lekker. Ergens zag ik een grote roestvrij stalen schaal met allemaal pillen, tabletten en capsules. Daarnaast de junior-revalidant van onze afdeling. ‘Wat een feest hè!’ gilde hij opgewonden in mijn oor. ‘De revalidanten hebben alle medicijnen door elkaar gedaan en nu mag iedereen zelf wat pakken. Kijk eens wat een resultaat!’ Met glanzende ogen wees hij om zich heen. Dringend moest ik even zitten om alles te verwerken en ik nam een grote slok bokbier. ‘Meneer Beerling, wakker worden’, hoorde ik veraf roepen. Blijkbaar was ik even ingedut. Ik keek op. Hoe kwam ik nu in mijn bed terecht? Alles gedroomd? Of niet? De pink van de zuster die mij wekte vertoonde een restant felrode nagellak.


16-1-2007
Activiteiten
‘Wat doe je nu eigenlijk de hele dag’, wordt me soms gevraagd. Vaak op verbaasde toon, vermengd met nieuwsgierigheid, waarbij de vragensteller mij hoopvol en glazig aankijkt. Weinig mensen weten iets van het dagelijkse reilen en zeilen in dit revalidatiecentrum. Het is dan ook niet niks; mensen hervalideren. Een nieuwe waarde geven. Als je hier bent dan heb je meestal een fikse klap gehad. Je leven ligt aan gruzelementen en dat moet je weer opbouwen. Dat moet je zelf weer re-valideren. Een nieuwe waarde geven. En daar is iedere revalidant op zijn of haar eigen manier mee bezig.

Dat is hard werken. Ik wordt ’s ochtend rond halfacht gewekt en dan eerst wc, douche en ontbijt. De volgende stap hangt af van het volle therapierooster dat ik iedere week krijg. Van uur tot uur zijn daarin de therapieën gepland. Ik heb twee keer per dag fysiotherapie en ergotherapie. Een aantal keren per week conditietraining om aan allerlei toestellen mijn verbrijzelde algehele conditie op te vijzelen. Want revalideren en vooral rolstoel rijden, is topsport. In de sportzaal train ik de spieren die ik het hardst nodig heb voor allerlei functies. Een ‘tapse-Harrie’ zal ik nooit worden maar dat wilde ik toch al niet. Verder staat er enkele keren rolstoeltraining op het programma om allerlei handigheidjes te leren en muziek bij de activiteitentherapie maar dat is vooral voor de lol. Erg belangrijk om ook dingen te doen die met name leuk zijn. Dan nog een paar keer statafel, schrijftraining, aangepaste computertraining en tenslotte maatschappelijk werk. Praten is broodnodig want anders kom je niet door dit traject heen.

’s Avonds meestal bezoek en dan is het al weer heel snel weekend. Dat breng ik in het Roessingh door en in het huis van mijn geliefde. ’s Zaterdags heb ik even tijd voor mezelf. Dan kijk ik terug op de afgelopen week en inderdaad, dan schrijf ik deze column.


9-1-2007
Sociaal vervoer
Mijn eigen huis heb ik al een tijdje niet meer gezien. Buren houden er gelukkig een goed oogje in het zeil en mijn vriendin en familie verzorgen regelmatig de post. Binnenkort wil ik naar mijn huis om te kijken of ik er met de rolstoel binnen kan komen. En zien hoe ik mijn eerste confrontatie ervaar met de onheilsplek waar ik van de trap geduveld ben. Intussen ga ik zaterdags en zondags naar mijn vriendin. Die woont in Enschede. Niet zo heel ver van deze revalitaria.

Voor vervoer doe ik een beroep op een centraal vervoersysteem. Minimaal een uur voor vertrek even een belletje naar het callcenter en dan verschijnt er een rolstoelbus. De telefonistes vragen iedere keer heel trouw naar het nummer van mijn WVG-pas. Daarmee krijg je een fikse korting en anders betaal je steeds de volle mep. Vlak voor Kerst kreeg ik uiteindelijk mijn felbegeerde pasje en boekte ik mijn eerste rit met korting naar een Kerstmaal bij vrienden in Hengelo. Eén euro vijftig per rit en dat is te doen als je niet veel keus hebt in soorten vervoer.

De domper kwam toen ik daarna een rit boekte naar mijn geliefde. Zelfs de telefoniste klinkt lichtelijk verbaasd als ze mij moet uitleggen dat mijn pasje daarvoor niet geldig is. Ik verblijf nog wel een tijdje in dit revalidatiecentrum maar dat telt niet volgens het systeem. Mijn huis waar ik tijdelijk niet woon, geldt als uitvalsbasis. Voor drie euro kan ik nu op en neer naar Hengelo. Voor een bezoek aan mijn liefste die eigenlijk ‘om de hoek’ woont, betaal ik zeven euro. Volgens de telefoniste hebben veel mensen die tijdelijk in instellingen verblijven, hetzelfde probleem. ‘Wij kunnen er niets aan doen want de gemeenten stellen de regels op’, zegt ze. ‘Maar het pasje is bedoeld voor sociaal vervoer’.


2-1-2007
Zwerfbroek
‘Waren die broeken in de aanbieding of kopen jullie bij dezelfde winkel?’ klinkt het verbaasd. Thomas komt met zijn rolstoel het dagverblijf binnen. Ik zit daar met collega-revalidanten te wachten op het bezoekuur. Er wordt gecomputerd, tv gekeken en gewoon slap geouwehoerd. Onze concentratie is verstoord en we kijken schaapachtig. ‘Jullie broeken’, wijst hij breed lachend. We krijgen het door en zien het. Lange zwarte sportbroeken met een witte bies. Ik heb er eentje zonder bies. Puur toeval. Maar zes rolstoelers in dezelfde soort broek, dan denk je aan een hoger plan.

Niemand heeft een gedegen verklaring. ‘Lekker makkelijk’, verder gaat het niet. Ook ik heb geen onderbouwde reden voor de sportbroeken die ik nu draag. Gewoon in overleg met mijn liefste besloten om niet mijn goeie goed aan te doen. Dat slijt daar alleen maar van. Verder wordt er aan je broek getrokken om je goed in de rolstoel te helpen. Vooral in het begin want later kun je dat zelf. Ook moet de broek makkelijk zitten want je bent nogal bezig tijdens je revalidatie. En, rolstoelrijden is een sportieve prestatie. Dat stimuleert natuurlijk sportieve kleding.

Vandaag was ik onverwachts door mijn broeken heen. De schone was is nog niet gearriveerd en ik had een ‘ongelukje’ gehad. Deze broek wordt door het Roessingh gewassen en is ook nog niet terug. Soms raakt deze was door elkaar. Zo kreeg ik eens een fraaie kanten onderbroek van een mede-revalidante tussen mijn was. Nu hielp een reservebroek mij uit de nood. Een sportbroek. Grijs en mét een witte bies. ‘Kan er bij door’, dacht ik en ging naar mijn eerste therapie. ‘He Jan wat heb je nu aan’, verwelkomde de fysiotherapeut mij lachend. ‘Dat is de zwerfbroek die hier maanden op de afdeling lag en die niemand wilde hebben’.


26-12-2006
Ooghoogte.
Als rolstoelgebruiker zie ik veel buiken en billen. Daarvoor zit ik precies op de goede hoogte. Op ooghoogte zit ik alleen met andere rolstoelgebruikers en met mensen op een stoel. Maar van lopers zie ik nu vooral buik of billen. Buiken zie ik al van een afstand aankomen. Soms zie ik indrukwekkende buiken waar vooral mannen goed in zijn. Een ander keer een buik waar ik zo aan voorbij ga zonder dat die indruk achter laat. Bij billen is dat anders. Die zie ik van de achterkant. Billen bewegen zich altijd van me af en soms zijn ze voorbij voordat ik het goed en wel in de gaten heb. En eerlijk is eerlijk. Vrouwen zijn over het algemeen beter in billen dan mannen. Sommige mannen hebben zelfs helemaal geen billen.

Sinds kort verandert mijn ooghoogte af en toe. Als onderdeel van de fysiotherapie ga ik nu aan de statafel. Mijn voeten worden met riemen vastgezet op een grondplank. Een brede band onder mijn zitvlak takelt mij langzaam in de statafel tot ik helemaal rechtop sta. Mijn ellebogen op het tafelblad, precies op de juiste hoogte waarop ik vroeger een glas bier bestelde. Statafel is goed voor mijn beenspieren en bloedsomloop. Wanneer ik stevig sta geeft de fysiotherapeut mij koffie. Ik kijk rond en probeer te genieten van mijn vroegere, vertrouwde kijkhoogte. Andere fysiotherapeuten blijken vanuit mijn hernieuwde gezichtspunt korter of langer te zijn dan ik vanuit mijn rolstoelhoogte gewend ben. Dan ontdek ik, met de beker koffie in de hand, in de hoek een grote staande spiegel. Toevallig staat ie precies goed. Ik kijk mezelf aan. Voor het eerst weer staand. Na vier maanden zitten en liggen een onwennig maar nog steeds vertrouwd gezicht. Ik verbijt mezelf maar kan mijn ogen er niet van af houden. Langzaam drink ik mijn koffie op.


19-12-2006
Emoties
Waar blijven emoties in het Roessingh? Ik heb me dat al vaak afgevraagd. Alle mede-revalidanten in deze revalitaria hebben iets vreselijks meegemaakt. Een ziekte of ongeluk waardoor je een ledemaat moet missen of waardoor je hersenen niet meer werken zoals ze zouden moeten. Anderen kunnen hun handen niet meer gebruiken of hun benen niet. De heftige gevoelens van alle revalidanten samen moeten als een bijna zichtbare wolk boven de Roessinghsbleekweg drijven. Er gaan zelfs geruchten dat verontruste buurtbewoners de politie bellen over een geheimzinnige nevel die ’s avonds donkerrood oplicht van woede (waarom overkomt mij dit) of gifgroen van jaloezie (hij kan lopen en ik niet).

Tijdens het dagelijkse revalidatieprogramma heb ik een enkele keer iemand een traantje zien wegpinken. Verder wordt er hard gewerkt en ook wel gelachen. Het bezoekuur is altijd een vrolijke boel. Er wordt gelachen en gepraat. Slechts één keer heb ik iemand op huilen betrapt. Ook zat er eens een stelletje temidden van de tafels met bezoekers innig omstrengeld (voor zover dat kan vanuit de rolstoel) hartstochtelijk te zoenen. Want privacy is hier niet. Ook ik wil mijn lach met velen delen maar bewaar mijn tranen voor een select publiek. Maar dat heb je niet altijd in de hand.

Sinds kort weet ik waar emoties blijven. Op de eerste etage tegenover de liftdeuren is een goed verscholen stiltecentrum. Een bijna onzichtbare deur geeft toegang tot een ruimte waar je alleen het zachte ruisen van de airco hoort. Langs de wanden symbolen van verschillende godsdiensten. En op één van de tafels een groot boek. ‘Het gaat al weer beter met me. Ik krijg vrede met mezelf’, schreef een revalidant daarin. ‘Ik haat alle mensen hier met al die holle manieren’, liet een ander weten. Hier zijn emoties te vinden. In dit stiltecentrum. Puur en onversneden.


12-12-2006
Herinneringen
‘Gelukkig heb je je herinneringen nog’, zei iemand tegen mijn liefste toen zij die persoon vertelde over mijn, eigenlijk ons, ongeluk. Zelf weet ik nog de eerste keer dat ik mijn geliefde ontmoette. Een zoete herinnering die ik graag koester en die ik af en toe met plezier naar boven laat komen. Bitter en scherper in mijn geheugen gebrand staan helaas haar van schrik en verdriet vertrokken gezicht en haar tranen van het moment dat zij mij kort na mijn ongeluk zag liggen tussen ambulancepersoneel. Die herinnering dringt zich regelmatig naar boven, doet veel pijn en was ik liever kwijt. Daar ben ik niet gelukkig mee.

Herinneringen zijn geen waardevrije belevenissen die in je geheugen opgeslagen zijn en waar je zomaar gelukkig mee bent omdat je ze hebt. Zo van: ‘hoera. Mijn geheugen doet het nog’. Herinneringen hebben altijd weer te maken met het hier en nu. Was je arm en ben je nu rijker dan kijk je met een warm gevoel terug. ‘Weet je nog dat we alleen maar kleren uit de uitverkoop droegen’, zeg je tegen elkaar. Heb je een leuke vakantie gehad en de volgende al weer geboekt. Dan kruip je gezellig tegen elkaar aan op de bank. Je bent gelukkig met de herinneringen. Je hebt het nu beter of je beleefde gewoon een leuke tijd waar je nu ook nog van kunt genieten.

Ik heb herinneringen aan een tijd waarin ik kon lopen en mijn relatie minder pijn en verdriet kende. Met die herinneringen ben ik nu niet gelukkig. Het weekeinde voor mijn ongeluk maakten we samen een leuk uitstapje. De foto’s staan nog op de geheugenkaart van mijn digitale camera. Ik durf ze niet te bekijken. Even op ‘delete’ drukken en alles is weg. Die knop mis ik op mijn eigen geheugen.


5-12-2006
Zorgmannen
‘Mannen verzorgen zachter dan vrouwen’, klinkt het stellig uit de mond van mijn mederevalidante. Het is ochtend en ik zit met een groepje collega-revalidanten aan de koffie. Een boeiend gezelschap mannen en vrouwen met heel verschillende achtergronden en met ieder een eigen verhaal over de oorzaak van zijn of haar verblijf in deze revalitaria. Vroeger gingen koffiegesprekken over de politiek, het weer of de prijzen van benzine, diesel en lpg. Ook voetbal kwam vaak aan bod.

Nu schep ik suiker in de koffie, roer in mijn kopje en wissel ondertussen met mijn tafelgenoten ervaringen uit over hoe je van je plas en poep afkomt en welke hulp je daar al of niet bij nodig hebt. Sommigen regelen dat zelfstandig op de wc. Als je gekatheteriseerd wordt is het gevoel dat je zelf nog in je lichaam hebt en de gevoeligheid waarmee een verpleegkundige een katheterslang in je edele delen drijft, van essentieel belang. Ik zou denken dat verpleegkundigen van nature altijd met veel gevoel handelen, maar de ervaringen van mijn koffiedrinkende tafelgenoten zijn anders.

Ziekenbroeders zouden in hun handelen zachter en zorgzamer zijn dan ziekenzusters. ‘Wij kunnen vergelijken want we hebben zowel broeders als zusters’, vertellen de van verschillende afdelingen afkomstige revalidantes. De mannen in mijn gezelschap blijven opvallend stil. De vrouwen zeggen duidelijk de voorkeur aan een broeder te geven. ’Een broeder vergeet bijvoorbeeld nooit een handdoek over je heen te leggen wanneer je in je blootje naar de douche wordt gebracht,’ verklaart een tafelgenote stellig. Op mijn afdeling werkt maar één broeder. Onderlinge verschillen weet ik dan ook aan verschil in karakter en persoonlijkheid. Maar hier ligt dus de oplossing voor een nog zorgzamere verpleging. Er moeten gewoon meer mannen de zorg in gaan. Echte zorgmannen. Ik schenk nog maar een verse kop koffie in.


28-11-2006
Dwarsklaas
Onrustig werd ik wakker want ik droomde net dat Sinterklaas van het dak viel. Zijn schimmel kwam, zoals paarden dat doen, op zijn benen terecht. Met de goedheiligman ging het helaas anders. Hij liep een dwarslaesie op. Toen het gebeurde zat Sint stevig in het zadel en raadpleegde zijn grote boek. Zoals altijd wilde hij er zeker van zijn dat hij de juiste kadootjes in de juiste schoorsteen deed. Hij liet net een prachtige surprise in het rookkanaal zakken toen zijn trouwe viervoeter met één van zijn hoeven weggleed. Met krassende ijzers schoof de schimmel richting dakgoot. Sint kon nog net de rand van de schoorsteen vast pakken. ‘Een ongeluk zit in een klein hoekje,’ dacht hij nog en zag met betraande ogen zijn ros over de dakrand verdwijnen. Dit was hem in zijn hele Sinterklaasbestaan nog nooit overkomen. Hij mompelde zelfs een woord dat we niet van Sinterklaas verwacht hadden.

Helaas hield de goede Sint het niet lang vol. Zijn oude vingers gleden weg en met wapperende mantel suisde de goedheiligman naar beneden. ‘Vol verwachting klopt mijn hart,’ zuchtte hij voordat hij met een doffe klap het plaveisel raakte. De Sint werd afgevoerd naar het ziekenhuis. Het nieuws van Sinterklaas met een dwarslaesie ging als een lopend vuurtje rond. ‘Dwarsklaas. Wat moet die ouwe gek nog op een dak,’ durfde een enkeling zelfs te zeggen. Maar de meeste mensen waren bedroefd. ‘Dit is het einde van Sinterklaas,’ klaagde men. ‘Sint in een rolstoel is toch geen Sint meer. Hoe rijdt hij dan paard?’ Anderen vonden dat onzin. ‘Je blijft wat je bent,’ zeiden zij. ‘Een Sint in een rolstoel blijft een Sint en Koos Alberts heeft toch ook weer leren paardrijden bij ‘t Roessingh?’ Ik vond het verwarrend maar was blij dat het maar een droom was. Niet vergeten vanavond toch mijn schoen maar te zetten.


21-11-2006
Bijtgevaarlijk
Ik heb mijn eigen tanden nog en daar ben ik best trots op. Door veel te poetsen en regelmatig naar de tandarts te gaan voor controle zitten de meeste tanden nog op de plek waar ze horen. Vooral dankzij de voorganger van mijn huidige tandarts mis ik maar twee kiezen. De rest van mijn gebit verkeert in de staat van ongehavend tot redelijk gerestaureerd met behulp van flinke klodders amalgaan. Appels kan ik er zonder problemen mee eten en noten ook. Verder ben ik zuinig op mijn tanden en kiezen. Graag wil ik er zonder problemen oud mee worden. Het ergste lijkt me een kunstgebit. Als kunstenaar lijkt me dat niet te pruimen .

Sinds korte tijd gebruik ik mijn tanden ook voor geheel nieuwe taken. Van nature uit zijn ze er nooit voor ontworpen. Zelf had ik nooit verwacht ze daar voor te gebruiken maar nood breekt wetten. In revalidatiecentrum ‘t Roessingh krijg ik veel therapiёn. Onder andere fysiotherapie voor de grote lijnen van je lichaam. Hoe stap ik van mijn rolstoel over in iets anders, bijvoorbeeld. Voor het fijnere werk is er de ergotherapie. Zo leer ik er onder andere zelf mijn jas aan te trekken in de rolstoel en mijn brood te smeren met mijn huidige handfunctie.

Soms schiet mijn hand tekort maar daar hebben de ergotherapeuten ook oplossingen voor. ‘En met je tanden?’ vroegen ze toen ik het zakje suiker niet open kreeg om in het aangeboden kopje koffie te doen. Sindsdien doe ik veel met mijn tanden. Een schroefdop van een  fles? Mijn tanden krijgen hem open. Een voorverpakt boterkuipje of mijn tube tandpasta? Hup mijn tanden er in. Nu snap ik dan ook het bordje dat een mederevalidant een tijdje geleden achter op zijn rolstoel had geplakt met de tekst: ‘Niet voeren. Bijtgevaarlijk!’


14-11-2006
Gedwongen topsport
Lopen is op zich een vrij aardige bezigheid. Gewoon de ene voet voor de andere en dan gaat het haast vanzelf. Het is gezond en je komt nog ergens. Sommige mensen slenteren, maar die komen ook ergens. Vaak in een aangenaam tempo waarbij ze onderweg ook nog wat zien of mee maken. De reis is dan net zo belangrijk als het doel.

Wanneer je hard loopt kun je sporter worden en wanneer je erg hard kunt lopen, maak je een dikke kans om topsporter te worden. Topsporters lopen nergens naar toe. Ze lopen meestal in rondjes en ze moeten veel trainen om dat te kunnen. Topsporters doen ook mee aan wedstrijden zoals de Olympische Spelen. Wanneer je niet kunt lopen, dan mag je daar niet aan meedoen.

Momenteel loop ik niet meer maar gebruik een rolstoel. Met mijn armen draai ik aan de hoepels van de wielen en beweeg me zo vooruit. Armen zijn daar niet voor gemaakt en mijn armen al helemaal niet. Het is primitief en valt zwaar. ‘Topsport’ volgens mijn revalidatiearts uit het ziekenhuis. Zelf had ik nooit de bedoeling sporter te worden. Laat staan topsporter. Ik liep graag maar dan wel in mijn eigen tempo.

Ongeveer tien procent van de Nederlandse bevolking heeft een handicap. Een groot deel daarvan gebruikt een rolstoel. Ze bewegen zich er mee rond in huis, gaan er mee naar de supermarkt op de hoek of winkelen er mee in het stadserf. Voor rolstoelrijden heb je beide handen nodig. Je kunt niet onder het rijden de maat van de muziek op het stuur meetikken of met een vinger in je oor pulken. Rolstoelrijden kost ook relatief veel kracht. Maar rolstoelrijders hebben over het algemeen geen andere keus. Volgens mijn revalidatiearts allemaal topsporters. Zonder het te weten telt ons land dus een groot aantal gedwongen topsporters.

7-11-2006
Snurken en slapen
Alle mannen snurken. Zelf doe ik het soms ook. Tenminste dat zegt mijn liefste en die kan het weten. Van mijn eigen gesnurk word ik niet wakker, maar van dat van  anderen wel. Ik doe er ‘s nachts geen oog van dicht. Sinds een paar maanden deel ik ongewild kamers met wildvreemde mannen en soms een vrouw. We slapen samen op die kamers en delen zo nog wat zaken.

Door mijn dwarslaesie slaap ik tegenwoordig in ziekenhuisbedden en in ziekenhuiskamers. Ziekenzusters en een enkele ziekenbroeder zorgen voor mijn leven en welzijn. Op tijd een spuitje, pilletje of een vers infuusje. Ze ruimen mijn poep op en mijn plasje wordt opgevangen. Ik hoef nu tenminste geen enge trappen meer af.

Alleen het slapen moet ik zelf doen. Dat deed ik altijd al zelf en erg goed maar in het ziekenhuis is dat veranderd. De eerste nachten lag ik alleen op een kamer en wist even niet zo goed meer van mijn bestaan. Daarna kreeg ik een kamer met een rustig slapende kamergenoot. Na enkele dagen veranderde mijn nachtrust door de komst van een overigens bijzonder aardige dame op leeftijd.

‘s Ochtends in de kleine uurtjes begon ze te dromen. Horror? Nooit gevraagd, maar haar slapend gekerm sneed me door hart en ziel. Snurken deed ze niet. Andere kamergenoten volgden. Allemaal mannen en met het type man varieert ook het type gesnurk. Hele bossen zagen ze ‘s nachts om. De één met regelmatige lange zaagsneden, de ander zaagt met korte zware stoten om daarna een pauze te houden. Geheel onverwachts, en altijd als ik net in slaap ben gevallen, zet de houthakker dan zijn verwoestende arbeid weer voort.

Oordoppen zijn nu mijn redding. Daarmee sluit ik mij ‘s nachts af van de buitenwereld en slaap. Tenminste als ze goed in mijn oren zitten en dat kan ik momenteel niet zelf. De fijne motoriek van mijn vingers doet het op dit moment niet. Hopelijk komt dat nog weer. Tot die tijd heb ik iedere goede nachtrust steeds te danken aan de fijngevoelige vingers van een vriendelijke nachtzuster.


31-10-2006
Rode pil
Het is mooi weer en ik loop op straat. Ik ken de straat niet en ik vraag me af waar ik precies ben. Dit stuk van Hengelo is mij onbekend. Het is rustig in de straat en er is bijna niemand te zien. Langzamerhand word ik mij bewust van een man in een rolstoel achter mij. Hij blijft gelijk met mij op gaan maar ik ken hem niet. Ik versnel mijn pas. De man in de rolstoel blijft op dezelfde afstand.

Ik begin te rennen maar de rolstoeler blijft mij moeiteloos bijhouden. Samen vliegen we over straat. Dan een kruising. Mijn redding. Dwars door het rode voetgangerslicht heen snel ik naar de overkant. Tot mijn verbazing blijft de onbekende rolstoeler onafscheidelijk aan mijn zijde kleven. Plotseling een grote schok. Met open ogen lig ik in een ziekenhuisbed. Klaarwakker en ik heb het blijkbaar gedroomd. Ik wilde mij omdraaien maar mijn benen draaiden niet mee. Dwarslaesie, schemert er door mijn nu wakkere geest. In mijn slaap even vergeten. Het zit blijkbaar nog niet in mijn onderbewuste.

Met één klap ben ik weer in de werkelijkheid. Het lijkt wel op het ontwaken van Neo in de film de Matrix na het slikken van de blauwe pil. Met een rode was hij in de Matrix gebleven. Nu komt hij ineens uit zijn gefingeerde wereld in de harde werkelijkheid terecht. Regelmatig gaat hij terug de Matrix in. Soms alleen, soms met zijn companen en soms met de bevallige Trinity. Heb je in de Matrix iets nodig of moet je iets kunnen, dan wordt er even een progrmaatje gestuurd. Geen probleem. Ik wil ook de Matrix in. Ik wil een rode pil. Ik wil duizend rode pillen!.


24-10-2006
Gered
Rond twee uur word ik wakker. Ik moet plassen, net als iedere nacht. Duidelijke zaak. Bril op, onderbroek aan, bed uit en de trap af naar de wc beneden. Eerst de overloop. Die is donker. Donker laten want ik wil niet te wakker worden. Straks lekker verder slapen. Naar de trap. Eerst de bovenste tree, dan de volgende en dan weer de volgende tot ik de deur naar de woonkamer voel. Niks aan. Ik zet mijn voet op de bovenste tree. Plotselinge paniek. Er is geen bovenste tree! Mijn voet maait door pure lucht en mijn linkerhand graait tevergeefs naar de leuning.

Plotseling lig ik onder aan de trap. Hoe lig ik in vredesnaam en waar zijn mijn benen? Ik zit helemaal klem. Rug tegen de muur, kin op de borst gedrukt, mijn linkerarm vastgeklemd tussen mijn lichaam en de kamerdeur. Alleen mijn rechterarm is vrij. Ik zoek mijn benen. Ze liggen boven mij, gestrekt langs de trapspijl. Maar ik kom niet los. Wat ik ook doe. Dan voel ik het leven uit mijn benen verdwijnen. Ze lopen als het ware leeg. Dit is niet goed!

Hulp moet ik hebben. Ik begin te roepen. Door mijn houding klinkt mijn stem gedempt. Horen mijn buren dit wel? Met mijn rechterarm mep ik tegen de tussenmuur naar mijn buren. Tijd verstrijkt maar geen reactie. Hoe lang lig ik hier nu al? Ik begin bang te worden. In de ochtend moeten ze me toch horen?

Boven hoor ik mijn wekkerradio. Het moet kwart over zeven zijn. Bij mijn buren hoor ik gestommel. Met nieuwe energie klop ik en roep. Na een tijdje nog niks. Mijn geliefde komt pas morgenavond. Moet ik nog een volle dag, een nacht en nog een dag zo blijven liggen?  Houd mijn lichaam dit vol? Straks ga ik dood. Ga ik hier heel lullig dood!

Ik was wat weggezakt maar hoor ineens de deurbel. Schreeuwen! Kloppen! Geen reactie. Even later haastige voetstappen om het huis. Geroep over de schutting. Ik roep terug. Dan gekraak. De schuttingpoort wordt ingetrapt. Vanachter de gesloten buitendeur verstaat mijn buurman mij nu. Geschrokken belt hij 112. Even later ben ik gered. Hoewel gered?  ‘Lijkt een gebroken nek,’ sombert de ambulancezuster naast mij.


© Jan Beerling 2004 - 2007